Media zijn geen prikbord. Ze zijn ook geen doorgeefluik. Wie dat wel denkt, verwart journalistiek met een muur waar je een briefje opplakt. Redacties lezen, wegen, checken en beslissen. Dat doen ze bij nieuws, maar óók bij opinie. Juist bij opinie. Want wie met allerlei beweringen komt, moet zijn feiten in de eerste plaats op orde hebben. Vrije meningsuiting betekent niet dat elke mening automatisch een podium krijgt.

Toch lijkt dat onderscheid steeds vaker te verdwijnen. Zodra een redactie besluit een stuk niet te publiceren, wordt het zware woord censuur van stal gehaald. Alsof elke afwijzing een aanval is op de vrijheid van meningsuiting. Maar dat is een misvatting. Niet elke ‘nee’ is onderdrukking. Vaak is het simpelweg professioneel redactioneel werk.

Een simpele vergelijking maakt dat duidelijk. Stel iemand zegt: “Deze school deugt niet, want de leraren doen nooit hun werk.” Dat klinkt stoer en verontwaardigd. Tot je vraagt: wat betekent nooit? Twee uitgevallen lessen? Dan is de frustratie begrijpelijk, maar de uitspraak onwaar. De mening, ik vind dat het beter kan, is legitiem. Het zogenoemde feit niet. En daar zit het probleem.

Dat is precies de grens die een redactie bewaakt. Niet om iemand het zwijgen op te leggen, maar om te voorkomen dat gevoelens, aannames en verdraaiingen worden verkocht als feiten. Een opiniestuk mag scherp zijn. Mag boos maken. Maar het mag niet gebouwd zijn op onwaarheden, suggestieve verdraaiingen of halve verhalen die niet te controleren zijn.

Media zijn er niet om iemands prullenmand te legen. Persoonlijke frustraties, onafgemaakte gedachten of ongefundeerde beschuldigingen horen niet automatisch thuis in de krant of online. Journalistiek is geen vuilnisbelt voor emoties die elders geen gehoor krijgen. Wie iets wil zeggen in het publieke debat, moet bereid zijn woorden te dragen, met feiten, context en verantwoordelijkheid.

Echte censuur is iets heel anders. Dat is wanneer de staat of machthebbers bepalen wat niet gezegd mag worden. Wanneer media onder druk worden gezet, vergunningen worden ingetrokken, journalisten worden geïntimideerd of publicaties worden verboden. Dat is gevaarlijk, omdat het publieke debat gecontroleerd en beperkt wordt. Een redactie die zegt: “Dit publiceren we niet omdat het niet klopt”, doet juist het tegenovergestelde. Die beschermt het debat.

Er bestaat wel een andere, sluipender bedreiging: zelfcensuur. Die ontstaat wanneer journalisten of redacties onderwerpen vermijden uit angst voor politieke druk, adverteerders, rechtszaken of online woede. Dan wordt niet meer gekeken naar wat waar is, maar naar wat veilig voelt. Dáárvoor waarschuwt de Code van Bordeaux, de internationale gedragscode voor journalisten. Niet tegen zorgvuldigheid, maar tegen angst.

Maar een redactie die weigert mee te werken aan het herschrijven of politiseren van feiten, bedrijft geen zelfcensuur. Die toont ruggengraat. Die zegt: “Dit is de grens.” Niet omdat het ongemakkelijk is, maar omdat het niet klopt. Wie een opiniestuk geweigerd ziet, wordt niet monddood gemaakt. Niemand wordt het zwijgen opgelegd. Dat stuk kan altijd elders worden aangeboden. Vrijheid van meningsuiting blijft overeind. Wat wordt tegengehouden, is geen mening, maar onzorgvuldigheid.

Vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Maar vrijheid zonder verantwoordelijkheid is geen vrijheid, het is lawaai. Journalistiek is een vak. Geen hobby. En net als bij elk vak gelden er regels, normen en ethische grenzen. Niet om stemmen te smoren, maar om het publieke gesprek eerlijk en betrouwbaar te houden. Hoewel journalistiek een vrij beroep is, is die vrijheid nooit absoluut. Zij eindigt waar feiten worden verdraaid, rechten worden geschaad of de professionele integriteit in het geding komt.

Een mening is geen vrijbrief. Niet om feiten te verdraaien. Niet om persoonlijke afrekeningen te publiceren. Niet om de media te gebruiken als afvoerputje voor frustraties of propaganda. Wie serieus genomen wil worden, moet bereid zijn zijn mening te bouwen op iets steviger dan boosheid alleen.

Zoals die leraar al zei: je mag vinden dat de school beter kan. Maar zeg niet dat niemand zijn werk doet, als dat niet waar is. Want zonder feiten houdt zelfs de hardste mening geen stand.

Wilfred Leeuwin