Vervolging van politieke ambtsdragers
Ratio van de WIPA: het voorkomen van lichtvaardige of politiek gemotiveerde vervolgingen van (gewezen) politieke ambtsdragers. De G.W. bepaalt dat vervolging van (gewezen) politieke ambtsdragers slechts kan plaatsvinden nadat op de vordering van de P.G. daartoe door DNA is beslist. Artikel 140 G.W. en de WIPA vormen een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel en het vervolgingsmonopolie van het O.M. De auteur bepleit (met vele anderen) het schrappen van artikel 140 G.W. en intrekking van de WIPA.
Door de recente vordering van de P.G. tot in staat van beschuldigingstelling van (gewezen) politieke ambtsdragers bij DNA, staat de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA) opnieuw in de belangstelling. Over dit onderwerp is al veel geschreven. De kernvraag, zoals treffend geformuleerd door mr. Ed H.J. van den Boogaard (SJB 2021 no. 2), luidt: “Moeten we de politiek nog langer laten bepalen of een politieke ambtsdrager strafrechtelijk vervolgd mag worden in geval van verdenking van een ambtsmisdrijf?”
Artikel 140 G.W. bepaalt dat politieke ambtsdragers voor in functie gepleegde misdrijven (ambtsmisdrijven), ook na hun aftreden, terechtstaan voor het Hof van Justitie (HvJ). De vordering – veelal ten onrechte aangeduid als verzoek – kan uitsluitend worden ingesteld door de P.G. en omvat een korte feitelijke omschrijving van het misdrijf/de misdrijven waarvan de betreffende (gewezen) politieke ambtsdrager wordt verdacht. In beginsel moet binnen 90 dagen een beslissing worden genomen.
De WIPA, in werking sinds 2001, definieert politieke ambtsdragers als de president, vicepresident, ministers, onderministers en leden van vertegenwoordigende lichamen. Opvallend is dat de wet aanvankelijk niet expliciet vermeldde dat het uitsluitend om ambtsmisdrijven ging. Dit kon de indruk wekken dat ook commune misdrijven onder de wet vielen. Hoewel artikel 140 G.W. dit beperkt tot ambtsmisdrijven, verdient het wetstechnisch de voorkeur dat dit ook expliciet in de WIPA zelf wordt opgenomen.
Bij de wijziging van de WIPA in 2007 is in het nieuwe artikel 12a duidelijk gesteld dat het om ambtsmisdrijven gaat, waardoor alle twijfel is weggenomen. Vóór 2007 werden de ambtsdragers in eerste en enige aanleg berecht door het HvJ. Op grond van internationale regels bestaat de verplichting dat hoger beroep mogelijk moet zijn tegen een veroordelend strafvonnis. Daarom is in 2007 een beroepsmogelijkheid geschapen, ook bij het HvJ, dat in de onderhavige procedure als forum privilegiatum geldt voor de (gewezen) ambtsdragers. Hiermee wordt bedoeld dat laatstgenoemden vanwege de “hoogheid” van het ambt het voorrecht hebben om ook in eerste aanleg door het HvJ berecht te worden.
Ratio van de WIPA
De WIPA vormt een uitzondering op het gelijkheidsbeginsel, dat voorschrijft dat iedere burger op gelijke wijze wordt berecht. De gedachte achter deze uitzondering is het voorkomen van lichtvaardige of politiek gemotiveerde vervolgingen.
Artikel 5 WIPA zegt dat DNA niet in de beoordeling van de gegrondheid van het aanmerken van de betreffende (gewezen) politieke ambtsdragers als verdachte in de zin van het Wetboek van Strafvordering treedt, maar uitsluitend beoordeelt of zijn of haar vervolging in politiek-bestuurlijk opzicht in het algemeen belang moet worden geacht.
Het gaat dus niet om de beoordeling of er terecht sprake is van een strafbaar feit, maar slechts of politiek-bestuurlijk gezien het algemeen belang gediend is bij de vervolging. Anders gezegd: DNA moet beoordelen of vervolging maatschappelijke onrust of andere ongewenste maatschappelijke ongeregeldheden ten gevolge zou kunnen hebben.
