'60 jaar volkslied roept ons op meer te doen'
07 Dec, 11:28
foto
In november 1959 benaderde de ministerraad de bekende dichter Trefossa (pseudoniem van Henny de Ziel) om een tweede couplet in Sranan Tongo te schrijven.


Vandaag is het volkslied 60 jaar oud, want het werd op 7 december 1959 in het toenmalige parlement aangenomen. Het volkslied bestaat dus langer dan de onafhankelijkheid. De Schrijversgroep’77 heeft haar laatste maandelijkse programma in Tori Oso hieraan besteed. Jeff Wirht en Marten Schalkwijk spraken bij deze gelegenheid over ‘Volkslied zingen versus volkslied doen’. 

De periode na de tweede wereldoorlog was een tijd van toenemend zelf-bewustzijn als natie. Na de baas-in-eigen-huis beweging van Bosch Verschuur (1943 en daarna), kreeg je de eerste politieke partijen (1946-1949 zoals PSV, NPS, KTPI en VHP), de eerste algemene verkiezingen (1949), de interne autonomie (Statuut, 1954), en de eerste eigen regering (1951). In deze periode ontstond er behoefte aan nationale symbolen om de natievorming te ondersteunen. Het gaat dan om de vlag, het wapen en het volkslied. De symbolen werden op 15 december 1959 aan de bevolking gepresenteerd. Het volkslied werd bij de onafhankelijkheid in 1975 gewoon gehandhaafd. 

Trefossa
Suriname had al sinds 1893 een onofficieel volkslied dat indertijd door de Lutherse predikant Cornelis Hoekstra was geschreven. Hoekstra had daarbij een melodie genomen van een lied dat in 1876 gecomponeerd was door de Friese onderwijzer Johannes de Puy. In november 1959 benaderde de ministerraad de bekende dichter Trefossa (pseudoniem van Henny de Ziel) om een tweede couplet in Sranan Tongo te schrijven. Hij had maar een week de tijd en heeft toen teruggegrepen op een gedicht dat hij kort daarvoor had gecomponeerd. Hij veranderde ook vijf van de acht regels van het Nederlandse couplet van het oude volkslied. Verder stelde hij voor om de wat snellere muziek van het lied ‘Welkom’ van de Surinaamse componist Johannes  Helstone te gebruiken. Het toenmalige parlement –de Staten van Suriname- koos voor de oude melodie van de Puy. Ook veranderden zij 1 woord in de tekst nl. “Werkend houden w’in gedachten”, terwijl Trefossa het woord ‘strijdend’ in die regel had voorgesteld. Het volkslied werd op 7 december 1959 goedgekeurd en werd op 15 december officieel van kracht.

(Bron: Het commentaar van Eva Essed bij de compositie van het volkslied dat is verschenen in J. Voorhoeve (ed): Ala poewema foe Trefossa. Bureau Volkslectuur, Paramaribo 1977. Te downloaden via www.dbnl.org). 

De functie van het volkslied
“Het volkslied is een nationaal symbool van een land. Het vertelt over de geschiedenis, traditie en waarden van het land en volk” (www.worldatlas.com). Ons volkslied bevat een hele sterke inhoud en kan worden gezien als een dynamische toetssteen en wel als:
1. het collectief oriëntatiepunt voor onze samengeraapte bevolking bij zin- en vormgeving van ons bestaan op dit grondgebied.
2. een objectieve maatstaf en instrument van sociale controle en zelfsturing.
3. een richtlijn van universele waarden en normen voor het sociaal verkeer .
4. de boropasi, naar natievorming anno 2019.

Het volkslied wordt te weinig nageleefd
Het volkslied dient de bevolking te inspireren en de leiders aan te moedigen om steeds het goede voorbeeld te geven. In Suriname lijkt het alsof men het volkslied vaak gedachteloos zingt, maar niet doet waartoe het volkslied ons oproept. Dit was de essentie van de boodschap van Wirht en Schalkwijk: Wij moeten het volkslied niet alleen maar zingen maar het ook DOEN. Het volkslied roept ons op om niet etnisch te denken, omdat we het land samen moeten opbouwen. Het moet dus een inspiratie zijn voor de natievorming en het doorbreken van etnisch denken en handelen. Het betekent ook dat het onrecht -waaronder corruptie- bestreden moet worden, en de overheid eerlijk moet zijn, want “Recht en waarheid maken vrij”. Zowel de burgers als de overheid moeten hieraan inspiratie ontlenen om “Al wat goed is te betrachten” want dat zal ons land meer waardering opleveren.
 
Makandrasani
Bij 60 jaar volkslied moeten we constateren dat ons volk nog te weinig zelf verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn toekomst. Het falen wordt te snel afgeschoven op anderen, terwijl men te weinig eigen initiatieven neemt en nog te veel op de overheid wacht. Bij andere volkeren zien we juist meer eigen verantwoordelijkheid en eigen initiatief. Onze mind-set moet echt gaan veranderen. We zullen niet moeten letten op de verschillen tussen de bevolkingsgroepen, maar moeten gaan leven vanuit de gemeenschappelijke ervaring sinds wij in dit land gekomen zijn. Die gemeenschappelijke ervaring heeft vijf onderdelen, die wij de makandrasani kunnen noemen t.w.:
1) Dat al onze voorouders hun bestaan zin en vorm hebben gegeven onder het koloniaal bewind (met of zonder zweep).  
2) Dat de koloniale meesters onze verzetshelden hebben gecriminaliseerd en of hebben vervaagd in onze geschiedschrijving.
3) Dat wij allen middels de navelstrengband (kumba tee) aan deze grond zijn verpand.
4) Dat de ‘plantage Suriname’, aan ons is overgedragen door de voormalige koloniale eigenaar bij de Srefidensi op 25 november 1975, met alle lusten en lasten. 
5) Dat wij allemaal staan op de schouders van onze voorouders, die wij horen te gedenken en respect te betonen door van onze erfenis een welvarend land te maken.
 
Bewustmaking
Wij zullen Suriname met elkaar moeten opbouwen en niet wachten op anderen. Om dit te doen moet de bevolking veel meer bewust gemaakt worden van de werkelijke betekenis van het volkslied, zodat de inhoud meer gaat leven en een echte bron van inspiratie vormt. Het gaat om een cultuuromslag in ons denken, van waaruit wij dan zaken gaan doen. Dat moet op school gebeuren, thuis, op de werkplaats, bij een vereniging, in de buurt, etc. De leiders hebben daarbij ook een taak. In dit kader is het van belang om aan te geven wat Frantz Fanon, de bekende schrijver uit Martinique, geschreven heeft in zijn boek ‘De verworpenen der aarde’.
Het politiek opvoeden van de massa betekent niet, het kan niet betekenen, dat er een politieke toespraak gehouden wordt. Wat het betekent is om aanhoudend en gedreven te proberen, de massa te leren dat alles van hen afhangt; dat als we stagneren het hun verantwoordelijkheid is en dat als we vooruitgang boeken het ook aan hen te danken is, dat er niet zoiets bestaat als een wereld verbeteraar, dat er geen beroemde man is die de verantwoordelijkheid voor alles zal nemen, maar dat de verbeteraars de mensen zelf zijn en dat de magische handen uiteindelijk alleen de handen van de mensen zijn.

Opo! Kondreman, un opo! Sranangron e kari un.

Monday 27 January
Sunday 26 January
Saturday 25 January