Het aantal verkeersdoden en ernstig gewonden moet tegen 2030 met 50 procent teruggebracht worden ten opzichte van 2021. Dat is de centrale doelstelling van het nieuwe Strategisch Plan voor Verkeersveiligheid 2026-2030, waarin de regering kiest voor een bredere aanpak van de verkeersonveiligheid. Niet alleen het gedrag van weggebruikers, maar ook wegen, voertuigen, handhaving, verkeerseducatie en hulpverlening na ongevallen moeten worden aangepakt.

Het plan komt op een moment waarop verkeersongevallen een hardnekkig probleem blijven. Uit cijfers van het Korps Politie Suriname die in het document zijn opgenomen, blijkt dat er in de afgelopen dertig jaar gemiddeld ongeveer 71 verkeersdoden per jaar zijn gevallen. Het dieptepunt was 1994 met 34 doden, terwijl in 2009 met 112 slachtoffers het hoogste aantal werd geregistreerd. Ook na 2015 is geen structurele daling bereikt. In 2021 waren er 96 verkeersdoden, gevolgd door 74 in 2022, 69 in 2023 en 79 in 2024. Paramaribo en Wanica nemen daarbij een belangrijk deel van de verkeersdoden voor hun rekening.

Volgens het plan behoren te hard rijden, rijden onder invloed van alcohol, rijden zonder geldig rijbewijs, het niet of verkeerd gebruiken van valhelmen en veiligheidsgordels tot de belangrijkste risicofactoren. Ook slechte of ontbrekende trottoirs, gebrekkige infrastructuur, onveilig parkeergedrag en voertuigen die niet voldoende veilig zijn, worden genoemd.

Opvallend is ook de kwetsbaarheid van jongeren. De meeste verkeersslachtoffers bevinden zich volgens de politiecijfers in de leeftijdsgroep van 15 tot 34 jaar, met vooral veel slachtoffers tussen 20 en 29 jaar. Daarnaast zijn mannen sterk oververtegenwoordigd: 69 procent van de bij de Spoedeisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo geregistreerde verkeersslachtoffers is man. Ongevallen met bromfietsen en motorfietsen komen voornamelijk bij mannen voor.

Vijf pijlers
De aanpak voor 2026-2030 is opgebouwd rond vijf pijlers: verkeersveiligheidsbeheer, veiligere wegen en mobiliteit, veiligere voertuigen, veiligere weggebruikers en betere zorg voor slachtoffers na een ongeval. Daarbij worden onder meer verkeerseducatie, wetshandhaving, snelheidsbeheer, veilige infrastructuur, regulering van e-bikes en e-scooters, onderzoek en betere verkeersdata genoemd.

De regering kiest daarbij voor de zogenoemde Safe System Approach. Uitgangspunt daarvan is dat menselijke fouten in het verkeer nooit volledig kunnen worden uitgesloten en dat het verkeerssysteem daarom zo moet worden ingericht dat zulke fouten niet automatisch tot de dood of ernstig letsel leiden. In het plan wordt benadrukt dat daarvoor behalve gewenst verkeersgedrag ook veilige voertuigen, betere infrastructuur en effectieve handhaving noodzakelijk zijn.

Het nieuwe plan bouwt voort op het Strategisch Plan en Actieplan voor Verkeersveiligheid 2018-2021. Dat eerdere plan is geëvalueerd. De resultaten, tekortkomingen en lessen daaruit zijn volgens het document meegenomen bij het vaststellen van de prioriteiten voor de periode 2026-2030. Ook zijn verschillende overheidsinstanties en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding betrokken.

Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath stelt in het voorwoord dat verkeersveiligheid niet uitsluitend een verantwoordelijkheid van de overheid is. Volgens hem zijn naast politie, scholen en hulpdiensten ook automobilisten, fietsers en voetgangers verantwoordelijk voor een veiliger verkeer. Het plan voorziet tegelijk in een sterker gecoördineerde overheidsaanpak, waarbij infrastructuur, voertuigveiligheid, handhaving en spoedeisende hulp met elkaar worden verbonden.

De uitvoering moet jaarlijks worden gevolgd. Er komen voortgangsrapportages en het actieplan kan jaarlijks worden aangepast. Eind 2028 is een tussentijdse evaluatie voorzien en eind 2030 volgt een eindevaluatie door een externe deskundige. Het uiteindelijke streven is dat in 2030 zowel het aantal verkeersdoden als het aantal ernstig gewonden met de helft is verminderd. Daarmee legt de regering zichzelf een stevige meetbare doelstelling op voor de komende vier jaar.