Asabina: Bustarief Paramaribo-Atjoni vice versa is te hoog
23 Sep, 04:41
foto
Assembleelid Ronny Asabina (BEP)


DNA-lid en fractieleider van de BEP, Ronny Asabina heeft in verband met de aanpassing van de tarieven van het openbaar vervoer, een brief geschreven aan vicepresident Ronnie Brunswijk. Hij meent dat landgenoten die regelmatig gebruikmaken van de route Paramaribo – Atjoni vice versa, zich gedupeerd, geminacht en gediscrimineerd voelen door het hoge tarief op deze route. Hij stelt dat openbaar vervoer behoort tot de collectieve goederen; subsidie hiervan is onvermijdelijk en behoeft geen discussie.

Asabina geeft aan dat de mensen geen begrip kunnen opbrengen voor de grote wanverhouding of het mogelijke onrecht dat de tarieven uitstralen. Ter illustratie is het tarief van openbaar vervoer voor de route Paramaribo – Atjoni (185 km), Paramaribo – Nickerie (232 km) en Paramaribo – Albina (146 km) voor een enkele rit respectievelijk op SRD 115,-, SRD 88,- en SRD 47.50.

De discrepantie in de tarieven laat zich niet verklaren door een grotere afstand, eventueel groter comfort op de route naar Atjoni, grotere economische weerbaarheid van de doelgroep of andere argumenten, somt Asabina in het schrijven op. Hij vindt ook dat onderhouds- en reparatiekosten die het resultaat zijn van verstrijken van de technische levensduur van een vervoermiddel, niet vanzelfsprekend op de consument of in deze, passagiers, kunnen worden afgewenteld.

Asabina vraagt naar een grondige heroriëntatie van het tarief. Een vitaal, leefbaar, milieuvriendelijk, veilig en gedecentraliseerd land zal pas mogelijk zijn als de randvoorwaarden aanwezig zijn. Een van deze condities is mobiliteit, die deelname aan het economisch, maatschappelijk en sociaal verkeer bevordert, schrijft Asabina.

In de brief stelt Asabina dat de discussies over het openbaar vervoer in het kader van gezondmaking van de economie niet alleen moeten gaan over bezuinigingen, maar ook over regulering en het in stand houden van een redelijk niveau van openbaar vervoer. Hij benadrukt dat openbaar vervoer een collectief goed is en dat overheidsbijdrage in de vorm van subsidie onvermijdelijk en dus niet ter discussie is. Hij doet de aanbeveling om, naast de publicatie van de tarieven van alle routes, ook het beleid over openbaar vervoer helder en controleerbaar te formuleren.
Advertenties