Naar aanleiding van de opinie van 29 maart 2026 in Starnieuws van Carlo Jadnanansing breng ik graag nog het volgende onder de aandacht.
Een actuele ontwikkeling bij dit onderwerp is de situatie in Nederland, die ten grondslag lag aan de Surinaamse regeling in artikel 140 GW.
Ik had aan beide situaties aandacht besteed in mijn artikel in het Surinaams Juristenblad van 2021.2 (SJB september 2021).

Op basis van de adviezen van de Commissie Fokkens (Commissie herziening wetgeving ambtsdelicten kamerleden en bewindspersonen: “niet boven, maar in de wet”) van juli 2021 is de Nederlandse ministerraad met twee wetsvoorstellen akkoord gegaan op 6 juni 2025 en is op 23 juni 2025 een adviesaanvraag aanhangig gemaakt bij de Raad van State in Nederland. Op 17 december 2025 heeft de Raad van State hieromtrent advies uitgebracht (zie noot).

De regering heeft, aldus de RvS, twee wetsvoorstellen ingediend om de procedure voor de opsporing, vervolging en berechting van ambtsdelicten te wijzigen. Het eerste voorstel wijzigt artikel 119 van de GW. Die wijziging houdt in dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad de opdracht tot vervolging geeft in plaats van de regering of de Tweede Kamer. Verder wordt niet langer bepaald dat de berechting plaatsvindt door de Hoge Raad. Hierdoor kan de berechting van ambtsmisdrijven bij de rechtbank en het gerechtshof plaatsvinden.

Wijziging van de Grondwet wordt wenselijk geacht. Een groot bezwaar tegen de huidige procedure is de politieke betrokkenheid bij de beslissing om een Kamerlid of bewindspersoon te vervolgen. De afdeling Advisering van de Raad van State deelt de opvatting van de regering dat dit politieke element uit de procedure moet worden gehaald en dat de procedure in de Grondwet moet worden verankerd.

Noot vdB
Ook in Suriname is de procureur-generaal onafhankelijk en voor het leven benoemd (art. 141 lid 2 GW).
In mijn bovenvermeld artikel in het SJB van 2021.2 heb ik nog aandacht besteed aan de “Venice Commission”, zie noten 22 en 24 op pag. 69 en 77 van het artikel. Deze commissie (adviesorgaan van experts aan de Raad van Europa op het gebied van democratie en recht, waarvan ook experts deel uitmaken van landen uit o.a. Zuid-Amerika, zoals Chili, Peru en Brazilië (en Argentinië en Uruguay als zgn. observer states)), heeft op 11 maart 2013 over dit onderwerp een zgn. Legal Opinion uitgebracht.

Mr. Ed van den Boogaard