BINI Stemwijzer: Goede uitleg mist in partijprogramma's
23 May, 03:47
foto


Het Burgerinitiatief voor Participatie & Goed Bestuur (BINI) mist in de partijprogramma’s een goede onderbouwing of uitleg waaruit duidelijk wordt waarom een partij zaken op een bepaalde manier aanpakt. Hoewel alle partijen economische stabiliteit en groei willen, wordt niet hardgemaakt hoe dit doel bereikt zal worden. Er is ook weinig cijfermatige onderbouwing. 

Bini heeft de 2020 Stemwijzer, een analyse van verkiezingsprogramma’s van 13 van de 17 partijen die aan de verkiezingen meedoen, uitgebracht. Het gaat om partijprogramma’s die vóór 17 mei 2020 openbaar waren of ter beschikking waren gesteld aan het analyseteam. Programma’s die daarna zijn gepubliceerd, zijn niet meegenomen in het rapport. 

Dit is de tweede keer dat deze exercitie wordt gepleegd. Vlak voor de verkiezingen van 2015 publiceerde BINI al een analyse van de beschikbare verkiezingsprogramma’s. De 2020 analyse is gedaan op basis van thema’s waar BINI voor staat, zoals duurzame menselijke ontwikkeling en mensenrechten, goed bestuur, functioneren van de overheid, financieel-economische plannen en planmatigheid.

Weinig onderbouwing
BINI constateert ten eerste een grote verscheidenheid onder de programma’s: van uitgebreide en technocratische programma’s tot summiere en eenvoudige, korte documenten in volkstaal; van lange wensenlijsten tot korte en bondige prioriteitstellingen; van goed onderbouwde visies tot alledaagse, nietszeggende slogans. Opvallend in het rijtje was het programma van de NDP, dat in 2015 is gemaakt voor een periode van 10 jaar en nu nog als verkiezingsprogramma wordt gepromoot. 

Wat het meeste mist in de programma’s, volgens BINI, is een goede onderbouwing of uitleg waaruit duidelijk wordt waarom een specifieke partij het juist op díe manier wil doen. Alle partijen willen bijvoorbeeld economische stabiliteit en groei. Maar weinige geven duidelijk aan hoe deze gerealiseerd gaat worden, of ze gaan uit van onrealistische, enorme besparingen of enorme toekomstige inkomsten die helemaal niet zeker zijn, of ze houden geen rekening met de beschikbare capaciteiten om al die plannen te kunnen realiseren.  Slechts twee verkiezingsprogramma’s (STREI! en VHP) hebben een begroting. In hoeverre ze allebei realistisch zijn is de vraag. Zelfs de DOE Partij, die het begrip ‘Surinomics’ introduceert in haar verkiezingsprogramma, heeft weinig cijfermatig uitgewerkte voornemens. Bij de meeste partijen concludeert BINI verder dat de financieel-economische situatie in Suriname en de wereld de laatste 6 maanden zo drastisch is veranderd, dat vele assumpties die er worden gemaakt niet meer geldig zijn.

Zo leggen heel veel partijen de nadruk op toerisme als mogelijke bron voor verhoogde inkomsten. Voor de ene is dat medisch toerisme, voor een ander culinair toerisme, en voor veel partijen ecotoerisme, ondanks het feit dat onderzoek heeft uitgewezen dat er weinig groeicapaciteit is in ecotoerisme. En door de Covid-19 crisis is het de verwachting dat er de komende jaren weinig internationale reizen zullen worden gemaakt.

BINI merkt op dat duurzaamheid, duurzame ontwikkeling en milieu vaak worden genoemd in de meeste partijprogramma’s. Echter blijkt zelden dat dit doorwerkt in de plannen. Grotere inkomsten uit de goudsector bijvoorbeeld, worden niet in relatie gebracht met bescherming van het milieu; het lijkt alsof het twee gescheiden onderwerpen zijn. Klimaatverandering vinden diverse programma’s belangrijk, maar heel weinig hebben een plan voor de kwetsbare woongebieden in de kust of voor de positieve rol van de bossen van Suriname.

Mensenrechten
BINI constateert in veel programma’s onvoldoende besef over mensenrechten, alsook het verband tussen mensenrechten en ontwikkeling dat nauwelijks gelegd wordt. Hoewel mensenrechten wel genoemd worden in sommige programma’s, is zelden te merken hoe dit doorwerkt in de plannen. Vrouwen, kinderen, seniorenburgers en mensen met een beperking bijvoorbeeld, worden vaker genoemd maar vanuit een zorgbenadering, niet zozeer omdat ze rechten hebben waar de overheid voor verantwoordelijk is. Heel slecht is het gesteld met de rechten van LGBT, en met de rechten van inheemse en tribale volken. LGBT-rechten worden door geen enkele partij omarmd; er wordt hooguit gewag gemaakt van gelijkheid ongeacht seksuele geaardheid of gender maar zonder dat te vertalen in beleidsvoornemens om die gelijkheid te waarborgen. 

Met betrekking tot de (collectieve) rechten van inheemse volken en tribale volken maken diverse programma’s wel melding van de noodzaak voor erkenning van de collectieve grondenrechten van deze volken. De inzichten over hóe dat te doen, verschillen echter behoorlijk, of zijn helemaal niet genoemd.  Andere rechten van inheemse en tribale volken worden nauwelijks vermeld, zoals hun wettelijke erkenning als zodanig en hun rechtsbescherming als collectiviteit, hun traditioneel gezag en het recht op free, prior and informed consent (FPIC).

Ook principes van goed bestuur (zoals effectieve burgerparticipatie en inspraak, toegang tot informatie, en verantwoording/rekenschap) komen over het algemeen weinig aan de orde. Opmerkelijk is dat twee partijen (NPS en SPA) in hun verkiezingsprogramma melding maken van de gevolgen van de Covid-19 pandemie die extra aandacht vragen. Dit is tegelijk een indicatie dat de verkiezingsprogramma’s niet ouder zijn dan pakweg 3 maanden.

U kunt de 2020 Stemwijzer hier downloaden. 
pdf-icon.gif Stemwijzer_BINI_2020.pdf