Collectie Werner Kioe A Sen (Foto : Alljahan Kastoredjo)
In oktober 2022 beloofde de kersverse bevelhebber Werner Kioe A Sen om het Nationaal Leger naar een ‘next level’ te tillen. Vrijdag draagt hij het bevel van het leger over aan zijn opvolger, kolonel Mitchell Labadie. Samen met Starnieuws blikt Kioe A Sen terug op de afgelopen vier jaren, een periode van onder meer professionalisering en academische groei, hervormingen en investeringen in personeel en leiderschap. “Wanneer ik terugkijk, zie ik dat er belangrijke stappen zijn gezet in de verdere professionalisering van het Nationaal Leger.”

Met steun van de defensieministers Krishna Mathoera en Uraiqit Ramsaran, de legerleiding en de defensiestaf “hebben we een fundament gelegd dat de organisatie sterker maakt”. Als een van de mijlpalen noemt de bevelhebber de introductie van de Bevelvoering- en Stafcursus in 2023, bedoeld om officieren voor te bereiden op politiek-strategische functies, en gerichte investeringen in de academische ontwikkeling van officieren. “Een belangrijke stap in het versterken van de kennis- en innovatiecapaciteit binnen Defensie.”

Ook het onderofficierskorps kreeg een impuls met de nieuwe stafadjudantenstructuur, wat de interne begeleiding en advisering moet verbeteren. Niet alle ambities zijn waargemaakt, erkent de bevelhebber. Vooral op het gebied van faciliteiten, zoals voeding en infrastructuur, bleven resultaten achter door beperkte middelen en bestuurlijke omstandigheden. “Alles overziend ben ik tevreden over de ingezette koers, met name waar het gaat om duurzame investeringen in kwaliteit en leiderschap. De effecten daarvan zullen zich echter vooral op langere termijn manifesteren.”

Kioe A Sen legt uit dat de afgelopen periode vooral is gebruikt om het fundament te verbreden, met nadruk op leiderschap, personeel, structurele ontwikkeling en processen. In de toekomst zullen deze zich uiten en essentieel zijn bij de aard van toekomstige dreigingen, die steeds minder voorspelbaar worden.

Er zijn zowel militaire als niet-militaire dreigingen. De kwestie rond het Tigri-gebied blijft een structureel aandachtspunt. Hoewel die diplomatiek wordt aangepakt, is “vanuit defensieperspectief fundamenteel dat geloofwaardige afschrikking een belangrijke rol kan spelen in het versterken van de onderhandelingspositie”. De inzet hiervan is “uiteindelijk een beleidskeuze op politiek niveau”.

Niet-militaire dreigingen, zoals grensoverschrijdende criminaliteit en milieucriminaliteit, blijken in de praktijk complexer. Het probleem is diepgeworteld en hangt samen met structurele zwaktes binnen verschillende instituten, capaciteitsbeperkingen, coördinatievraagstukken en integriteitsrisico’s. Toch toonden operaties zoals Sparimakka en Ocelot aan dat gerichte inzet resultaat kan opleveren. Structurele verbetering vraagt echter om meer, zoals bredere samenwerking.

Continuïteit in beleid en uitvoering
Het leger heeft zich de afgelopen jaren bewust ingezet op het versterken van zijn kerntaken conform de Grondwet. Dit heeft zich onder meer vertaald in een toename van operationele activiteiten. Met meer dan honderd operaties in vijf jaar – van Marbonsu (goudwinningsgebieden), Marai (presentie op de oostgrens), operatie Piranha (ondersteuning OM bij het tegengaan van milieucriminaliteit), Gran Mati (humanitaire hulp) tot Ocelot (vernietiging van illegale airstrips) – was het leger landelijk zichtbaar aanwezig.

Hierin ziet de bevelhebber een stevige basis voor zijn opvolger, die hopelijk de lijn voortzet. In de gesprekken met Labadie zijn dan ook de huidige stand van zaken, strategieën, operationele capaciteit en lopende projecten doorgenomen. “Continuïteit in beleid en uitvoering is essentieel om de opgebouwde vooruitgang verder te consolideren en uit te bouwen.”

Sociale omstandigheden
Op sociaal vlak blijft huisvesting een groot vraagstuk. “Hoewel er initiatieven zijn gestart om militair personeel te ondersteunen bij grondverwerving, zijn deze trajecten niet tot het gewenste resultaat gekomen”, erkent Kioe A Sen. Afhankelijkheid van meerdere actoren en procedures zorgden voor vertragingen, naast bredere bestuurlijke en beleidsmatige factoren. Er is werk aan de winkel voor Labadie om tot meer concrete resultaten te komen, want, stelt Kioe A Sen: “huisvesting blijft een belangrijk aandachtspunt voor het welzijn van militairen en hun gezinnen.”

Reflectie en opvolging
De legertopper is zich ervan bewust dat militairen zich mogelijk afvragen in hoeverre hij als bevelhebber voldoende heeft gedaan om hun omstandigheden te verbeteren. Een begrijpelijke en terechte vraag, benadrukt hij. “Ik heb, gegeven de mogelijkheden, maximaal ingezet om verbeteringen te realiseren. Tegelijkertijd heb ik ook moeten opereren binnen bredere randvoorwaarden en beperkingen die niet altijd binnen mijn invloedsfeer lagen.” Zijn verbondenheid met de troepen blijft onveranderd groot, gevoed door zijn 28 dienstjaren binnen de operationele eenheden, waarvan 24 jaar samen met de manschappen.

Kioe A Sen werd in oktober 2024 als kolonel bevorderd tot brigadegeneraal – de hoogste militaire rang in het Surinaamse leger. Hoewel de overdracht aanstaande is, spreekt hij nog niet van een pensioen. Hij blijft ter beschikking van de minister en de president. Terugblikkend stelt de uittredende bevelhebber: “Ik heb geprobeerd een bijdrage te leveren aan structurele verbeteringen, met het besef dat niet alle gewenste resultaten binnen één termijn gerealiseerd kunnen worden.”