Koppigheid of Domheid?
13 Jul, 21:23
foto


Ik heb de heer Brunswijk persoonlijk gebeld nadat ik had begrepen dat binnen de samenwerkende partijen niemand hem tot andere gedachten kon brengen, om af te zien van zijn voornemen als voorzitter van De Nationale Assemblee de verkiezing in te gaan voor zijn vicepresidentschap. Dit heb ik gedaan, aangezien hij mij als goede buur ook persoonlijk had gevraagd hem voor zover nodig te ondersteunen. Daarom hebben wij gesproken over de wijze waarop de verkiezing van hem tot vicepresident zou moeten plaatsvinden overeenkomstig de wettelijke regels en gebruiken.

Ik heb hem voorgehouden dat hij er voor moet zorgdragen niet in de hoedanigheid van voorzitter van De Nationale Assemblee in de vergadering waarin hij zal worden gekozen tot vicepresident, te verschijnen. Een technische uitleg die hij naar zijn zeggen goed had begrepen en in een verheugde stemming daarvoor dankbaar was. Hij bevestigde dat hij vóór zijn verkiezing ervoor zou zorgdragen dat het lid Bee eerst tot voorzitter van DNA zou worden gekozen en dat zou voor Bee ook een historisch moment worden.

Bij het aanschouwen van de plechtigheid werd het mij duidelijk dat de man lak had aan al hetgeen aan hem werd verteld en vasthield aan een onvoorstelbare poppenkast, waaraan geen enkele meerwaarde kleefde. De gehouden vergadering is in staatsrechtelijke zin in strijd met het Reglement van Orde van De Nationale Assemblee met name de artikelen 8 en 9 derhalve nietig en zal opnieuw moeten worden gehouden.

De vergadering is geleid geworden door de vicevoorzitter, terwijl de voorzitter in de vergaderzaal aanwezig was en niet  door ontstentenis kon worden vervangen. Ontstentenis en Belet zijn formele werkbegrippen waarmee de afwezigheid van een bestuurder wordt aangeduid.

Het is heel jammer dat zo een hoogtepunt door koppigheid of domheid is verworden tot een staatsrechtelijke blunder van de hoogste orde. 
Al de mooie verhalen van de vicevoorzitter over deskundigheid kunnen in de prullenmand worden gedropt. Ik had Ronnie Brunswijk zo graag willen zien shinen.

Eugène van der San