Column: Daar gingen onze waarden en normen
17 Feb, 00:59
foto
Hans Breeveld


Ontwikkelingen hebben vaak een zonnige en een schaduwzijde. Bij het bespreken van Surinames zelfstandigheid wordt vooral benadrukt het grote bedrag dat Suriname van Nederland ontving. Te weinig wordt gewezen op de grote groep Surinamers die het land toen – voorafgaand aan 1975 - verlieten. Het waren vooral middenklassers: onderwijzers, verpleegkundigen, politieagenten, landbouwers, kleine zelfstandige etc. Middenklassers zijn in elke samenleving de dragers van waarden en normen. Personen die hun kinderen leren dat hardwerken loont en aan hen steeds weer vraagt hun naam hoog te houden. No meki sma krey kari yu nen. Het massale vertrek van deze middenklassers was een morele aderlating voor ons land.

De staatsgreep van 1980 zou deze slechts verergeren. Vanaf toen kwam (staats)macht uit de loop van een geweer en werd deze niet meer verkregen via verkiezingen. Sommigen dachten dat uit de loop van dat geweer ook intelligentie en wijsheid kwam.

Maar 25 februari 1980 kwam niet uit de lucht vallen. Hoe was het mogelijk dat Suriname in 1975 – via een Meerjaren Ontwikkelingsprogramma (MOP) – het hoogste bedrag aan ontwikkelingsondersteuning ontving, dat ooit per hoofd van de bevolking aan een land was gegeven en dat er nog geen vijf jaar later een militaire coup plaatsvond? Erger nog, de coupplegers werden door vele duizenden verwelkomd en bejubeld als onze jongens. Het leek wel een correctie op de benaming padvinders, die politici eerder aan hen had gegeven.

Onze jongens beloofden de grove corruptie uit te roeien. Er werd een speciaal gerechtshof ingesteld. Maar zitting na zitting bleek hun berg van verdachtmakingen steeds weer de spreekwoordelijke muis te baren. Jaren later moeten we vaststellen, dat vergeleken bij de corruptie van onze jongens – de ‘corruptie’ van enkele politici van de traditionele partijen die over de scheef waren gegaan - hooguit kruimeldieverij was. Onze jongens lieten ons zien en voelen wat échte corruptie is en de gevolgen daarvan. Er ontstonden nieuwe rijken. Nieuwe rijken zijn meestal mensen met enorme – snel verkregen – rijkdom, maar met een onderontwikkeld cultureel besef.

Maar ook in de schaduwjaren van het militair bewind scheen af en toe de zon. Zo herinner ik mij dat in oktober 1965 in Calcutta (Saramacca) olie was gevonden, maar pas in mei 1980 werd er een oliecommissie o.l.v. Eddie Jharap benoemd. Hierna zou de olieproductie in Suriname in een stroomversnelling komen. Het opheffen van de handelingsonbekwaamheid van de vrouw moet zeker ook gezien worden als een lichtpunt uit die tijd.

Burgers werd steeds meer beknot in hun vrijheid en steeds minder werd kritiek getolereerd. De slogan was steeds vaker: Eén land, één leider, één mening.  Toen enkele moedigen vroegen wanneer we terug zouden keren naar een democratische samenleving was dat de machthebbers net teveel. Het gevolg was 8 december 1982. Vijftien prominenten, steunpilaren uit onze samenleving, moesten dat verzoek om een vrije meningsuiting met de dood bekopen.

Geen enkele dag is goed om te moorden, maar met de keus van 8 december voor deze massaslachting konden de beulen van Fort Zeelandia ons land geen slechtere dienst bewijzen.
Op 10 december 1948 werd in de VN de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen. Dus terwijl de wereld zich klaar maakte om dit feit voor de 34e keer te herdenken ontving zij het bericht van gruwelijke schending van mensenrechten. In welk land kan dat op dit moment gebeuren?  … Ja, in Suriname!!! En dan nog de leugen dat deze landgenoten op de vlucht waren doodgeschoten. Jaren later, in plaats van schaamte tegenover het Surinaamse volk te tonen, wordt de stelling geponeerd dat de rechterlijke macht een Staat in een Staat is. Kunnen mensen dieper zinken?

Bij de verkiezingen in 1987 waren er nog weinigen die van onze jongens spraken. De decennialang bestaande politieke polytomie – (etnische) veelsoortigheid van politieke partijen - veranderde in de dichotomie – vóór of tegen de militairen.

Dat uiteindelijk Desi Bouterse daarna in hetzelfde Suriname president werd, is slechts één aanwijzing dat politici van traditionele partijen niet veel hadden geleerd en dat arrogantie nooit een goede raadgever is. Waarden en normen die wij van generatie op generatie hadden gekoesterd en overgedragen werden in ons land vreemde verschijnselen. Neks no fout werd zelfs een populaire slogan.

Mozes dede, ma Gado de ete. Het is nog geen verloren strijd. Maar laten we succes niet slechts afmeten aan de hoeveelheid geld dat men bij elkaar heeft kunnen harken voor zichzelf, familie en vrienden. Laten we succes afmeten aan onze bijdragen aan de samenleving en dat overeenkomstig waarderen. Zo worden b.v. verpleegkundigen, onderwijsgevenden en vele andere essentiële beroepsgroepen nog te weinig betaald voor de enorme bijdrage aan onze samenleving. Laten we zorgen dat iedereen het rechtmatig deel ontvangt voor de door hen geleverde arbeid. Laten we zorgen dat allen hun talenten optimaal tot ontwikkeling kunnen brengen.
Laten zij eerlijk en oprecht werken aan een nieuwe generatie, die gelooft dat – niet corruptie – maar hard werken loont.

Hans Breeveld
Advertenties