Debipersad: Harde economische les voor de politiek
15 Jul, 02:48
foto
Econoom Steven Debipersad


"Als internationale wanbetaler hebben wij als land voor nu onze kansen verspeeld op de internationale kapitaalmarkt en lijkt een belangrijke bron van financiering van onze nationale ontwikkelingsdoelen te zijn verkwanseld.  De kredietwaardigheid is verspeeld, met het toekennen van de restrictive default status door Fitch Ratings, met Standard & Poor's gelijk achteraan", meent econoom Steven Debipersad. De politiek krijgt een harde economische les.  

De toekenning van een landen credit rating door ratingbureaus is een fundamentele stap om toegang te krijgen tot de internationale kapitaalmarkt. Het doel is om zo hoog mogelijk op de ratingclassificatie te komen. Hoe hoger de kredietwaardigheid, hoe goedkoper en makkelijker het land kapitaal kan aantrekken om zo de beoogde nationale ontwikkelingsdoelen te realiseren. Een landen rating is daarom een goede stimulans voor beleidsmakers om gezond macro-economisch beleid te voeren en noodzakelijke economische hervormingen door te voeren, om een betere rating te krijgen en goedkoop kapitaal aan te boren.

Een landen credit rating is een beoordeling van het vermogen en de wil van de overheid om commerciële schuldverplichtingen volledig en tijdig terug te betalen, met andere woorden, een beoordeling van de kredietwaardigheid van het land. Risicofactoren over het politieke klimaat, de structuur van de economie, de macro-economische prestatie en de schuldenlast staan centraal. Bij toename van de risico’s wordt de rating naar beneden bijgesteld (downgrade) en bij gevaar van wanprestatie volgt een default. De internationale markt voor credit ratings wordt gedomineerd door Standard & Poor’s (S&P), Moody’s Investors Services en Fitch Ratings. De ratings die enigszins verschillen per beoordelaar hebben letter (A, B, C, D) aanduidingen, waarbij een meervoud van dezelfde letter een verbetering aangeeft. Met een eind aanduiding (positive, stable, negative) geeft de beoordelaar aan dat op korte termijn de kapitaalmarkt een verbetering of verslechtering van het landenrisico kan verwachten. 

Start rating Suriname
"Ons land heeft ook van deze ratingbureaus frequent beoordelingen toegekend gekregen. Suriname kreeg initieel op aanvraag in november 1999 de eerste credit rating van S&P (B-, stable). Moody’s volgde hierna in februari 2004 (B1, stable) en daarna Fitch in juni van dat jaar (B, stable)", brengt Debipersad in herinnering. De belangrijkste reden voor de aanvraag van credit ratings hield verband met plannen van de overheid om in de nabije toekomst te opereren op de internationale kapitaalmarkt. Met het einde van financiële hulp uit Den Haag in het achterhoofd maakte Suriname zich langzaam maar zeker klaar om net als alle soevereine landen, vroeg of laat de kapitaalmarkt aan te doen. Door de vele ingrijpende verbeteringen in de economie en de sterke teruggang van de Staatsschuld van circa. 69% van het bbp in 2000 naar 18% in 2010, ging de rating gestaag omhoog. 

4 Upgrades in 13 maanden
"In een tijdsbestek van 13 maanden vanaf maart 2011 kregen wij maar liefst vier keer een opwaartse kredietbeoordeling van alle drie grote credit rating bureaus. Vooral de internationale profilering van ons land als delfstoffen producent, op het moment dat de prijzen hiervan de hoogte ingingen lag hieraan ten grondslag," stelt de econoom. Het beste resultaat werd achtereenvolgens gegeven door Moody’s in augustus 2012 (Ba3, positive) en S&P in april 2013 (BB-, positive). waarna Fitch in mei van dat jaar volgde met het 'BB-, stable' oordeel. "Alles leek de goede kant op te gaan en ogenschijnlijk zaten wij als land op rozen".

De realiteit slaat in 2015 in
Moody’s was de eerste die alarm sloeg over de toegenomen begrotingstekorten, institutionele zwakte van het budgettaire en fiscale raamwerk en de fiscale volatiliteit die in samenhang met dalende grondstoffenprijzen en grote tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans de economie ernstig konden ontwrichten. Hierna slaat de realiteit in en is de ‘schijn’ groei voorbij. Gedurende 2015 en 2016 gaat de economie zwaar onderuit. De regering besluit om in oktober 2016 een historische obligatie af te sluiten op de internationale kapitaalmarkt van US$ 550 miljoen. Door de afnemende kredietwaardigheid moet een ongunstig hoge rente (9,25%) hiervoor betaald worden. 

Een deel van het internationaal opgehaalde geld wordt via Staatsolie aangewend om te participeren in Newmont goudoperatie in het Merian gebied. Ondanks de vroegtijdige terugbetaling door Staatsolie aan de regering in 2018, blijken de begrotingstekorten niet minder te worden. Om deze te financieren gaat de regering naarstig op zoek naar voorschotten en leningen. "Hierdoor worden wij als land nu geconfronteerd met een ‘berg’ aan schulden die vanaf 2017 meer dan 80% van het bbp bedragen en steeds verder oplopen. Als de regering voor het einde van 2019 meldt dat zij opnieuw een obligatie heeft afgesloten op de internationale kapitaalmarkt ter waarde van US$ 125 miljoen, zodat achterstallige schuldverplichtingen aan Alcoa kunnen worden voldaan, voelen vele economen de bui al hangen," voert Debipersad aan.
 
In ‘default’ per juli 2020
Fitch trok in augustus 2019 aan de bel over de toegenomen risico’s van het land. Aanhoudende begrotingstekorten, toenemende tekorten op de lopende rekening en twijfels over de terugbetaalcapaciteit resulteren in een downgrade naar B-, stable. Als de regering in januari 2020 bevestigt dat zij is gekomen aan vreemde valuta kasreserves die niet onder haar bezit vallen, volgt een scherpe afwaardering van de credit rating door Fitch naar CCC. Hiermee wordt voor de eerste keer dit jaar het signaal aan de kapitaalmarkt afgegeven over de precaire financieel-economische situatie van ons land, zegt Debipersad. 

Elke hiernavolgende maand wordt de ernst van de precaire situatie bevestigd door alle kunst en vliegwerk die de regering aan de dag moet leggen om aan haar schuldverplichtingen te kunnen voldoen. In april worden zelfs de speciale trekkingsrechten bij het Internationaal Monetair Fonds aangesproken om een halfjaarlijkse aflossing van de in 2016 afgesloten staatsobligatie veilig te stellen. Als vervolgens de betalingsverplichting voor de tweede staatsobligatie die uiterlijk op 30 juni binnen moest zijn uitblijft, volgen de afwaarderingen van de nationale kredietwaardigheid elkaar in rap tempo op. 

"Uiteindelijk velt Fitch op 13 juli het fatale oordeel; ons land krijgt als wanbetaler de restrictive default status. 
Inmiddels schaart ook S&P zich achter dit oordeel. De default status is een absoluut dieptepunt voor ons land en is de meest duidelijke bevestiging van het rancuneus financieel-economisch beleid in de afgelopen regeerperiode. Voor de aantredende regering als erfgenaam van dit faillissement en voor verschillende sectoren en bedrijven binnen onze economie zullen de consequenties van deze ‘harde’ default ernstig en langdurig doorwerken," laat Debipersad optekenen.