"De geschiedenis kan niet worden herschreven, maar onrecht kan wel worden hersteld."

Met de initiatiefwet tot wijziging van de Grondwet en de ontwerpwet Bescherming Woon- en Leefgebieden van Inheemse en Tribale Volken staat Suriname op een historisch kruispunt. Niet omdat de Staat nieuwe rechten toekent, maar omdat hij eindelijk rechten kan erkennen die nooit zijn verdwenen.

De rechten van de Inheemse volken zijn pre-existent. Zij bestaan voort uit hun eigen instituties, tradities en eeuwenoude verbondenheid met hun voorouderlijke gebieden. Deze rechten bestonden vóór de kolonisatie, vóór de onafhankelijkheid en vóór het ontstaan van de Surinaamse staat. De Staat verleent ze niet; hij erkent ze.

Daarom is de considerans van de initiatiefwet van belang: zij erkent de Inheemse volken als oorspronkelijke bewoners van Suriname en geeft hun positie een plaats in de Grondwet. Ook de ontwerpwet Bescherming Woon- en Leefgebieden van Inheemse en Tribale Volken vertrekt vanuit hetzelfde uitgangspunt: deze gebieden vormen de basis van hun voortbestaan, identiteit en cultuur. De wet schept die relatie niet, maar beschermt haar.

In datzelfde constitutionele kader verdienen ook artikel 6 en artikel 41 van de Grondwet bijzondere aandacht. Artikel 6 bepaalt dat de Staat de fundamentele rechten en vrijheden van de mens erkent en garandeert. Artikel 41 bepaalt dat de natuurlijke rijkdommen en hulpbronnen van Suriname toebehoren aan de natie en moeten worden aangewend ten behoeve van de ontwikkeling van het land. Juist gezamenlijk gelezen maken deze bepalingen duidelijk dat het nationaal belang niet kan worden gerealiseerd door de historische rechten van de oorspronkelijke bewoners te negeren. Integendeel: een rechtvaardige toepassing van artikel 6 en artikel 41 veronderstelt dat de Staat bij het beheer en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen de pre-existente rechten, leefgebieden en bestaansvoorwaarden van deze volken respecteert.

Deze benadering sluit aan bij de preambule van de Surinaamse Grondwet en bij de internationale rechtsontwikkeling. UNDRIP, door Suriname ondersteund in 2007, bevestigt dat Inheemse rechten voortvloeien uit historische aanwezigheid en de traditionele relatie met het grondgebied. Dat werd ook bevestigd in het arrest Kaliña and Lokono Peoples vs. Suriname van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens in 2015.

Samen wijzen UNDRIP, het arrest, artikel 6 en artikel 41 van de Grondwet, de grondwetswijziging en de ontwerpwet in één richting: de rechten van de Inheemse volken zijn ouder dan de Staat zelf en moeten binnen de constitutionele orde volwaardig worden erkend en beschermd.

Daarom gaat de huidige discussie niet over het verlenen van rechten, maar over herstel: van constitutionele rechtvaardigheid, historische waarheid en de rechtsorde.

Dat is de primaire reparatie van Suriname. Zonder die erkenning blijft een wezenlijk deel van onze constitutionele geschiedenis onvoltooid.

De rechten van de Inheemse volken beginnen niet bij de wet; de wet behoort bij die rechten te beginnen. Dáár begint de primaire reparatie van Suriname.

Uriël Sabajo en Tadzio Sarijoen