De Nationale Assemblee (DNA) heeft vrijdag de Wet Toezicht Virtuele Activa Dienstverleners 2026 met algemene 32 stemmen aangenomen. Met de wet krijgt Suriname voor het eerst een specifiek wettelijk kader voor bedrijven die diensten aanbieden rond virtuele activa, waaronder cryptoactiva. De Centrale Bank van Suriname (CBvS) wordt belast met het toezicht. Minister van Financiën en Planning Adelien Wijnerman verdedigde de wet namens de regering.

De wet regelt onder meer de toelating, vergunningverlening, registratie en het toezicht op virtuele-activa-dienstverleners. Ook worden eisen gesteld aan het vermogen, de bedrijfsvoering en integriteit van aanbieders. De regeling moet tegelijkertijd bijdragen aan de bestrijding van money laundering en terrorismefinanciering en Suriname verder in lijn brengen met aanbeveling 15 van de Financial Action Task Force (FATF).

De behandeling vond mede plaats tegen de achtergrond van het traject dat Suriname bij de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) doorloopt. Zowel regering als parlement benadrukten dat het land verdere stappen moet zetten om tekortkomingen weg te werken en internationale blacklisting te voorkomen.

Tijdens de behandeling werden vanuit het parlement verschillende kritische vragen gesteld over onder meer consumentenbescherming, de positie van buitenlandse aanbieders, de bevoegdheden van de Centrale Bank, cybersecurity, kapitaalvereisten en de beperking dat één aandeelhouder maximaal 51 procent van de aandelen van een dienstverlener mag bezitten.

Bescherming klantengelden
Een belangrijk discussiepunt was wat er met het geld en de virtuele activa van klanten gebeurt wanneer een dienstverlener failliet gaat. Wijnerman legde uit dat aanbieders over een minimaal volgestort eigen vermogen moeten beschikken. De CBvS zal hiervoor nadere regels vaststellen.

Klantengelden en virtuele activa die voor cliënten worden aangehouden, moeten bovendien worden afgescheiden van het eigen vermogen van de dienstverlener. Daarmee wordt beoogd dat deze bezittingen in beginsel buiten de faillissementsboedel blijven en aan de rechthebbende klanten kunnen worden teruggegeven. Wel wees de regering erop dat bij een faillissement uiteindelijk ook het Surinaamse faillissementsrecht van toepassing is.

De hoogte van de kapitaalvereisten wordt niet voor iedere aanbieder hetzelfde. De CBvS zal daarbij rekening houden met onder meer de aard en omvang van de onderneming, de complexiteit van haar activiteiten en het risicoprofiel. Ook kunnen stresstesten worden uitgevoerd om de weerbaarheid tegen financiële schokken te beoordelen.

Buitenlandse aanbieders
Ook buitenlandse aanbieders kwamen uitgebreid aan de orde. De CBvS kan volgens de minister geen rechtstreeks toezicht uitoefenen op een buitenlandse onderneming zonder vestiging in Suriname. Wil zo'n aanbieder onder het Surinaamse toezichtregime vallen, dan moet deze fysiek in Suriname gevestigd zijn.

De bank zal wel kunnen nagaan welke aanbieders zich specifiek op de Surinaamse markt richten. Daarbij kan worden gekeken naar websites, cryptoplatforms, sociale media en advertenties. Ook het gebruik van lokale valuta of talen, samenwerking met lokale influencers en sponsoring van lokale evenementen kunnen aanwijzingen zijn dat een buitenlandse aanbieder zich op Surinaamse klanten richt.

Discussie over 51 procent
Veel aandacht ging uit naar de bepaling dat één aandeelhouder maximaal 51 procent van een virtuele-activa-dienstverlener mag bezitten. Vanuit het parlement werd gewaarschuwd dat deze beperking juist Surinaamse ondernemers en internationale fintechbedrijven kan afschrikken.

De regering hield echter vast aan de bepaling. Volgens Wijnerman moet daarmee worden voorkomen dat eigendom en zeggenschap te sterk bij één aandeelhouder worden geconcentreerd. De regering ziet de beperking als een manier om checks-and-balances en risicospreiding binnen deze financieel gevoelige sector te bevorderen.

Tijdens het debat zijn nog wijzigingen in het ontwerp aangebracht. Onder meer werd de strafbaarstelling aangescherpt. Ook werden bepalingen aangepast over het inschakelen van externe deskundigen en de beoordeling van personen die bij dienstverleners betrokken zijn.

Innovatie niet tegenhouden
Wijnerman benadrukte dat de regelgeving niet bedoeld is om fintech en innovatie af te remmen. Het uitgangspunt is volgens de regering juist dat nieuwe financiële technologie zich kan ontwikkelen binnen duidelijke regels waarbij de risico's voor klanten en het financiële stelsel worden beheerst.

Ook komt er een openbaar register van vergunninghouders. Dat register moet permanent via de website van de CBvS toegankelijk zijn en wordt bijgewerkt wanneer nieuwe dienstverleners worden ingeschreven of registraties worden geschrapt.

De wet zal zes maanden na afkondiging in werking treden. Volgens de regering is die periode nodig om de nieuwe regelgeving zorgvuldig te implementeren en betrokken partijen gelegenheid te geven zich op de wettelijke eisen voor te bereiden.

Commissievoorzitter Rabin Parmessar wees tijdens de behandeling vooral op het belang van het voorkomen van internationale blacklisting. VHP-fractieleider Asis Gajadien benadrukte daarnaast dat de regelgeving voldoende ruimte moet blijven bieden voor innovatie en deelname aan het financiële systeem.

Na de stemming stelde vicepresident Gregory Rusland dat met de wet een belangrijke stap is gezet in de modernisering en bescherming van het financiële stelsel. Volgens hem moeten de nieuwe regels niet alleen witwassen en terrorismefinanciering tegengaan, maar ook bijdragen aan het vertrouwen in Suriname als financiële jurisdictie.

De ontwerpwet was op 6 juli door de regering bij DNA ingediend. Met de unanieme steun van de 32 aanwezige leden is het wettelijke fundament voor toezicht op de markt voor virtuele activa nu gelegd.