Deze regeling heeft echter als consequentie dat DNA (gewezen) ambtsdragers kan beschermen, met name wanneer zij tot de regeringscoalitie behoren. Dit is in de praktijk ook gebleken, onder andere in het geval waarbij de WIPA werd toegepast op een gewezen minister van Financiën. In de WIPA wordt inbreuk gemaakt op het vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie (OM), dat juridisch als enige verantwoordelijk is voor strafvervolging.
Daarnaast bestaat er normaal gesproken een correctiemechanisme: als het OM weigert te vervolgen, kunnen belanghebbenden het HvJ verzoeken de P.G. tot vervolging te bevelen. De WIPA doorbreekt dit systeem, omdat DNA kan beslissen dat vervolging niet plaatsvindt, zonder dat daartegen een rechtsmiddel openstaat. Hierdoor ontstaat een situatie waarin de uitvoerende macht (DNA) prevaleert boven de rechterlijke macht, wat strijdig is met het beginsel van de spreiding der machten (veelal genoemd: scheiding der machten).
Conclusie
Gelet op het voorgaande ben ik van mening dat het speciale regime voor de vervolging van (gewezen) politieke ambtsdragers moet worden afgeschaft.
Ten eerste is het in strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Ten tweede vormt het een inbreuk op het vervolgingsmonopolie van het OM, dat onderdeel is van de rechterlijke macht.
Anders gezegd: de politiek behoort zich niet te mengen in de strafrechtelijke vervolging. Dat is het domein van het OM.
Momenteel zijn er wetsvoorstellen in behandeling tot wijziging van de G.W., onder meer ter modernisering van de rechterlijke macht en de invoering van een derde instantie. Dat biedt een goede gelegenheid tot afschaffing van artikel 140 G.W. en tevens intrekking van de WIPA.
Het niet lichtvaardig vervolgd mogen worden geldt voor alle burgers van onze rechtsstaat.
Carlo Jadnanansing
Vandaag
Gisteren
- Japan viert 50 jaar diplomatie met Suriname met traditioneel fluitconcert
- Tussen politiek en strafrecht: Constitutionele tegenstelling artikel 140 Grondwet
- Suriname en China markeren 50 jaar diplomatieke banden met reeks activiteiten
- AdeKUS wint regionale moot court en sleept alle hoofdprijzen in de wacht
- Inflatie stijgt naar 10,8%: prijzen licht omhoog in februari
- Man gewond na poging tot beroving
- Trump waarschuwt: ‘Cuba is next' na 'successen' in Venezuela en Iran
- Vrouw overvallen en gekneveld achtergelaten
- Gajadien dringt aan op Wet Bestuursrecht: Transparantie alleen is niet genoeg
- Afwisselend weer met buien en onweer
- Ebu Jones gekozen in Executive Committee internationale parlementaire organisatie
- Presidenten Simons en Lula willen sterkere samenwerking en betere verbindingen
- Vier zakken mest per hectare voor rijstboeren na akkoord LVV en sector
Eergisteren
- Goudsector moet inclusiever en duurzamer: vrouwen en jongeren centraal
- Canada zet in op vrijhandelsovereenkomst met Mercosur tegen herfst
- Bedrijfsleven kritisch over brandstofplafond: pleidooi voor gerichter beleid
- Moni Karta ontspoord: sociaal beleid gekaapt door politieke loyaliteit
- Japan ondersteunt vrouwenproject Suriname bij 50 jaar diplomatieke banden
- Oekraïne sluit veiligheidsdeals in het Midden-Oosten tegen Iraanse drones
- Twee verdachten opgepakt in Nickerie voor smokkel en illegale goederen
- SER moet koers uitzetten voor duurzame ontwikkeling Suriname
- Kustwachtraad krijgt actieve rol in beleid: geen ceremonieel orgaan
- Wisselvallige vrijdag met zon, wolken en lokale buien
- Drones en mijnen: Innemen Kharg-eiland zeer riskant voor Amerikaanse troepen
- Column: Bezuinigen of bezwijken: tijd voor harde keuzes
- Suriname reageert op Guyana: maritieme heffingen Corantijn geen nieuw beleid