Danielle van Windt
Onderminister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting.
Woensdag was er opnieuw een grote brand in de binnenstad van Paramaribo. Aan de Klipstenenstraat ging het gebouw van de vroegere verzekeraar Clico in vlammen op. Een gebouw dat al jaren leegstond en werd bewoond door kwetsbare personen, terwijl buurtbewoners al jaren klagen. Er is niets gedaan. Hetzelfde gebeurde eerder aan de Henck Arronstraat, op de hoek van de Jessurunstraat: een verwoestende brand, met explosiegevaar voor de hele binnenstad. Deze gebeurtenissen tonen aan dat het beleid dringend moet worden aangescherpt.

Dit is geen incident meer. Het is een patroon. En het is een patroon dat levens kan kosten, eigendommen vernietigt en het straatbeeld van onze hoofdstad verziekt. Iedereen die door Groot-Paramaribo loopt, ziet het: te veel panden staan leeg. Door jaren van economische teruggang zijn gebouwen verlaten, verwaarloosd en overgelaten aan de tand des tijds. Maar leegstand is niet neutraal. Het trekt dak- en thuislozen aan, het trekt mensen met verslavingsproblemen aan en het creëert brandhaarden die letterlijk onze stad in gevaar brengen.

Het gebouw van Clico is slechts één voorbeeld. Maar hoeveel andere panden staan er niet leeg, zonder toezicht, zonder onderhoud en zonder verantwoordelijkheid van de eigenaar?

We moeten eerlijk zijn: de maatschappelijke kosten van zware verslavingsproblematiek zijn hoog. Niet alleen in zorg en politie-inzet, maar ook in de schade die ontstaat wanneer leegstaande panden worden gekraakt en bewoond. Dan ontstaat er een cocktail van gevaar: brandgevaar, explosiegevaar, criminaliteit en een straatbeeld dat niet past bij de ambities die we als natie hebben.

Paramaribo wil een moderne stad zijn, een stad die investeerders aantrekt, een stad waar gezinnen veilig kunnen wonen. Maar hoe kan dat, zolang we toestaan dat de binnenstad verandert in een plek van verval en gevaar?

Daarom stel ik voor dat er een register van 'foute' gebouwen komt. Elk verlaten gebouw moet geregistreerd zijn. Bij achterstallig onderhoud moet de eigenaar verplicht worden het pand te onderhouden. Doet de eigenaar dat niet, dan neemt de overheid de onderhoudsplicht over. De overheid moet dan ook de bevoegdheid krijgen om het terrein een andere bestemming te geven, bijvoorbeeld door het gebouw ter beschikking te stellen aan woningzoekenden of het via haar werkarmen bewoonbaar te maken voor marktconforme sociale huur.

Dit is geen luxe. Dit is noodzaak. Want de woningnood in Suriname is groot. Terwijl gezinnen smeken om een dak boven hun hoofd, staan er tientallen panden leeg, verwaarloosd en gevaarlijk. Met de huidige woningnood is het onverantwoord om leegstand te laten voortwoekeren. Elk gebouw dat verwaarloosd leegstaat, moet worden herbestemd. Dat kan voor sociale huur, tijdelijke opvang van dak- en thuislozen of gemeenschapsprojecten. Maar het kan niet langer zo zijn dat eigenaars hun verantwoordelijkheid ontlopen, terwijl de samenleving de prijs betaalt.

Wat mij het meest raakt, is dat buurtbewoners al jaren klagen. Ze zien de gevaren, ze voelen de angst en ze leven met de rook en het risico. Hun stemmen zijn te lang genegeerd. Dat erkennen wij, en daarom zetten wij nu de stap naar structureel beleid. Dit is geen kwestie van schuld afschuiven, maar van verantwoordelijkheid nemen en koers veranderen.

Suriname wil vooruit. We willen een natie zijn die trots kan zijn op haar hoofdstad. Maar dat kan niet zolang we toestaan dat de binnenstad brandt, letterlijk en figuurlijk.

Het probleem van dak- en thuislozen moet worden aangepakt. Er moet sociaal beleid komen voor deze kwetsbare groep. Niet alleen repressie, maar ook opvang, begeleiding en kansen. Tegelijkertijd moet er een harde lijn komen tegen verwaarloosde leegstand. Want leegstand is geen privéprobleem, maar een maatschappelijk probleem.

Het is tijd dat beleidsmakers hun verantwoordelijkheid nemen. Het is tijd dat de overheid laat zien dat zij kan leren van het verleden. Het is tijd dat we stoppen met brandjes blussen en beginnen met structureel beleid. Een register van “foute” gebouwen, een onderhoudsplicht en een herbestemmingsbeleid. Dat zijn geen radicale ideeën, maar logische stappen voor een stad die zichzelf serieus neemt.

De brand aan de Klipstenenstraat is een wake-upcall. Net als de brand aan de Henck Arronstraat. Hoeveel wake-upcalls hebben we nog nodig? Paramaribo verdient beter. Suriname verdient beter. En de mensen die elke dag leven met de angst voor de volgende brand verdienen beter. Het is tijd voor actie. Het is tijd voor beleid. Het is tijd om leegstand te herbestemmen en onze stad terug te geven aan de mensen.

Danielle van Windt
Onderminister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting