Goede bedoelingen
05 Nov 2013, 20:00
foto


In een ingezonden stuk op Starnieuws verwijt Ida Does mij respectloos om te zijn gegaan met het verhaal van Anton de Kom, toen ik mijn roman De man van veel schreef, en daarvoor geen toestemming van de familie De Kom vroeg.

In het stuk beschuldigt Does me bovendien van meer zaken; ik zou willen teren op de naam van De Kom, en ik zou zijn nalatenschap willen gebruiken om er commercieel een slaatje uit te slaan.

De eerste, en belangrijkste, vraag die in me opkwam, was; heeft Does het boek überhaupt gelezen? Ik vroeg het haar op de vrouw af, maar het antwoord bleef uit.
Vreemd, want ze beschuldigt mij ervan respectloos met het verhaal van De Kom te zijn omgesprongen, terwijl mijn roman niet minder dan een eerbetoon aan AdeK is, zoals op haar manier haar documentaire. Does lijkt moeite te hebben om het verschil tussen een biograaf en een romanschrijver te begrijpen. Daar komt bij dat ze zich vragen stelt over of het wel netjes is van mij, om dit boek te schrijven.

Dergelijke vragen, over ethiek versus de vrijheid van de schrijver, zijn alleen de moeite van het stellen waard (en zelfs dan vaak ook niet) als de schrijver respectloos met de nalatenschap van een persoon is omgesprongen.
Heb ik dat gedaan?
Nee. Absoluut niet.
Ik heb van Anton de Kom een persoon gemaakt, ja. Met zijn zwaktes, en zijn onzekerheden. Zodat daaruit nog beter zijn kracht en opoffering naar voren komt. Als je het leest, dan voel je de liefde die ik, als elke Surinamer, voor De Kom voel. En het respect voor zijn strijd. Zodat je doordrongen wordt van ontzag voor iemand die de een na de andere rake klap van het leven krijgt, maar blijft opstaan, en blijft strijden.

Does neemt het me kwalijk dat ik een aantal dingen wel, en een aantal dingen niet heb genoemd. Dan heb ik nieuws voor haar, en iedereen die aan het boek zou beginnen met het idee dat het een biografie is; er zitten complete personages in die Anton de Kom nooit heeft gekend.
Dat heet verbeelding.
Dat heet literatuur.
Ze zijn in het leven geroepen om Anton's verhaal in verder in te kleuren. Er is David, de medepatiënt, die voor Anton de belichaming wordt van het goede in de mens, en het zwakke, oftewel datgeen wat ten allen tijde beschermd moet worden. De vriendschap tussen die twee staat voor Antons diepgewortelde drang om de wereld beter te maken. Daarom sluit hij vriendschap met David, en daarom probeert hij hem te helpen. En nee, David heeft in het echt niet bestaan.
Het is dan ook een roman!

De vraag of het ethisch is om dingen te verzinnen die nooit zijn voorgevallen, zouden we elkaar moeten stellen als er kwaad wordt gesproken, en kwaad wordt gedaan. Dat is in mijn werk, nu niet, en ook in eerder werk van mij, niet het geval. Als Does zich enigszins bekend zou maken met mijn oeuvre, zou ze weten dat ik niet het type schrijver ben dat uit is op goedkoop scoren, noch op sensatie. Ik ben een schrijver van de nuance, zo sta ik ook bekend; als iemand die vanuit de nuance de wereld durft te benaderen.

En ja, ik begrijp dat het pijnlijk en vreemd voor de nabestaanden is om dingen te lezen die niet of anders zijn gebeurd dan ze hebben meegemaakt. Maar dat is juist dat vreemde gebied tussen wat de schrijver vermag, en wat de betrokkenen in te brengen hebben. Daarom ook, heb ik vooraf geen contact met de familie gemaakt. Omdat ik mijn versie van Anton wilde schrijven. En, en daar zit precies het knelpunt, omdat ik alleen maar goede intenties heb gehad tijdens het schrijven. Ik heb van Anton geen vreemdganger gemaakt, geen zwakkeling, geen moordenaar, niets wat hij niet was en wat respectloos naar zijn nakomelingen zou zijn. Ja, ik heb hem gedachten gegeven. Ja, ik heb hem dingen laten meemaken. Alles in de lijn van het uiteindelijke doel; deze man voor de lezer tot leven te wekken, zodat hij ze voor altijd bij zou blijven.
Is dat respectloos?

Dat Does suggereert dat ik De Kom heb genomen om een slaatje uit zijn naamsbekendheid te slaan is een verschrikkelijk lage beschuldiging. En onrealistisch bovendien. AdeK mag onder de Surinamers beroemd zijn, buiten onze groep kennen schrikbarend weinig blanke Nederlanders hem. Juist omdat ik zijn onbekendheid zo pijnlijk en onverdiend vond, ben ik het boek gaan schrijven. Dat bij De Wereld Draait Door een boekverkoopster moet uitleggen wie De Kom is, voor ze aan het waarderen van mijn roman toekomt, zegt genoeg. Daar komt bij dat ik, zonder valse bescheidenheid, ervan uit ga dat ik inmiddels teveel strepen verdiend heb om op andermans naam winst te hoeven maken.

