Boothouders Commewijne dringen aan op hun geld
12 May, 01:34
foto
Martin Attencio, Strei-kandidaat, met enkele bushouders bij de Plattebrug aan de Waterkant. Hij vraagt aandacht voor de situatie van de ondernemers. (Foto: Raoul Lith)


Indien er komend weekend niet uitbetaald wordt, is het niet uitgesloten dat de boothouders op de stoep van de president belanden, zegt Martin Atencio, DNA-kandidaat van STREI in Commewijne. Hij zegt door de mensen te zijn benaderd om hun bezorgdheid te uiten. Naast de bushouders zijn ook de boothouders de eersten geweest die hebben meegewerkt aan de Covid-19 maatregelen van de overheid die ingingen op 13 maart. Zij willen hun brandstofcompensatie over 2019 en 2020. Tot nu toe hebben ze alleen de brandstofcompenstatie over 2018 en de Covid-vergoeding ontvangen, legt Atencio uit.

De boothouders willen volgens Atencio ook dat de boten weer varen, aangezien er nu wel 50 mensen bij elkaar kunnen komen. Er zijn mensen die afhankelijk zijn van de boot. Hij legt uit dat er vaak geen rekening gehouden wordt met twee meter social distance onder andere bij politieke bijeenkomsten. “We moeten elkaar niet voor de gek houden. Atencio stelt dat politici niet klagen over hun salaris omdat ze dit ontvangen. De kleine man die hard werkt, moet het in fasen krijgen. “Deze jongens hebben gewerkt, ze hebben hun taak al gedaan voor de regering. Waarom moeten hun gelden dan in fasen,” vraagt hij zich af. "Ze hebben recht erop omdat ze hebben gewerkt".

De kandidaat vindt dat de voorzitter van de Vereniging Belangen Boothouders Commewijne (VBBC), Ann Sadi, tweedracht heeft gezaaid onder de boothouders van Meerzorg. Vandaag ging het vooral om de boothouders van Johanna Margretha en gedeeltelijk Leonsberg. Hij was met enkele boothouders van Johanna Magretha en Leonsberg naar de Plattebrug aan de Waterkant om aandacht te vragen voor hun problemen. Hij hoopt dat de achterstallige gelden deze week nog worden uitbetaald.

De VBBC-voorzitter Sadi stelt dat er politiek met de zaak wordt bedreven door de oppositie. Ze snapt niet dat men zegt dat zij hun belang niet behartigt. Het oordeel laat ze echter over aan de gemeenschap. Zij heeft vrijdag met de boothouders gesproken en uitgelegd dat de administratie reeds is opgemaakt maar het traject wat langer heeft geduurd. In 2018 was de afspraak al gemaakt dat de vergoeding in delen zou worden uitgekeerd. Als voorzitter heeft zij vanaf het begin van de maatregelen aangegeven dat deze groep mensen “handje contantje” ontvangen, niet aan het eind van de week of het eind van de maand en dat er hier rekening mee gehouden moet worden.

Sadi legt uit dat wat Johanna Margretha betreft, de mensen afhankelijk zijn van bootvervoer, terwijl er tussen Paramaribo en Meerzorg nog een brugverbinding is. Er is gevraagd om met in acht neming van de Covid-regels daar een uitzondering te maken. Sadi geeft aan dat ze het werk als voorzitter kosteloos op zich heeft genomen omdat de boothouders hard werken en ze hen wil begeleiden. Er zijn heel wat boothouders die ook mensen in dienst hebben en hun geen geld geven. Ze wil in een later stadium er wel met de boothouders over vergaderen, om deze groep te beschermen. Sadi zegt dat ze met de overheid zal praten over hoe omgegaan zal worden met de social distancing maatregelen, omdat een verminderd aantal passagiers in de boten inkomstenverlies is.

Raoul Lith
Advertenties