Als de film Wan Pipel wordt aangekondigd, raken de emoties van elke Surinamer in beroering. De film is episch, iconisch; je voelt verbondenheid. We laten zowat alles uit onze handen vallen om deze film te zien. En met slechts één focus: wan kondre, wan kondresingi, wan fraga, Wan Pipel. De film raakt, hij boeit. Wan Pipel heeft geen gelijke, laat staan dat hij ooit is overtroffen.

Toen ik Wi Na Wan voor het eerst hoorde, bekroop mij eenzelfde gevoel. Wi Na Wan na wan yeye-poku. Een hogere macht vraagt om onze aandacht en wij kunnen die macht niet negeren. Je wordt meegezogen en je weet het zeker: hier wordt iets van ons, Surinamers, gevraagd wat we niet kunnen weigeren. Dat gevoel drong zich weer aan mij op toen bekend werd dat de vertolker van dit iconische volkslied, Kenneth Arias, onlangs overleed. De tekst is geschreven door de ziel van Julius 'Ouwe' Vreden.

Ik neem u mee naar 1990, het jaar dat dit nummer werd ingeschreven voor deelname aan de liedjeswedstrijd van Suripop. Op de presentatieavond van de Suripop LP VI aan de Surinaamse media in de Buiten-Sociëteit Het Park werden de componist/schrijver geïntroduceerd en een kort fragment van de nummers afgespeeld. Ik werkte toen bij Radio Boskopu. De epische fluitintro pakte je direct bij de keel. Het drong diep tot je door. Het land Suriname en zijn gemêleerde samenleving worden verzocht, bijna gesmeekt, zich als één te gedragen en te voelen. De eerste bewoners, de Inheemsen, worden geëerd met de sambura en de introzang. We horen Sranantongo, Nederlands en Sarnami, enkele van de vele Surinaamse talen.

Na de introductie zei ik tegen meesterconferencier Henk van Vliet, die de avond leidde: "Henk, dit nummer wint het Suripop-festival." Zo'n stellige indruk en impact had dit nummer gemaakt. Je voelde gewoon dat Wi Na Wan geen popsong was. Het was meer, veel meer. Niet alleen qua tekst. De muziek en het arrangement bruisen van een ongekende kracht; ze vormden één overweldigend geheel. Kenneth Arias was uitverkoren om met zijn aparte stem het geheel te completeren. Een perfecte combinatie die bij iedere Surinamer het hart sneller doet kloppen en de ziel dusdanig beroert dat je wordt gedwongen het lied, de tekst, de muziek en zeker ook de stem van de zanger tot je te nemen.

Eindelijk. Eindelijk was er een lied dat dwars door alle Surinaamse culturen ging, waar we allen zo naar snakten. Als Surinamers misten wij iets om onze verbondenheid met deze grond tot uiting te brengen. Opo Kondreman, ons volkslied, had zijn evenknie gekregen. Wi Na Wan had voor elkaar gekregen wat geen enkele politieke leider ooit was gelukt. Want je kan ervan vinden wat je wilt, dit lied is ontsproten uit politiek idealisme. Wij als Surinamers hadden dit nodig. De Binnenlandse Oorlog was toen nog gaande. We waren verdeeld tot op het bot, zowel politiek als ideologisch. Surinamers bevochten elkaar op leven en dood. En Wi Na Wan, nota bene een lied dat meedeed aan een populaire liedjeswedstrijd, was het antwoord. "Het doet er niet meer toe van waar je kwam, alamala, dis' na wan Srananman." Ik kan het je vertellen: mede dankzij de luisteraars van Radio Boskopu was de airplay heel hoog. Zo hoog dat hedendaagse streamingsdiensten er geld mee zouden verdienen.

Op mijn reactie reageerde Henk van Vliet niet zo enthousiast als ik. Begrijpelijk. Hij was van de organisatie en elk liedje verdiende, terecht, evenveel aandacht. Hij vroeg om ook de andere negen nummers een gelijke kans te geven. Natuurlijk kregen alle nummers dezelfde kans op airplay. Maar geen van hen kon, met alle respect voor de overige componisten en uitvoerders, tippen aan het overweldigende dat Wi Na Wan in zich droeg. Groskin no sabi fu sari san a poku disi du nanga yu a ten dati, tide nanga a konten.

En dan die bewuste avond van de liedjeswedstrijd. Ook zo'n beleving die nooit meer is geëvenaard. Surinaams chaotisch, kun je wel stellen. De finale in het NIS (ik hoop dat de beelden nog terug te vinden zijn) verliep niet zoals gepland. Wi Na Wan stond als vierde geprogrammeerd. Ik hoor Henk van Vliet nog roepen, bijna smeken, of Kenneth Arias zich op het podium wilde melden voor zijn optreden. De hulp van het publiek werd ingeroepen. Kenneth Arias verscheen echter niet. Sterker nog, hij was op dat moment niet eens in het NIS.

Waar was hij dan? Hij bevond zich in het geïmproviseerde Marrondorpje Pokigron achter het NIS. Vanwege de Binnenlandse Oorlog waren daar tijdelijk vluchtelingen ondergebracht. "Wat deed hij daar?", zult u zich afvragen. Heel nuchter zat hij daar zijn dyonko te roken. Degenen die hem van dichtbij hebben gekend, kunnen het beamen. Kenneth Arias blowde als een ketter en die avond was daarop geen uitzondering.

Toen hij zich voldoende geestelijk had ingeleefd voor de vertolking van het Surinaamse verhaal, toog hij naar binnen. Van de organisatie moest hij voor 'straf' als laatste optreden. Achteraf bleek dat geen straf. Het stond in de sterren van die avond geschreven. Dat was het juiste moment waarop dit lied als afsluiting van een fameuze avond moest worden gebracht.

Het bleek ook de beste uitvoering van de avond. Kenneth zong en Julius 'Ouwe' Vreden tokkelde mee op zijn birimbao, een eensnarig instrument met halverwege een opengesneden kalebas met een gat erin. Het publiek werd helemaal wild. Het was geen wedstrijd meer. Het was een apotheose die je maar één keer in je leven meemaakt. De Suripop-organisatie had dit niet kunnen voorspellen. Alles viel op zijn plek. De winti die door het NIS ging, oversteeg elke spirituele verwachting. Wi Na Wan oversteeg alle liedjes die bedoeld waren om het Surinaamse chauvinisme kleur en inhoud te geven. En dat tijdens een populaire liedjeswedstrijd. Kenneth Arias, met zijn eigengereide stem en karakter, was de koning van de avond. Julius 'Ouwe' Vreden was de meestercomponist.

Kenneth is niet meer, maar Wi Na Wan zal in Surinaamse waardigheid blijven voortleven…

Stuart Rahan
Journalist