President Jennifer Simons heeft de Sociaal Economische Raad (SER) opnieuw in positie gebracht als strategisch adviesorgaan voor het sociaaleconomisch beleid. De raad krijgt de opdracht om richting te geven aan duurzame ontwikkeling en de regering én De Nationale Assemblee gevraagd en ongevraagd te adviseren. De installatie van de SER vond donderdag plaats op het Kabinet van de President. In de raad, met als voorzitter Reggy Nelson, zijn de overheid, het bedrijfsleven en de vakbeweging vertegenwoordigd.

President Simons benadrukte dat Suriname zich niet uitsluitend moet richten op toekomstige inkomsten uit de olie- en gassector. Volgens haar is het noodzakelijk om ook andere, met name duurzame sectoren te ontwikkelen, zeker in het licht van internationale ontwikkelingen en sociale rechtvaardigheid, bericht de Communicatiedienst Suriname. 

SER-voorzitter Nelson onderschrijft die visie. “Als we alleen naar oil en gas kijken, belanden we op een dood spoor,” stelde hij. Volgens Nelson moet de raad in kaart brengen welke sectoren duurzaam ontwikkeld kunnen worden en hoe daar gericht beleid omheen kan worden opgebouw

Samenwerking cruciaal
Volgens Nelson is samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en vakbeweging essentieel, gezien de complexe uitdagingen. Hij wees daarbij op internationale spanningen en conflicten, waarvan de effecten ook in Suriname voelbaar zijn.

Robby Berenstein, plaatsvervangend voorzitter namens de vakbeweging, benadrukt dat de SER moet bijdragen aan draagvlak voor beleid en zich richt op brede sociaaleconomische vraagstukken. Daarbij spelen zowel nationale ontwikkelingen – zoals de oliesector – als internationale factoren een rol. Ook thema’s als energietransitie en klimaatverandering krijgen nadrukkelijk aandacht.

Mervel Kotzebue, plaatsvervangend voorzitter namens het bedrijfsleven, wees erop dat de raad lange tijd inactief is geweest en sprak haar waardering uit voor de hernieuwde inzet. Volgens haar moet de SER bijdragen aan een nationale ontwikkelingsvisie gericht op stabiliteit en weerbaarheid. Zij benadrukte dat Suriname de afgelopen decennia meerdere economische schokken heeft doorgemaakt en dat een langetermijnstrategie noodzakelijk is. Hoewel toekomstige olie-inkomsten kansen bieden, plaatst zij kanttekeningen bij de afhankelijkheid daarvan.“Wij moeten bijdragen aan een weerbaar Suriname, ook voor de komende generatie,” zei Kotzebue.