Minister Raymond Landveld van TCT beantwoordt vragen over SLM.
De toekomst van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) is dinsdag opnieuw scherp ter discussie gesteld in De Nationale Assemblee. Parlementariërs willen weten hoeveel schuld het bedrijf werkelijk heeft, hoeveel geld de Staat er nog in moet steken en vooral welke keuze de regering maakt: de SLM behouden als nationale luchtvaartmaatschappij, geheel of gedeeltelijk privatiseren of een andere koers kiezen. Minister Raymond Landveld van TCT kon nog geen definitief antwoord geven en verwees voor meer duidelijkheid naar de aandeelhoudersvergadering die voor september is voorzien.

Raymond Sapoen (NDP) stelde dat het parlement na ongeveer een jaar nog altijd geen duidelijk beeld heeft van zelfs de schuldpositie van de maatschappij. Hij noemde verschillende bedragen die circuleren en vroeg waarom het met beschikbare financiële deskundigheid zo moeilijk blijkt de exacte schuld vast te stellen. Ook wilde hij weten of Grassalco nog steeds financiële injecties aan de SLM verstrekt.

Voor Sapoen is echter vooral de toekomst van de maatschappij de kernvraag. Hij wil weten of de regering kiest voor behoud van de SLM als national carrier, gedeeltelijke privatisering of een andere constructie. Volgens hem heeft het weinig zin geld in het bedrijf te blijven stoppen zonder een duidelijke strategische keuze.

Assembleelid Mahinder Jogi (VHP) stelde opnieuw indringende vragen over de SLM. Hij vroeg hoe lang de Staat een verlieslatende onderneming financieel kan blijven ondersteunen. Er viel meermaals de kwalificatie van een mogelijke "bodemloze put". Ebu Jones (NDP) wees erop dat de SLM als nationale luchtvaartmaatschappij ook een strategische functie vervult. Volgens hem helpt de aanwezigheid van de SLM de tarieven op met name de verbinding met Nederland in balans te houden. Hij riep ministers en parlementariërs bovendien op zelf met de nationale maatschappij te reizen als zij vinden dat die behouden moet blijven. NDP-fractieleider Rabin Parmessar vroeg om veel meer financiële informatie op papier. Volgens hem kan pas een zakelijke discussie over de toekomst van het bedrijf worden gevoerd wanneer duidelijk is hoe de onderneming financieel en organisatorisch ervoor staat.

Landveld erkende dat de SLM momenteel met operationele problemen kampt. Voor de regionale vluchten beschikt de maatschappij over twee vliegtuigen. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat beide toestellen afzonderlijk een bezettingsgraad van ongeveer 40 tot 45 procent hadden. Daarom is ervoor gekozen de reguliere operatie zoveel mogelijk met één toestel uit te voeren, waardoor volgens de minister een bezettingsgraad van 85 tot 90 procent kan worden bereikt. Het andere toestel kan voor charters worden ingezet.

Een van de regionale vliegtuigen heeft echter een technisch mankement en wordt in Guyana gerepareerd. Landveld verwacht dat het toestel binnen één tot twee weken weer beschikbaar is. Ook het wetlease-toestel waarmee de route Paramaribo-Amsterdam wordt uitgevoerd, heeft volgens hem technische problemen. Daardoor moesten twee vluchten worden geannuleerd en passagiers worden omgeboekt. De verwachting is dat deze situatie binnen ongeveer een week wordt genormaliseerd.

De SLM is ondertussen bezig haar exacte schulden bij crediteuren vast te stellen. Ook wordt het routenetwerk onderzocht en wordt gekeken naar de samenstelling van de vloot. Volgens Landveld wordt bovendien met Embraer gesproken over mogelijkheden om de vloot te optimaliseren. Op vragen over de financiële ondersteuning zei Landveld later dat er maanden zijn geweest waarin de SLM geen subsidie nodig had, maar ook maanden waarin wel financiële steun moest worden gegeven. Hij wil het management tijd geven om de gegevens verder uit te werken.

De minister beloofde aanvullende informatie schriftelijk naar het parlement te sturen. Volgens hem zal vooral tijdens de voor september geplande algemene vergadering van aandeelhouders een scherper beeld moeten ontstaan van de financiële positie en de verdere koers van de maatschappij.

Daarmee bleef dinsdag juist de grootste politieke vraag nog onbeantwoord: hoeveel is de Staat uiteindelijk bereid te blijven investeren in de SLM en wat moet daar tegenover staan?