Burgers en bedrijven die een rechtszaak tegen de Staat winnen, dreigen straks met een vonnis in handen te blijven zitten zonder hun geld daadwerkelijk te kunnen innen. De Vereniging van Deurwaarders in Suriname waarschuwt hiervoor bij de voorgenomen wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De organisatie vraagt De Nationale Assemblée om automatische opheffing van bestaande beslagen te voorkomen en rechterlijke toetsing te behouden.

De Vereniging van Deurwaarders heeft zwaarwegende bezwaren tegen onderdelen van de ontwerpwet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (S.B. 2024 no. 170). Volgens de vereniging kunnen burgers, werknemers en ondernemingen die na een rechtszaak in het gelijk zijn gesteld, ernstig worden benadeeld wanneer bestaande beslagen collectief worden opgeheven en brede categorieën staatsmiddelen tegen beslag worden beschermd.

De deurwaarders benadrukken dat zij niet tegen bescherming van de openbare dienstverlening zijn. Geld en goederen die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor essentiële overheidstaken mogen volgens hen bijzondere bescherming genieten. Het bezwaar richt zich vooral tegen de manier waarop dit in het wetsontwerp wordt geregeld.

De voorgestelde regeling kan ertoe leiden dat bestaande beslagen in één keer worden opgeheven, zonder dat een rechter per geval beoordeelt of dit noodzakelijk, redelijk en evenwichtig is. Volgens de vereniging kan beslag juist het laatste wettelijke middel zijn voor iemand die een rechtszaak tegen de Staat heeft gewonnen, maar ondanks het vonnis niet wordt betaald. Wanneer vrijwel alle bruikbare staatsmiddelen buiten bereik van schuldeisers worden gebracht, bestaat het risico dat een burger juridisch wel gelijk krijgt, maar zijn toegewezen geld niet ontvangt.

“Een rechterlijke uitspraak moet meer zijn dan een papier waarop staat dat u gelijk heeft. Als de Staat moet betalen, moet er ook een eerlijke en werkbare route naar betaling bestaan”, stelt voorzitter Naomi Linger van de Vereniging van Deurwaarders. De vereniging wijst erop dat de bestaande wet volgens haar al mogelijkheden biedt om het openbaar belang te beschermen. Op grond van artikel 479 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de Staat in kort geding onmiddellijke opheffing van een derdenbeslag vragen wanneer het openbaar belang dat vereist.

De rechter kan daarbij naar de concrete omstandigheden kijken, waaronder het geld waarop beslag is gelegd, het doel waarvoor dit nodig is, de urgentie van het openbaar belang en de gevolgen van opheffing voor de schuldeiser. Volgens de deurwaarders is onvoldoende aangetoond waarom deze bestaande procedure niet voldoet. Juist omdat de Staat in dergelijke gevallen tegelijkertijd wetgever, schuldenaar en financieel belanghebbende is, vindt de vereniging onafhankelijke rechterlijke controle noodzakelijk.

De organisatie vindt bovendien dat niet alleen naar beslaglegging moet worden gekeken, maar ook naar de oorzaken daarvan. Beslag volgt doorgaans pas nadat een betalingsverplichting niet is nagekomen, aanmaningen zonder resultaat zijn gebleven, een rechtszaak is gevoerd en uiteindelijk een uitvoerbare rechterlijke uitspraak is verkregen. De vereniging vraagt daarom ook aandacht voor de betalingsdiscipline van de Staat, het dossierbeheer en het tijdig uitvoeren van rechterlijke uitspraken.

Als alternatief stelt zij onder meer voor om individuele rechterlijke toetsing te behouden voordat bestaande beslagen worden opgeheven. Alleen geld en goederen die aantoonbaar en onmiddellijk noodzakelijk zijn voor de openbare dienstverlening zouden bijzondere bescherming moeten krijgen. De rechter zou daarnaast de mogelijkheid moeten behouden om minder ingrijpende oplossingen te kiezen, zoals gedeeltelijke opheffing van het beslag, vervangende zekerheid of een betalingsregeling.

Ook pleiten de deurwaarders voor een centrale betalingsvoorziening voor uitvoerbare vonnissen tegen de Staat, gekoppeld aan een wettelijke betalingstermijn van bijvoorbeeld 30 of 60 dagen. Openstaande rechterlijke betalingsveroordelingen zouden volgens hen centraal moeten worden geregistreerd en gerapporteerd.

De Vereniging van Deurwaarders vraagt DNA de behandeling van de omstreden bepalingen aan te houden totdat een bredere juridische consultatie heeft plaatsgevonden. Zij wil dat onder meer het Hof van Justitie, de procureur-generaal, de Surinaamse Orde van Advocaten, deurwaarders en andere deskundigen formeel worden gehoord.

De vereniging zegt bereid te zijn haar bezwaren tegenover de commissie van rapporteurs van DNA nader toe te lichten. Volgens haar moet bij de wetswijziging niet alleen de openbare dienstverlening worden beschermd, maar ook de burger, het gezag van rechterlijke uitspraken en het vertrouwen in de rechtsstaat.