NDP-parlementariër Rabin Parmessar
NDP-parlementariër Rabin Parmessar wil dat minister van Openbare Werken hard optreedt tegen bouwwerken die zonder de vereiste betrokkenheid van het ministerie op bermen worden neergezet. Hij zegt dat ondanks eerdere afspraken nog steeds vergunningen worden verleend en zelfs nagelvaste constructies op bermen verrijzen. Deze moeten wat hem betreft worden verwijderd en de kosten moeten worden verhaald op degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn.

Parmessar vroeg deze week tijdens een vergadering van De Nationale Assemblee opnieuw aandacht voor de kwestie. Hij had het onderwerp volgens hem al in een eerdere vergadering aangekaart, omdat ervan werd uitgegaan dat geen toestemming meer zou worden verleend voor het plaatsen van bouwwerken op bermen. Volgens het Assembleelid blijkt in de praktijk echter dat dit nog steeds gebeurt. Hij verwees onder meer naar de Jan Steenstraat in Mon Plaisir, maar stelde dat het probleem zich ook in andere straten voordoet.

Parmessar zei dat in rustige woonbuurten toestemming wordt verleend voor constructies op bermen. Sommige daarvan zijn volgens hem nagelvast. Dit kan niet alleen gevolgen hebben voor de inrichting van de openbare ruimte, maar ook voor de privacy en het woongenot van omwonenden. Het parlementslid benadrukte dat een berm geen willekeurig beschikbaar stuk grond is. Een berm maakt volgens hem civieltechnisch onderdeel uit van de weg en vervult binnen de weginfrastructuur een belangrijke functie.

Om die reden vindt Parmessar dat het ministerie van Openbare Werken altijd betrokken moet zijn voordat toestemming wordt gegeven voor gebruik van een berm. “Niks dat de DC tekent zonder dat de minister van Openbare Werken in beeld komt. Kan niet”, stelde Parmessar. De voormalige minister van Openbare Werken vindt dat onmiddellijk moet worden ingegrepen wanneer constructies in strijd met de regels zijn geplaatst. Hij riep de huidige minister op om “zonder pardon” op te treden.

Volgens Parmessar zouden onrechtmatig geplaatste bouwwerken moeten worden verwijderd. Ook vindt hij dat degenen die verantwoordelijk zijn voor het verlenen van toestemming of het plaatsen van de constructies juridisch moeten worden aangesproken. De kosten van eventuele verwijdering zouden eveneens op de verantwoordelijken moeten worden verhaald. Hij wees erop dat in de Jan Steenstraat en andere straten volgens hem nog maar enkele weken geleden nieuwe constructies zijn neergezet.

Parmessar zegt de kwestie ook met vicepresident Gregory Rusland te hebben besproken. Volgens hem kon de vicepresident zich vinden in zijn bezwaren, maar zijn concrete maatregelen tot nu toe uitgebleven. Ook heeft hij naar eigen zeggen gesproken met een districtscommissaris die bij de kwestie betrokken is. De uitleg die hij daarbij kreeg, heeft hem niet overtuigd. “Wat voor land zijn wij? Een chaotische toestand hebben we in dit land”, zei Parmessar. Hij deed via het parlement opnieuw een dringend beroep op de minister van Openbare Werken om in te grijpen. “Dit kan niet en dit accepteren we niet”, zegt het Assembleelid.