In de afgelopen decennia heeft Suriname een aanzienlijk aantal beleids- en actieplannen ontwikkeld op het terrein van kinder- en jeugdbeleid. Deze plannen zijn gebaseerd op internationale en regionale mensenrechtenverdragen, nationale ontwikkelingskaders, sectorale beleidsplannen van ministeries en uitgebreide consultaties met maatschappelijke en institutionele stakeholders. De beleidskaders weerspiegelen daarmee in hoge mate de formele verplichtingen van de staat ten aanzien van de rechten van het kind.

De beleids- en actieplannen zijn expliciet inclusief van aard en bestrijken alle categorieën kinderen, waaronder kinderen met een beperking, kinderen in migratiesituaties, inheemse kinderen en andere kwetsbare groepen kinderen. In deze documenten worden kinderrechten systematisch uitgewerkt aan de hand van duidelijke doelstellingen, indicatoren en activiteiten. Kinderbescherming en wetgeving vormen daarbij steevast een afzonderlijk en substantieel onderdeel. Ik kan dit uit eigen ervaring bevestigen: sinds 1999 heb ik actief meegewerkt aan de totstandkoming van negen (9) van deze beleids- en actieplannen. Theoretisch bezien zou, bij volledige uitvoering van deze plannen volgens een rights-based approach, een adequaat en functionerend systeem van kinderbescherming gerealiseerd moeten zijn.

De praktijk wijst echter op een fundamentele discrepantie tussen beleidsambitie en uitvoering. Evaluaties van de afgelopen jaren tonen aan dat kinderbescherming geen structurele beleidsprioriteit vormt. Door een gebrek aan financiële middelen, institutionele capaciteit en intersectorale coördinatie blijven beleidsplannen grotendeels onuitgevoerd of worden zij slechts fragmentarisch geïmplementeerd. Het systeem van kinderbescherming verkeert daardoor in een zorgwekkende staat. In de dagelijkse praktijk worden de rechten van kinderen op ernstige en structurele wijze geschonden, terwijl meldingen van mishandeling en verwaarlozing slechts het topje van de ijsberg vormen.

Deze situatie is des te relevanter in het licht van de internationale verantwoordingsplicht van Suriname. Het land bereidt zich voor op de beantwoording van de List of Issues van het VN-Comité inzake de Rechten van het Kind, in het kader van het gecombineerde vijfde en zesde landenrapport. Hoewel positieve institutionele ontwikkelingen kunnen worden benoemd — waaronder de invoering van een nieuw Burgerlijk Wetboek, de instelling van een Kinderombudsbureau en de oprichting van een ministerie belast met jeugdzaken — blijft de vraag in hoeverre deze maatregelen hebben geleid tot daadwerkelijke verbeteringen in de bescherming en het welzijn van kinderen.

Recent door ons uitgevoerd onderzoek, Newly Emerging Needs of Children in Suriname, laat zien dat kinderen in Suriname geconfronteerd worden met nieuwe en toenemende risico’s, zoals problematisch internetgebruik, niet-overdraagbare aandoeningen zoals diabetes, extreme armoede, verwaarlozing en plotselinge ouderlijke afwezigheid. Tegelijkertijd blijkt dat de reeds bestaande problematiek niet is verminderd, maar in veel gevallen is verergerd. Onderwijsachterstanden, kindermishandeling, verwaarlozing, suïcide onder jongeren, beperkte toegang tot geestelijke gezondheidszorg, huiselijk en seksueel geweld, evenals de problematiek van kinderen die geïnfecteerd of geaffecteerd zijn door HIV, blijven structurele uitdagingen.

Deze cumulatie van oude en nieuwe noden benadrukt de noodzaak van een fundamentele herpositionering van kinderbescherming binnen het nationale beleid. Effectieve kinderbescherming vereist een geïntegreerde aanpak waarin preventie, vroegsignalering, curatieve interventies, psychosociale begeleiding en re-integratie van kindslachtoffers centraal staan. Daarnaast is het onontbeerlijk dat kinderbeschermingsinstanties structureel worden versterkt door middel van capaciteitsopbouw, gespecialiseerde training en duurzame financiering.

Het nalaten om kinderbescherming tot beleidsprioriteit te verheffen zal verstrekkende gevolgen hebben voor de sociale, economische en menselijke ontwikkeling van Suriname. Investeren in kinderbescherming is geen vrijblijvende beleidskeuze, maar een essentiële voorwaarde voor de bescherming van kinderrechten en voor de toekomst van de samenleving als geheel. Kinderbescherming moet daarom met urgentie en consistentie centraal worden gesteld in het nationale beleid.

Sharon Geerlings-Headley
Hoofddocent Familie- en Jeugdrecht Adek
Stichting Gezin en Recht