In de recente politieke ontwikkelingen in Suriname groeit de bezorgdheid over de aanwezigheid van een mogelijke schaduwregering rondom voormalig president Chandrikapersad Santokhi. Diverse acties van voormalige regeringsfunctionarissen en instanties roepen vragen op over hun intenties en de invloed die zij willen blijven uitoefenen op de huidige regering onder leiding van president Jennifer Simons. Dit artikel onderzoekt de opkomst van praktijken die de politieke stabiliteit in Suriname zouden kunnen bedreigen.

Handelingen van voormalige functionarissen

Onlangs werden verschillende activiteiten gesignaleerd van districtscommissarissen in onder meer Nickerie en Wanica, waar evenementen werden georganiseerd met de voormalige president Santokhi en zijn echtgenote als gasten. Dit doet vermoeden dat er nog steeds een netwerk van loyalisten actief is dat tracht invloed uit te oefenen, ondanks Santokhi’s vertrek uit het ambt.

Een opvallend moment was de ingebruikname van een nieuw kantoor van GBB in Nickerie, dat nog vóór de officiële beëdiging van president Simons feestelijk werd geopend. Ook werd bekend dat er in het geheim “presidentiële kabinetten” zouden zijn opgezet, al is het onduidelijk met welk doel.

Daarnaast vond de merkwaardige gebeurtenis plaats waarbij ambassadeur Khargi, namens “president Santokhi”, werd gedecoreerd en ook enkele Nederlanders onderscheidingen ontvingen voor hun “goede diensten”. Frappant was dat tijdens deze ceremonie nog steeds het staatsieportret van Santokhi op de achtergrond hing, terwijl Jennifer Simons inmiddels officieel president was. Dit wekt de indruk van een parallelle machtsstructuur die niet volledig is ontmanteld.

Ambassadeur Khargi – inmiddels door de huidige regering teruggeroepen – blijkt bovendien samen te werken met anderen aan een diaspora-evenement in Den Haag, zonder dat de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) of de president hiervan op de hoogte waren.

De rol van diaspora-organisaties in Nederland
Opvallend is ook dat diaspora-organisaties, die tijdens Santokhi’s bewind zijn opgericht, elkaar nu lijken te verdringen om hun relevantie te bewijzen. Zij leveren uitgesproken kritiek op het huidige beleid, maar waren tijdens Santokhi’s regeerperiode opvallend stil.

Deze organisaties werden oorspronkelijk opgezet om een brug te slaan tussen Suriname en Nederland, maar hun huidige activistische rol roept vragen op over hun werkelijke intenties.

De stichting Collectief Overzee Suriname (CoS) – een van de eerste diaspora-organisaties in Nederland – werd onder Santokhi niet bij activiteiten betrokken, terwijl andere organisaties plots opdoken. Toch heeft CoS in het verleden een wezenlijke, onbezoldigde bijdrage geleverd, onder meer aan de totstandkoming van de PSA-wet in 2014.

Ik hoop dat CoS opnieuw bereid zal zijn een constructieve rol te spelen bij de verdere ontwikkeling van Suriname en zijn brugfunctie weer zal opnemen. De regering-Simons is immers voornemens, na consultatie met organisaties en personen in Nederland, wijzigingen aan te brengen in de PSA-wet. Daarin zie ik opnieuw een rol weggelegd voor CoS en anderen.

Een mogelijk schaduwbeleid
De onderliggende vraag blijft of Santokhi via organisaties en individuen probeert een schaduwregering in stand te houden. Het vermoeden dat er loyalisten en netwerken actief blijven om invloed uit te oefenen op het huidige beleid, benadrukt de noodzaak van transparantie en het versterken van democratische structuren.

De “presidentiële kabinetten” en andere activiteiten kunnen worden gezien als een poging om oude machtsstructuren in stand te houden, zij het verhuld en indirect.

Conclusie
Samengevat: de gedachte aan een schaduwregering rond Santokhi is niet ondenkbaar, gezien de recente gedragingen van voormalige functionarissen en instanties. De aanwezigheid van schimmige machtsstructuren kan de vooruitgang van de regering-Simons belemmeren en de politieke stabiliteit van Suriname onder druk zetten.

Het is daarom van groot belang dat de samenleving waakzaam blijft en dat er een open dialoog komt over de rol van dergelijke instituten in het huidige politieke landschap. Transparantie en burgerparticipatie zijn essentieel om te garanderen dat de democratische principes worden gerespecteerd en dat de stem van de Surinaamse bevolking daadwerkelijk wordt gehoord en vertegenwoordigd.

Kenneth Rees