Column: Verkiezingen kunnen eerlijker
01 Apr, 00:59
foto


Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1948 hebben op basis van dit kiesrecht in Suriname 16 verkiezingen plaatsgevonden. Dat deze verkiezingen redelijk eerlijk verliepen, kan niemand ontkennen. Ons kiesstelsel nam aan betrouwbaarheid toe toen in 1987 extra controlemechanismen werden geïntroduceerd. Toch zullen wij ons niet in slaap moeten laten sussen door de politieke mantra: Suriname staat bekend om het houden van eerlijke verkiezingen. Permanente waakzaamheid is de gratie voor duurzame democratie.  

Verkiezingen zijn meer dan de stemming en de voorbereiding daartoe. Er zijn meer zaken die als integraal deel van verkiezingen moeten worden gezien, bijvoorbeeld het voeren van verkiezingscampagnes. Op dat gebied is er veel ruimte voor verbetering. 

Door de jaren heen schijnt het oppositionele politieke partijen niet te storen dat zij bij het verkiezingsmanifestatie niet op een same level playing field opereren als regeringspartijen. Het feit dat een regering - waarvan de samenstellende delen bestaat uit politieke partijen die zelf aan de verkiezingen meedoen een doorslaggevende rol hebben bij het organiseren van die verkiezingen - is zoiets. De toegenomen politisering van de overheid noodzaakt heroverweging hiervan. Niemand minder dan de voorzitter van het Onafhankelijk Kiesbureau (OKB) noemde het een valse start toen ze geconfronteerd werd met het feit dat de hoofdstembureaus hoofdzakelijk en/of uitsluitend bemenst worden door personen uit een regering gezinde partij.

Maar ook de verstrengeling van functies baart zorgen. In de tweede week van maart heeft de heer D.D. Bouterse 20 dorpen in het Boven Suriname gebied aangedaan. Dit bezoek wordt als presidentieel geafficheerd, maar als op een meeting de heer Bouterse zegt: “Den strukturu dyaso sabi san den mu du” dan weten wij dat niet de president van de republiek Suriname praat, maar de voorzitter van de NDP. Als je dat dan nog niet doorhebt dan verraadt de parweri konmakandra dat zeker. Alles en iedereen in het paars gestoken. De vraag is of de rekening van quasi presidentiële bezoeken aan de belastingbetaler gepresenteerd moet worden? Dit betekent namelijk dat leden van enkele politieke partijen, die met moeite de waarborgsom voor inschrijving van hun eigen partij bij elkaar kunnen harken, als belastingbetaler meebetalen aan de campagnevoering van een van de meest draagkrachtige partijen van Suriname. Zotter kan het niet. 

Het is echter niet de eerste keer dat deze taferelen zich voordoen in Suriname. Misschien niet op dezelfde schaal, maar ze zijn Suriname niet vreemd. Dit is echter geen Surinaamse vinding. Ook in de Verenigde Staten van Amerika (VS) hebben we gezien dat rond de tijd van de verkiezingen staatsmiddelen t.b.v. de regeringspartij worden aangewend. Het verschil is tussen Suriname en de VS is dat in de VS er ondertussen wetten zijn gemaakt om hier paal en perk aan te stellen. Ook zijn daar wetten gemaakt waarbij uitvoerende politici in het laatste jaar van hun zittingstermijn niet met grote projecten mogen aanvangen, die voornamelijk als oogmerk hebben kiezers valselijk te imponeren, maar tegelijk de volgende regering met ongekende schulden opzadelt. De vraag is of het nu niet de hoogste tijd is voor het instellen van een Independent Electoral Authority. Een onafhankelijk verkiezingsorgaan met vergaande bevoegdheden.

Het groot aantal politieke partijen in Suriname zou een verbod op pre-electorale combinaties zeker kunnen rechtvaardigen. Maar als dit besluit wordt genomen nog geen jaar voor de verkiezingen met als duidelijk oogmerk van een regerende politieke partij er zelf voordeel uit te halen dan mag daartegen geprotesteerd worden. Eerlijk zou het zijn indien naast het verbod op pre-electorale combinaties de ongelijke verdeling van het aantal DNA-zetels over de verschillende districten zou worden rechtgetrokken; of een gemengd stelsel zou worden overwogen. Zo zou er naast het bestaande evenredigheidstelsel (ev) per district ook een landelijk ev lijst kunnen worden geïntroduceerd.
Een enorme Waarborgsom kan niet worden ingevoerd als niet ook artikel 53 lid 3e van de GW wordt gehonoreerd nl. dat jaarlijks de publicatie plaatsvindt van inkomens en uitgaven van een politieke partij.

In mijn hoedanigheid als directeur van de Democracy Unit overhandigde ik op 24 november 2010 aan de voorzitter van DNA drs. Jennifer Simons, het concept van de ‘Wet Financiële Voorzieningen Politieke Partijen’. Het valt te hopen dat dit concept ooit wet wordt en Suriname meer financiële transparantie en gelijkheid tussen politieke partijen zal beleven. Op grond van deze wet zouden politieke partijen ook financiële ondersteuning van de overheid kunnen ontvangen, terwijl een onafhankelijk verkiezingsorgaan met politieke partijen samen kan werken aan meer democratie in Suriname in het algemeen en binnen politiek partijen in het bijzonder.

Hans Breeveld

Tuesday 26 May
Monday 25 May
Sunday 24 May