Laat een goede crisis nooit verloren gaan.” Deze uitspraak – die aan Churchill wordt toegeschreven – geldt ook voor het gewapende conflict tussen de VS en Iran. Dit is geen oproep tot opportunisme, maar een uitnodiging om lessen te trekken of op zijn minst wakker te worden. Anders is zo’n conflict, met zoveel menselijk leed en economische schade, volstrekt zinloos en verspilling.

Na de sluiting van de Straat van Hormuz schoot de prijs van ruwe olie in korte tijd van ongeveer 61 naar 118 dollar per vat. Één smalle zeestraat, goed voor ‘slechts’ twintig procent van de wereldwijde olie- en gasstroom, maar genoeg om de wereldeconomie te ontregelen. Hoe vel je het meest effectief een reus van een vent? Knijp slechts zijn strotklep dicht.

Wat deze crisis werkelijk blootlegt, is niet zozeer de gevoeligheid van de olieprijs, maar de structuur van de wereldeconomie zelf. Die is in grote mate afhankelijk van één smalle doorgang – een flessenhals – die onderhevig is aan geopolitieke spanningen. Dat is niet bepaald robuust.

Toch lag het alternatief al klaar, lang voordat de eerste raketten werden afgevuurd: zonne-energie. Nog in december 2025 daalden de kosten van batterijen voor energieopslag met bijna de helft in één jaar. De huidige crisis liet dus zien dat schone energie al goedkoop was. China exporteerde in korte tijd tientallen gigawatt aan zonne-energiecapaciteit, Europa verminderde zijn gasimporten met miljarden euro’s en landen als Pakistan zagen hun energiemix flink verschuiven naar de zon. Niet gepland, maar geduwd door noodzaak en marktwerking.

Van klimaatregel naar energiezekerheid
Zonne-energie is niet langer alleen een klimaatmaatregel, maar een kwestie van energiezekerheid. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) schat dat de wereldwijde investeringen in energie inmiddels oplopen tot 3,4 biljoen dollar, waarvan 2,2 biljoen voor de energietransitie. Driekwart daarvan lag al vast vóór de crisis. Die versnelde dus niet het begin van de transitie, maar gaf een al gaande beweging een extra duw.

Daar ligt precies de kans voor landen die nog moeten kiezen waar ze instappen. Suriname is zo’n land, met zelfs een uitzonderlijke positie: rijk aan fossiele energie (olie) en aan natuurlijke koolstofopslag dankzij ruim negentig procent bosbedekking. Suriname behoort tot de meest koolstofnegatieve landen ter wereld. Ons bos is geen bijzaak, maar economisch actief in wording, onder meer dankzij het Klimaatakkoord van Parijs.

Tegelijkertijd staat ons land aan het begin van een grotere rol als olieproducent. Dat creëert een spanningsveld dat veel landen kennen: ontwikkelen of het milieu beschermen, energie leveren of uitstoot beperken. Niet voor ons. Wij hebben het bos én de zon; de spagaat van de wereldeconomie maakt het eindelijk mogelijk om beide te benutten.

De strategie is eenvoudig. Gebruik olie voor exportinkomsten, niet voor binnenlands verbruik. En laat het land zelf draaien op zon. Suriname heeft een van de hoogste zoninstralingsniveaus in de regio, terwijl nog steeds een groot deel van onze elektriciteit wordt opgewekt met diesel en zware stookolie. Een koolstofnegatief land onwaardig.

Drieledig voordeel
Door vervanging van ‘dieselstoken’ door zonne-energie ontstaat direct een drieledig voordeel: lagere kosten, minder uitstoot én meer exportcapaciteit van olie. Tegelijkertijd kan het bos onaangetast worden ingezet als waardevolle koolstofopslag. Niet als compensatie voor vervuiling, maar als zelfstandig economisch fundament.

Belangrijk is dat deze twee sporen elkaar versterken. De zon is inmiddels zo goedkoop dat zij zichzelf terugverdient zonder afhankelijk te zijn van koolstofkredieten. Het bos daarentegen blijft waardevol als blijvende koolstofopslag. Samen vormen zij een zeldzame combinatie: energieopwekking én natuurlijke opslag in één nationaal model.

De timing is echter cruciaal. De wereldwijde vraag naar zonne-energie groeit snel, maar de productiecapaciteit en leveringstijden van hardware staan onder druk. Prijzen kunnen opnieuw stijgen wanneer de vraag het aanbod inhaalt. Het huidige moment is daarom een open venster dat niet onbeperkt open blijft.

Internationaal beweegt het kapitaal al. Overheden en investeringsbanken richten miljardenstromen op energiezekerheid en hernieuwbare infrastructuur. Wat ontbreekt, is niet geld of technologie, maar snelheid van besluitvorming en geloofwaardigheid van beleid.

Slim combineren
Voor Suriname ligt de keuze dus niet in het kiezen tussen olie of natuur, maar in het slim combineren van beide. Verkoop de olie aan de wereld, gebruik de zon voor het binnenland en waardeer het bos als blijvend kapitaal. Niet als drie losse beleidslijnen, maar als één geïntegreerde strategie.

De oorlog tussen de VS en Iran heeft de overgang naar schone energie niet langer onderhandelbaar gemaakt, maar onvermijdelijk. Deze crisis heeft zichtbaar gemaakt wat al mogelijk was. De flessenhals Hormuz veroorzaakte niet de triljoenen aan investeringen in zonne-energie, maar is de schop onder de kont die de wereld eindelijk laat handelen. Anders dan in de jaren zeventig ligt het goedkope alternatief al lang op de plank. Laten we die niet mislopen door passief en lijdelijk af te wachten, maar de durf hebben de energietransitie mede proactief vorm te geven terwijl zij nog betaalbaar en bereikbaar is. Laten we een goede kans niet verloren laten gaan.

John Goedschalk