De discussie over het meereizen van de echtgenoot van de president had eenvoudig kunnen worden voorkomen. Eén duidelijke zin, op het juiste moment uitgesproken op de persconferentie van president Jennifer Simons, had volstaan. In plaats daarvan ontstond onduidelijkheid, gevolgd door uitleg achteraf, en uiteindelijk een debat dat nu dreigt te ontsporen in een valse tegenstelling: alsof kritische vragen van de media een persoonlijke aanval zouden zijn op het staatshoofd.

Het gaat hier niet om nieuwsgierigheid naar het privéleven van de president, noch om sensatiezucht. Het gaat om transparantie bij officiële staatsmissies, waar publieke middelen, protocol en internationale representatie samenkomen. Juist daar moet de grens tussen privé en ambt glashelder zijn.

Wanneer een partner meereist met een officiële delegatie, rijzen logische en legitieme vragen: in welke hoedanigheid is die persoon aanwezig? Wie betaalt de kosten? Heeft de betrokkene toegang tot officiële bijeenkomsten? En op basis waarvan? Dat zijn geen kwaadaardige vragen, maar kernvragen van behoorlijk bestuur.

De verwarring ontstond niet doordat vragen worden gesteld, maar doordat aanvankelijk geen helder antwoord werd gegeven. Dat pas na het opduiken van foto’s op sociale media, werd verklaard dat de echtgenoot “privé mee was”, terwijl hij zichtbaar deelnam aan officiële ontmoetingen, maakte de kwestie onnodig gevoeliger. Beelden spreken nu eenmaal luider dan woorden. 



Toch zien we in het publieke debat een verschuiving. De aandacht gaat minder uit naar de noodzaak van openheid, en meer naar de vermeende intenties van de media, in het bijzonder Starnieuws, alsof het stellen van vragen op zichzelf verdacht is. Dat is zorgelijk. Want wie de boodschapper diskwalificeert, ontwijkt het gesprek over de boodschap. Door in het debat te stellen, ‘waar waren de media toen First Lady Mellisa Santokhi overal meereisde?’, is niet eens een verdediging maar het uit de weg gaan van verantwoordelijkheid. 

Ten eerste klopt de suggestie niet. Over het meereizen en de rol van de voormalige First is herhaaldelijk, uitvoerig en kritisch bericht en gediscussieerd in de media. Tot vervelens toe zelfs. Dat zij vrijwel structureel en indringend aanwezig was bij buitenlandse reizen van president Santokhi, is nooit onweersproken gebleven. Het onderwerp is juist jarenlang onderdeel geweest van het publieke debat. Ook haar benoemingen en deelname in staatsaangelegenheden zijn fel bekritiseerd. 

Transparantie werkt niet met terugwerkende kracht en niet met vergelijkingen. Bestuurlijke verantwoording is geen estafette waarin vermeende stiltes uit het verleden gebruikt kunnen worden om actuele vragen te neutraliseren. Elke ambtsdrager draagt eigen verantwoordelijkheid, in zijn of haar tijd, onder zijn of haar mandaat. En natuurlijk bepaalt de president wie zij wel of niet meeneemt, zolang daar volledige openheid aan wordt gegeven. De kernvraag is simpel en blijft onbeantwoord; In welke hoedanigheid reist de echtgenoot van de president mee tijdens een officiële missie?   

In een democratische rechtsstaat is transparantie geen gunst, maar een verplichting. Hoe hoger het ambt, hoe minder ruimte er is voor informele uitleg achteraf. Niet omdat bestuurders geen fouten mogen maken, maar omdat onduidelijkheid aan de top direct doorwerkt in het vertrouwen van burgers. 
Kritische journalistiek is daarbij geen vijand van de macht, maar een noodzakelijke tegenkracht. Het is niet de taak van de media om het bestuur comfortabel te houden, maar om het controleerbaar te maken. Wie dat verwart met een aanval, miskent de rol van een vrije pers.

Deze kwestie had niet hoeven escaleren. En ze hoeft ook niet gepersonaliseerd te worden. Waar het om gaat, is een simpel principe: zeg vooraf wie meereist, waarom, in welke hoedanigheid en tegen welke kosten. Dan ontstaat er geen ruimte voor speculatie, geen brandstof voor wantrouwen en geen noodzaak tot defensieve verklaringen en uitlatingen. 

Transparantie voorkomt geen kritiek maar ze maakt kritiek eerlijk, toetsbaar en proportioneel. En dat is in ieders belang; van het staatshoofd, van de media en vooral van het publiek. 

Wilfred Leeuwin