Het Braziliaanse staatshoofd grapte dat de ruwe olie zo lekker ruikt dat hij het wil bewaren. (Foto: AFP)
De Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva heeft maandag de recente ontdekking van olie voor de Amazonekust geprezen als een "paspoort naar de toekomst". Dit ondanks felle kritiek van milieuactivisten die zich zorgen maken over de gevolgen van boren in dit ecologisch kwetsbare gebied.

Oliebedrijf Petrobras, waarin de Braziliaanse staat het grootste aandeel heeft, maakte vorige week bekend dat het hydrocabonen heeft gevonden voor de kust van de noordelijke deelstaat Amapá. Dit gebeurde bijna een jaar nadat het bedrijf met het boren was begonnen, na een langdurig proces van vijf jaar om een milieuvergunning te verkrijgen.

Tijdens een bezoek aan de operaties base van Petrobras droeg Lula een oranje overall van het bedrijf en hield hij een flesje ruwe olie omhoog, die hij met een grap omschreef als ‘zo lekker ruikend dat ik het wil bewaren’. Hij benadrukte dat hij het belang van deze vondst erkent als een noodzakelijke stap voor het land, ook al blijft hij pleiten voor een geleidelijke afbouw van fossiele brandstoffen om klimaatverandering tegen te gaan.

Lula stelt dat de inkomsten uit olie cruciaal zijn om de overgang naar schone energie te financieren en Brazilië te helpen energieonafhankelijk te worden. De olievondst ligt in een maritieme zone die bekendstaat als de Equatorial Margin, ongeveer 175 kilometer uit de kust van het Amazonegebied. Petrobras-president Magda Chambriard gaf aan dat er nog 15 tot 20 dagen boringen nodig zijn om de omvang van het olieveld nauwkeurig vast te stellen.

Milieu-experts waarschuwen al jaren dat het gebruik van fossiele brandstoffen de belangrijkste oorzaak is van de opwarming van de aarde. Daarnaast maken zij zich zorgen over de bedreiging van de biodiversiteit in de regio, die grenst aan het grootste regenwoud ter wereld.

De olievondst heeft geleid tot verdeeldheid in de Braziliaanse politiek. Lula’s politieke tegenstanders wijzen op de risico’s voor het milieu en waarschuwen dat nieuwe olie-initiatieven de urgentie van energietransitie ondermijnen. Zij roepen op tot strengere milieuregels en investeringen in duurzame energiebronnen.

Lula’s bondgenoten benadrukken echter de economische kansen en het belang van energieonafhankelijkheid, vooral in een tijd van wereldwijde energieonzekerheid. Ze stellen dat de olie-inkomsten nodig zijn om sociale programma’s te financieren en de armste bevolkingsgroepen te ondersteunen.

Tegelijkertijd is er felle oppositie van milieuorganisaties en inheemse gemeenschappen. Zij vrezen dat de olie-exploratie de kwetsbare ecosystemen van de Amazone en omliggende mariene gebieden kan beschadigen, met onherstelbare gevolgen voor biodiversiteit en het klimaat.

Verschillende milieuactivisten hebben aangekondigd protesten te organiseren en juridische stappen te overwegen om verdere exploratie tegen te houden. Volgens hen staat de olievondst haaks op internationale klimaatdoelen en de bescherming van het regenwoud, dat een cruciale rol speelt in het reguleren van de mondiale CO2-uitstoot.

De 80-jarige Lula, die zich in oktober verkiesbaar stelt voor zijn vierde niet-opeenvolgende presidentstermijn, balanceert dus op een politiek en ecologisch spanningsveld: hij wil zowel de economische kansen van de nieuwe vondst benutten als het milieu beschermen en het klimaatdoel nastreven.