Column: Geeft u me een bier
01 May, 13:53
foto


Dat was een plotselinge wending en tegelijk openbaring tijdens het goed beluisterd opbelradioprogramma '90 seconden' van zaterdag 27 april. Het programma van Radio 10 had als thema 'het in beslag genomen bedrag van 19.5 miljoen euro uit Suriname door Nederland'. Als het programma iets meer dan een halfuur oud is, belt een mevrouw en vertelt dat ze in het verkeer als chauffeuse haar mobiele telefoon gebruikt heeft. De politie betrapt haar. De agent zegt haar niet te zullen bekeuren maar wil als tegenprestatie van haar wel een bier. De mevrouw geeft de agent SRD 20 en hij stapt vrolijk in de politiewagen en rijdt verder met nog enkele collega’s. Dit telefoontje zou het verder verloop van het programma bepalen, maar het leidt ook tot een openbaring over de manier van denken van enkele bellers.

Een verontwaardigde beller vindt dat deze mevrouw ondankbaar is. Ze is gemazzeld. Weet ze hoeveel ze zou moeten betalen als ze bekeurd was en nu vroeg de politie ‘slechts’ om een bier. In plaats van blij te zijn bespreekt ze die agent nu publiekelijk. Het was hartverwarmend dat er behoorlijk tegengas kwam van andere bellers.  

Het is de vraag of hier sprake is van 'misbruik van bevoegdheid' of dat het erger is dan dat. De agent bezit/bezat niet de bevoegdheid in deze aangelegenheid om aan de overtreder een bier te vragen. Als de agent een biertje lust moet hij dat uit zijn salaris betalen. Maar daarnaast besteelt deze agent de Surinaamse Staat. Wij als samenleving krijgen minder geld in kas. Maar ook helpt hij - als politieagent - de verkeersregels degraderen tot wassen neuzen; regels waarmee je kan marchanderen. Hij maakt wetgeving tot een farce. Voor niemendal hebben we al die wetten als ze niet gehandhaafd worden.

Ik vroeg mij af of degenen die het gedrag van de politieagent goed probeerden te praten wel door hebben dat zij daarmee corruptief handelen propageren. Het begint met een bier, maar wie weet waar het eindigt. Maar bovendien wordt u door het geven van steekpenning partner in crime. Indien deze bellers wél het corruptief gedrag van bewindslieden bekritiseren, dan is er sprake van een dubbele moraal? 

Ik ga niet voorbij aan de recente uitspraak van mevrouw Krishna Mathoera, dat bij bijna 60% van alle overtredingen, waar de politie heeft geverbaliseerd mensen vrijuit gaan en er niet wordt gehandeld. Dit kan politieagenten mismoedig maken, maar het kan nooit als rechtvaardiging dienen dat de politie op de boemtour gaat. Overigens draagt mevrouw Mathoera ook werkbare oplossingen aan. 
Legio zijn de voorbeelden van 'zachte Staten', waar de politie haast niets voor de burger wil doen zonder te vragen om steekpenning. Willen we uiteindelijk zo een korps in Suriname? 

Eind jaren 70 vertelde een goede kennis van mij over haar ervaring in Indonesië. Haar fototoestel was gestolen. Ze reclameerde bij de politie. Na de noodzakelijke gegevens opgenomen te hebben vroeg de agent voor alle duidelijkheid of het de bedoeling was dat de politie op zoek ging naar het toestel. Na bevestiging was de wedervraag van de agent: “Hoeveel geld bent u bereid alvast vooruit te betalen?”. Verbouwereerd werd toen gevraagd: “Wat bedoelt u? In Suriname en in Nederland was ze dat – tot dan toe – niet gewend. 

Wanneer er gesproken wordt over corruptie weet men al snel de dader aan te wijzen. Het is dan steevast een functionaris uit een bepaalde beroepsgroep. Onvoldoende staat men erbij stil dat er bij corruptie tenminste twee personen of partijen betrokken zijn. Degenen die de corrupte handeling pleegt en de persoon of partij die bereid iets te geven voor de corruptieve handeling. Burgers zouden moeten weigeren extra te betalen voor publieke diensten of in te gaan op een verzoek steekpenning te betalen. 

Als het de regering ernst is om corruptie te bestrijden dan zou de overheid moeten zorgen voor een instituut waar klachten over corruptieve functionarissen zouden kunnen worden gemeld. De integriteit van het bestuur van een land hangt uiteindelijk af van het collectief integriteitsbesef van de bevolking. Het leiderschap in een land is een weerspiegeling van waarde en normen die gelden in die samenleving. Ambtenaren, onderwijsgevende, mediawerkers en welke andere beroepsgroepen dan ook zijn het product van hun samenleving. Wij als individuen zullen uiteindelijk bepalen hoeveel corruptie er in ons land zal zijn.

Het is te hopen dat de personen, die afgelopen zaterdag probeerden met hand en tand het gedrag van de politieman goed te praten of er tenminste begrip voor hadden, hun denkwijze willen heroverwegen
Corruptie begint in het denken.

Hans Breeveld