Column: De voorganger 
20 Dec, 00:59
foto
Edgar Burgos treedt op in De Nieuwe Kerk in Nederland.


Op de kansel staat mijn laptop. Op het beeldscherm prijkt de eerste slide van de presentatie. Onder het preekgestoelte zit de geluidstechnicus achter de knoppen. De ongeveer tweehonderd stoelen in het schip zijn voor minstens de helft bezet. 
Ik sta op het punt mijn verhaal te beginnen en haal diep adem. Een karaf water met glazen staat klaar en ik ben naar de wc geweest. Van zenuwen heb ik geen last maar eenmaal op het podium realiseer ik me plotsklaps waar ik eigenlijk ben.
Opnieuw kijk ik omhoog. De sfeer is gewijd, het orgel reikt tientallen meters hoog en door het vele glas-in-lood valt het licht zoals het nergens anders valt. Onder zulke machtige gewelven voelt elke bezoeker zich op slag nederig en aards. 

We bevinden ons dan ook in De Nieuwe Kerk, hartje Amsterdam. Op historische grond. Twee eeuwen terug legde koning Willem I hier de eed af op de grondwet, later kregen zijn troonopvolgers er voor het eerst de kroon op het hoofd en veel korter geleden liet Maximá haar traan op het moment dat haar huwelijk met die andere Willem werd ingezegend. 
In de kelder ligt een compleet hoofdstedelijk stratenplan aan beroemdheden begraven. Of ze nu Isaac da Costa, Kasper van Baerle, Pieter Corneliszoon Hooft of Joost van den Vondel heetten. Ook de resten van Jan van Speijk en Michiel de Ruyter moeten hier liggen. Die staan officieel als zeehelden te boek maar vertegenwoordigen ook een minder florissant hoofdstuk uit de vaderlandse geschiedenis. 

Gedeelde geschiedenis, om precies te zijn. Want De Nieuwe Kerk vormt deze maanden het decor van de Grote Suriname Tentoonstelling. En Suriname en Nederland hebben nogal wat episodes uit het verleden met elkaar gemeen, zij het dat daar vaak verschillend op wordt teruggekeken.

De tentoonstelling heeft behalve die historische raakvlakken nog twee pijlers: de overweldigende natuur van Suriname en de rijke, multiculturele samenleving. En om die laatste component kracht bij te zetten mag ik hier vanmiddag een verhaal vertellen over Surinaamse muziek. Dat beschouw ik als een geweldige eer. Het vertrouwen van de organisatie moet ik alleen wel zien waar te maken. Geen nood: mijn verhaal bevat genoeg wetenswaardigheden en anekdotes. Omdat de Surinaamse muziekcultuur zo oneindig veel te bieden heeft.
En kom ik per ongeluk niet uit mijn woorden, dan hoef ik maar op de spatiebalk te drukken en er klinkt muziek. Dan vult Lieve Hugo de immense ruimte, laat Iwan Esseboom het glas-in-lood rinkelen en pakt Oscar Harris de zaal in met zijn stem.

Nog voor ik goed en wel ben begonnen, weet ik al dat het goedkomt. Straks mag ik namelijk Edgar Burgos aankondigen. Een voorganger die het liefst elke zondag het preekgestoelte zou bestijgen. En dan bepaald niet om voor het zingen de kerk uit te gaan - even voor de duidelijkheid: dit waren Edgars eigen woorden… 

Vóór hij aan zijn optreden begint, heeft hij nog een paar tori’s in petto. Vol vuur vertelt hij over zijn jeugd op Frimangron en hoe hij kennismaakte met kawina en kaseko. Over Miriam Makeba, Ben E. King of Mighty Sparrow die maar wat graag bij hem in het voorprogramma wilden staan. Ook gaat hij terug naar zijn tournee naar Suriname, met Trafassi, in de jaren tachtig, toen hij het inreisverbod van de Militaire Raad negeerde omdat zijn nummer Bronbere zo’n grote hit was. 
Dan geeft Edgar de technicus een teken. Maestro! Nauwelijks drie, vier maten of de zaal springt als één man op van zijn stoel. De wasmachine draait meteen op volle toeren. Schip, zijbeuken en entreehal staan in lichterlaaie. De geesten van Hooft, Vondel en misschien zelfs die van De Ruyter: ze wiegen zachtjes mee. Voorwaarts Suriname!

Diederik Samwel