Hans Breeveld
We zijn weer wat weken verder na de ‘ontdekking’ dat de zogenaamde dochteronderneming van Grassalco – Guysure Aggregate & Sands Inc. in Guyana – voor Grassalco en de staatskas vooralsnog niet veel meer is dan het kopen van de spreekwoordelijke kat in de zak.

In mijn column De illusie en onze Guyanese ‘vrienden' van 21 mei 2025 noemde ik het prijzenswaardig dat president Santokhi zijn verkiezingscampagne had onderbroken om naar Guyana te gaan voor het bijwonen van de opening van dit bedrijf. Het verbaasde mij dat zijn Guyanese ambtsgenoot, Irfaan Ali, bij die gelegenheid schitterde door afwezigheid. Op grond van reciprociteit (wederkerigheid) zouden wij ten minste mogen verwachten dat de Guyanese president bij zo’n bilateraal gebeuren aanwezig zou zijn, vanwege de aanwezigheid van zijn Surinaamse collega.

Bij nader inzien vraag ik mij af of de Guyanese president niet beter geïnformeerd was dan onze president over wat zich op die gedenkwaardige dag daar in Guyana zou voltrekken. Achteraf bekeken is het best mogelijk dat de Guyanese president wist dat Grassalco een kat in de zak kocht en besloot: “I will not be there when they let the cat out of the bag.” Een Engels equivalent van: “De aap komt uit de mouw.”

De Guyanese president was niet aanwezig bij de ingebruikname van Guysure, maar hij maakte wel tijd vrij om onze president te ontvangen. Een gezamenlijke foto is daar getuige van. Veel Surinamers hebben echter hun wenkbrauwen gefronst bij het zien van die foto: de twee presidenten met tussen hen in een ‘tigri’. Daarbij krijg je de indruk alsof president Santokhi de ‘tigri’ symbolisch overhandigde aan president Ali, die op zijn beurt daar hartelijk voor bedankte.

Ruim één jaar na de officiële ingebruikname van Guysure Aggregate & Sands Inc. zou het toch duidelijk moeten zijn wie onze president op het verkeerde been heeft gezet. Werkend op het presidentieel paleis moest je toch voldoende deskundigheid en zeker ook vaderlandsliefde hebben om te helpen voorkomen dat de president in zijn hemd komt te staan.

Maar ook het ministerie van Buitenlandse Zaken was erbij betrokken, terwijl ook leden van de Raad van Commissarissen en/of de Raad van Toezicht van Grassalco niet vrijuit gaan. Zij hadden kennelijk allen onvoldoende deskundigheid en een gebrek aan vaderlandsliefde.

Wie wij zeker geen gebrek aan deskundigheid en aan vaderlandsliefde kunnen verwijten, is de directeur van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB), Ruben Ravenberg, PhD, MBA. Ik heb weleens met hem de degens gekruist, maar als ik het van een afstand mag beoordelen, ben ik ervan overtuigd dat hij tot nu toe op voortreffelijke wijze invulling geeft aan zijn directeurschap.

Hij was vaker met enkele bestuursleden op ramkoers, maar veelzeggend was daarbij zijn uitspraak dat je geen mensen die belangen hebben in die sector in het bestuur van SBB moet plaatsen. Wij kennen dat in Suriname als: “puspusi e luku merki.”

Dat de rechter Ravenberg – bij een conflict tussen hem en enkele van zijn bestuursleden – in het gelijk stelde, spreekt boekdelen. Dat Ruben Ravenberg er niet voor terugdeinsde om ook bij de Energiebedrijven Suriname (EBS), waar de broer van de voorzitter van zijn partij de scepter zwaait, na te gaan of de palen al dan niet van illegale houtkap afkomstig waren, is eveneens een bewijs van de integriteit en vaderlandsliefde van Ravenberg. Meer nog omdat de EBS een bord had hangen bij het betreffende terrein met de tekst: “Verboden toegang voor SBB,” of woorden van gelijke strekking.

Het lijkt alsof in zijn partij de liefde voor Ravenberg wat verflauwd is, terwijl wij allen – ook de leiding van zijn partij – trots op deze oprechte Surinamer moeten zijn. Als wij de belangen van Suriname en de Surinamers vooropstellen, moet geen enkele politicus aan Ravenberg zeggen dat zij “de post nodig hebben” en dat hij dus moet aftreden.

Dit zou alleen gezegd mogen worden als de post – in dit geval het directeurschap – naar iemand gaat die deskundiger en vaderlandslievender is dan Ravenberg. Maar niet naar iemand die de malafide praktijken waar Ravenberg een eind aan wil maken weer in volle glorie wil laten herleven.

Je kan aan de ene kant niet klagen dat Suriname te weinig geld haalt uit de goudsector vanwege smokkel en uit de houtsector door malversaties, en vervolgens een man die zich onvermoeibaar inzet om korte metten te maken met diefachtigheid – om partijpolitieke redenen – een pootje willen lichten.

Wanneer zal ons land dan eindelijk tot ontwikkeling komen?

Minister Bee heeft ons met de handhaving van Mohamad Nasier Eskak, MSc, MPA, als directeur van Binnenlandse Zaken (Biza) een voorbeeld gegeven dat personen die goed presteren, ondanks hun politieke affiniteit gehandhaafd blijven.

Mevrouw Anastatia Kanapé-Pokie werd vanwege haar deskundigheid en gedrevenheid gehandhaafd als directeur van het CBB. Deze afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken werd geüpgraded tot het Directoraat Burgerzaken, en mevrouw Kanapé-Pokie werd als de juiste persoon op de juiste plaats gehandhaafd.

Slechts zo zal Suriname een welvarende staat worden, als: “The best person in the right place” niet slechts een slogan blijft.

Hans Breeveld