Steven Debipersad, voorzitter VES
Suriname gaat 2026 in met een tweesporenrealiteit. Aan de ene kant is er meer macro-economische rust dan tijdens de piek van de crisisjaren 2020–2021. Er is meer bewustzijn ontstaan over het belang van discipline, transparantie en het bewaken van monetaire stabiliteit. Aan de andere kant blijft de sociaal-economische druk hoog: de koopkracht is kwetsbaar, armoedestress is voelbaar en het vertrouwen van burgers en ondernemers moet verder worden hersteld. Steven Debipersad, voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) beantwoordt 24 gestelde vragen geïntegreerd. 

De belangrijkste uitdagingen voor 2026 zijn niet alleen economisch technisch van aard, maar vooral institutioneel en sociaal:
● Koopkracht en bestaanszekerheid: stabiliteit moet doorwerken naar huishoudens.
● Begrotingsdiscipline en beleidsconsistentie: de verleiding van kortetermijnmaatregelen blijft groot.
● Productieve groei: Suriname moet groeien via productie, export, investeringen en werkgelegenheid, niet via consumptie op krediet of monetaire verruiming.
● Voorbereiding op oil & gas: governance, lokale participatie (local content) en absorptiecapaciteit bepalen of dit een zegen of een valkuil wordt.

Wat in 2025 hoopvol stemt, is dat er geleidelijk meer erkenning is gekomen voor:
● het belang van macro-economische stabiliteit als fundament;
● het verbeteren van beleidssystemen (planning, toezicht en rapportage);
● het besef dat stabiliteit pas duurzaam is wanneer het vertrouwen groeit bij zowel burgers als investeerders.

Reden tot zorg blijft echter:
● dat stabiliteit kan worden ondermijnd door politieke druk en een terugkeer naar oude patronen;
● dat structurele hervormingen te traag verlopen;
● dat de samenleving ongeduldig wordt wanneer stabiliteit niet snel genoeg voelbaar is in de portemonnee.

Waar moet de economie eind 2026 staan om van vooruitgang te spreken?
De VES zou eind 2026 vooruitgang niet alleen afmeten aan macro-indicatoren, maar vooral aan samenhang tussen drie resultaten:
1. Stabiliteit die standhoudt
● een voorspelbaarder prijsniveau met minder schokken;
● een wisselkoers die geen voortdurende onzekerheid veroorzaakt;
● monetair beleid dat geloofwaardig blijft en niet onder druk komt te staan.

2. Een geloofwaardige hervormingslijn in het begrotingsbeleid
● duidelijkere prioriteiten in de uitgaven;
● hogere kwaliteit van besteding (value for money);
● zichtbare verbetering in inning, controle en transparantie.

3. Eerste tastbare stappen richting brede groei
● meer investeringsprojecten die banen creëren;
● meetbare verbetering van het ondernemingsklimaat (vergunningen, toegang tot financiering, rechtszekerheid);
● gerichte sociale maatregelen die werken: beter gericht, minder lekken en meer impact.
● Macro-economie, inflatie, wisselkoers en koopkracht: wat te verwachten in 2026?

Voor 2026 is een voorzichtig positief scenario mogelijk, mits het beleid consistent blijft. De kern is stabiliteit vasthouden en niet terugvallen in reflexen die in het verleden inflatie en wisselkoersdruk hebben aangewakkerd.
Inflatie: kan verder afnemen of beheersbaar blijven als monetair en begrotingsbeleid elkaar niet tegenwerken en verwachtingen verankerd blijven.

● Wisselkoers: zal vooral afhangen van vertrouwen, discipline, exportopbrengsten en de mate waarin de economie wordt overspoeld met extra liquiditeit.

● Koopkracht: zal vermoedelijk langzaam en ongelijk herstellen. Zonder productiviteitsgroei en betere banen blijft koopkrachtverbetering fragiel.

Cruciale beleidskeuzes om stabiliteit vast te houden zijn:
● strikte begrotingsdiscipline en realistische ramingen;
● het vermijden van beleid dat de economie overspoelt met liquiditeit;
● versterking van belastinginning en terugdringing van inefficiënte subsidies;
● consistente communicatie en voorspelbaarheid van beleid.

Discipline in het begrotingsbeleid
Er zijn signalen dat het besef groeit dat discipline noodzakelijk is. Tegelijk blijft het risico op terugval reëel, vooral wanneer politieke druk toeneemt en men snelle oplossingen zoekt. De VES zal daarom blijven benadrukken: vertrouwen win je met consistentie, niet met incidentenbeleid.

Oil & gas: zegen of valkuil – en hoe bereiden we ons voor in 2026?
2026 moet in het teken staan van voorbereiding vóór de piekinkomsten, niet van reageren wanneer het geld al binnenkomt. Concreet betekent dit:
1. Institutionele gereedheid
● heldere spelregels voor inkomstenbeheer (fiscale regels, stabilisatie- en spaarmechanismen);
● sterke publieke financiële systemen voor planning, uitvoering, verantwoording en audit.

2. Lokale participatie en leveranciersontwikkeling (local content)
● local content niet als slogan, maar als programma: training, certificering en toegang tot opdrachten;
● een aantoonbare 'pipeline' van Surinaamse bedrijven die klaar is om mee te leveren.

3. Economische absorptiecapaciteit
● tijdige opschaling van infrastructuur, huisvesting, logistiek en dienstverlening;
● voorkomen dat kosten exploderen en andere sectoren worden verdrongen.

Grootste risico’s bij onvoldoende voorbereiding zijn:
● een enclave-economie met weinig brede werkgelegenheid;
● Dutch disease en verlies aan concurrentiekracht van andere sectoren;
● bestedingsdruk die leidt tot inefficiënte projecten, corruptierisico’s en instabiliteit;
● een nieuwe ronde van maatschappelijke teleurstelling.

Diversificatie blijft essentieel

Juist met oil & gas in beeld is diversificatie geen bijzaak, maar risicobeheer. Sectoren die niet mogen worden verwaarloosd zijn:
● landbouw en agro-processing;
● diensten zoals logistiek, ICT en financiële dienstverlening;
● lichte industrie en verwerking waar haalbaar;
● toerisme, mits veiligheid, infrastructuur en productontwikkeling verbeteren.

Arbeidsmarkt, onderwijs en instituties
De arbeidsmarkt is nog niet volledig klaar voor versnelling. De basis is er wel: ondernemerschap, aanpassingsvermogen en een lerende jongerenpopulatie. De uitdaging zit in snelheid en schaal, ondersteund door goed bestuur, transparantie en sterke instituties.

Afsluitend
De kernprioriteit voor 2026 is het zó versterken van institutionele en macro-economische discipline dat stabiliteit onomkeerbaar wordt, en die stabiliteit vertalen naar gerichte koopkrachtverbetering en banen.

Voor burgers geldt: uw zorgen zijn reëel en vragen om serieus beleid, geen slogans. Als de koers wordt vastgehouden, kan 2026 een kantelpunt worden — van stabiliseren naar duurzaam verbeteren.