Does schermt met het verdriet van de familie De Kom. Ik vind dat pijnlijk. Niet alleen omdat dit verdriet evident is, maar ook om de manier waarop ze hun verdriet uitvergroot door van het boek een kwetsend stuk tekst te maken, terwijl het zoals ik al schreef het recht tegenovergestelde daarvan is. Ja, ik weet dat Antons kinderen ervan zijn geschrokken. Ik heb, in tegenstelling tot wat Does suggereert, wel degelijk contact met de familie gehad nadat het boek af was, en ik begrijp, en voel ook voor de emotie dat juist de periode in de inrichting een van de pijnpunten is in de herinnering aan hun vader.

Maar, I’ll say it again; mijn boek is geen biografie! Of Anton al dan niet nagekeken werd door de buren toen hij werd meegenomen naar de inrichting, is niet relevant voor het boek. Wat wel relevant is, is dat het een kunstgreep is die zijn isolement moet benadrukken. En zijn waanzin, omdat hij het zich allemaal inbeeldt. Dit is het inkleuren van een verhaal, opdat de lezer erin meegezogen wordt, en opdat de betekenis in alle lagen doorschemert. Het is kunst, Ida Does, en geen documentaire.
Dat dit voor de familie moeilijk terug te lezen is, omdat het niet hun feitelijke verhaal is en bovendien alle verdriet weer naar boven haalt, begrijp ik. Ik respecteer ook hun keuze om, zoals een kleinzoon me vertelde, het boek niet te lezen omdat het teveel herinneringen naar boven haalt. Maar wat ik niet accepteer, is dat mensen de familie De Kom gaan vertellen dat Amatmoekrim als een olifant in de porseleinkast is bezig geweest, en hun inderdaad liefdevol overgeleverde herinnering aan een van de belangrijkste mannen van de geschiedenis achteloos omver trekt. Want dat doe ik namelijk niet! Ik heb op mijn manier een monument voor Anton de Kom opgericht. Het gemene stuk van Does is laag, en vals en lijkt over alles behalve mijn boek te gaan.

Mijn lange emails heeft ze uiterst summier beantwoord met de woorden dat ‘het niets persoonlijks is’. Ik durf dit luidruchtig en hartgrondig te betwisten. Is het niet persoonlijk te zeggen dat mijn boek iets anders is dan het is? Is het niet persoonlijk om mij af te schilderen als een harteloos en onethisch mens dat voor de euro’s zomaar even een boek schrijft? Is het niet persoonlijk om te zeggen dat mijn boek, dat ik met respect voor mijn volk en een van onze grootste helden heb geschreven, opdat ook elke Nederlander die De Kom tot nog toe negeert, met hem geconfronteerd wordt, en van hem gaat houden, zoals wij doen, om te zeggen dat dat boek respectloos en kwetsend is?
Hou toch op.

Toch besef ik dat Does’ woorden zijn ingegeven door goede bedoelingen. Aan goede bedoelingen gaat de wereld echter vaak genoeg ten onder. Ik mailde Does een voorbeeld, waarin volgens mij duidelijk wordt waar zij staat, en waar ik sta. Ik herhaal het hier:

Ik schreef eens een roman, Wanneer wij samen zijn, over de familie van mijn moeders kant. Het is een opeenstapeling van verdriet en verlies, drie generaties lang van worsteling en pijn, dat samenkomt in de generatie van mijn moeder, die bijna bezweek aan het verdriet waardoor zij was omgeven. In dat boek ziet de lezer dit verhaal, en begrijpt het verdriet van de moeder die depressief op bed ligt en niet voor haar kinderen kan zorgen, en ze slaat met de riem omdat ze geen ander antwoord heeft. De lezer voelt voor het kind, maar ook voor de moeder, want niemand is zwart-wit; onze menselijkheid schuilt in de nuance.

Mijn moeder huilde toen ze het las.
Maar ze vond het mooi, en waarachtig. En het deed haar geen verdriet.
Wat wel verdrietig was, waren de reacties van mensen die het boek niet lazen, maar zeiden; wat erg voor je, dat je dochter zo de vuile was buiten hangt.

Respect, beste mevrouw Does, heeft meerdere vormen. Intelligente mensen zouden hun best moeten willen doen om verder te kijken dan hun neus lang is. Als zelfs de intelligentsia van Suriname elkaar onnodig de haren in vliegen, dan zie ik onze toekomst somber in. Met zulke vrienden, heb ik geen vijanden nodig.

Karin Amatmoekrim
Schrijver van De man van veel
Advertenties

Wednesday 26 January
Tuesday 25 January
Monday 24 January