Vrijwilligers van het Rode Kruis in de Democratische Republiek Congo dragen het lichaam van een ebolapatiënt. (Foto: AFP)
De ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo (DRC) heeft inmiddels 2.325 levens geëist, waarmee het de dodelijkste uitbraak ooit in het land is geworden. Het aantal bevestigde besmettingen is gestegen tot 4.945, met 101 nieuwe gevallen in de afgelopen 24 uur, meldt het Nationaal Instituut voor Volksgezondheid van de DRC.

Volgens Tom Fletcher, humanitair chef van de Verenigde Naties, is deze uitbraak de snelst groeiende ooit geregistreerd in het land. Hij benadrukt dat er dringend meer snelheid, schaal en solidariteit nodig is om het virus onder controle te krijgen voordat het ons te ver vooruitloopt.

Deze uitbraak, de zeventiende in de geschiedenis van de DRC, overtrof eind juli al het aantal gevallen van de vorige recorduitbraak tussen 2018 en 2020. Met het huidige aantal doden heeft het de 2.299 slachtoffers van toen inmiddels overtroffen.

WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus waarschuwde deze week dat als de uitbraak in dit tempo doorgaat, het de West-Afrikaanse ebola-crisis van 2014-2016, waarbij meer dan 11.000 mensen omkwamen, zou kunnen overtreffen.

De huidige uitbraak wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-type ebolavirus, waarvoor nog geen goedgekeurde vaccins of behandelingen bestaan. De bestrijding wordt bemoeilijkt door de zwakke gezondheidsinfrastructuur, de afgelegen ligging van getroffen gebieden en aanhoudende conflicten langs de grenzen met Zuid-Sudan, Oeganda en Rwanda.

Een gezondheidsmedewerker sproeit ontsmettingsmiddel in een pas gegraven graf voor het lichaam van Jacques Lobo Dhena, die stierf aan ebola, in Bunia, provincie Ituri, Oost-Congo. (Foto: AP)

De DRC kampt al decennia met ebola-uitbraken, deels door de ligging in het Congobekken, een regio waar het virus van nature voorkomt in wilde dieren zoals vleermuizen. Menselijke besmetting vindt vaak plaats na contact met deze dieren of via overdracht van mens op mens. Bovendien zorgen politieke instabiliteit, armoede en beperkte toegang tot gezondheidszorg ervoor dat uitbraken moeilijk te beheersen zijn.

De sterfte onder bevestigde gevallen is gestegen van ongeveer 20 procent in juni naar 46 procent nu, wat betekent dat bijna één op de twee bevestigde patiënten overlijdt. Dit wijkt af van het normale patroon waarin het sterftecijfer daalt naarmate contactonderzoek verbetert en patiënten eerder behandeld worden.

Thomas Parisch van Artsen zonder Grenzen (MSF) legt uit dat veel gevallen te laat worden ontdekt, soms pas nadat patiënten in de gemeenschap zijn overleden, waardoor effectieve behandeling achterwege blijft.

Momenteel worden enkele experimentele vaccins en therapieën getest, terwijl gezondheidsautoriteiten onderzoeken of bestaande ebolabehandelingen bescherming kunnen bieden. Tot nu toe is het bewijs hiervoor beperkt tot dierstudies.