Ex-minister Ferdinand Welzijn is dinsdag ter zitting gehoord door kantonrechter Duncan Nanhoe over zijn mogelijke aandeel in de fraudezaak rond het Alcoa Minerals Pensioenfonds Suriname. Welzijn was voorzitter van het pensioenfonds toen het bestuur in 2015 de aankoop van 500 percelen te Altona namens het fonds deed.

Naast Welzijn werden ook de toenmalige secretaris M.T. en penningmeester R.B. gehoord. De drie bleven erbij dat zij als dagelijks bestuur van het fonds toestemming hadden van het hoofdbestuur om de aankopen te doen. Volgens de verdachten zou er sprake zijn geweest van een compliance-kwestie, waarbij de Centrale Bank van Suriname hen er herhaaldelijk op had gewezen dat het fonds een groot percentage liquide middelen op buitenlandse banken had, die ingezet konden worden voor beleggingen, onder meer in vastgoed.

Dinsdag werden ook drie getuigen gehoord, onder wie twee bestuursleden van het hoofdbestuur en de eigenaar van het Altona-project. Eén van de bestuursleden verklaarde dat er nimmer volmacht was verleend aan het dagelijks bestuur om de percelen aan te kopen. Tijdens vergaderingen was wel gesproken over de mogelijkheden, maar volgens de getuige zou het dagelijks bestuur terugkomen met nadere informatie. In plaats daarvan werd in december 2015 de aankoop van de 500 percelen geformaliseerd, met een uittreksel van notulen waarin het hoofdbestuur zogezegd toestemming had gegeven. Dit uittreksel zou bovendien niet zijn ondertekend.

Welzijn wordt ervan beschuldigd de notulen te hebben vervalst, maar hij ontkende dit. Volgens hem zou juist een ander bestuurslid wijzigingen in het document hebben aangebracht. Op een vraag van zijn raadsvrouw of hij ooit notulen heeft vervalst, antwoordde hij met een wedervraag: “Waarom zou ik dat doen?”

De getuige P.S., eigenaar van het Altona-project, verklaarde dat hij aanvankelijk een prijs van 20.000 euro per perceel had gevraagd. Na onderhandelingen zou dit zijn verlaagd naar 18.500 euro per perceel, wat neerkomt op een totaalbedrag van 9,25 miljoen euro. Er werd echter een onderhandse koopakte opgesteld voor een bedrag van 6 miljoen euro. Volgens P.S. gebeurde dit om de overdrachtskosten voor het pensioenfonds te verlagen. Hij gaf aan dat deze werkwijze niet ongebruikelijk is in de vastgoedsector.

Volgens de getuige moest hij uiteindelijk wel het volledige bedrag van 9,25 miljoen euro ontvangen, maar dit zou in eerste instantie niet zijn gebeurd. In de overeenkomst was ook vastgelegd dat P.S. zou zorgen voor de nutsvoorzieningen op het project, maar die zijn tot nu toe niet gerealiseerd. “Wij zijn er nu mee bezig”, verklaarde hij tegenover de kantonrechter.

Het Openbaar Ministerie zal eind april met het strafvoorstel komen.