Nieuw Front veroordeelt gratieverlening aan Meriba
18 Feb 2012, 17:00
foto
President Desi Bouterse zei dat er niks aan de hand is met de gratieverlening van Romano Meriba.


Het Nieuw Front blijft erbij dat president Desi Bouterse onrechtmatig heeft gehandeld door gratie te verlenen aan Romano Meriba. In een motie wordt deze handelwijze afgekeurd. "Het is een klap in het gezicht van de rechterlijke macht", zei assembleelid Chandrikapersad Santokhi die namens de fractie de motie verdedigde. Deze motie werd vrijdag afgestemd met 11 voor en 33 tegen.
In de motie wordt erop gewezen dat de president in zijn beantwoording bevestigt dat bij gratieverlening zijnerzijds een advies vooraf van de vonnissprekende rechter nodig is. De president gaf aan dat Meriba al voorkwam op de collectieve lijst voor gratieverlening in verband met 35 jaar onafhankelijkheid. De president heeft Meriba van de lijst gehaald omdat hij extra toetsing wilde hebben.

In strijd
Indien het door de president gestelde juist is, is het wel duidelijk dat betrokkene volgens de door de bedoelde gratiebesluit van 6 juni 2011 (P.B. no 16/2011) in aanmerking zou zijn gekomen voor gratie voor 15 maanden en niet meer. De president heeft met het presidentieel besluit, P.B. no 38/2011, d.d. 22 december 2011, in strijd met het P.B. van juni 2011 en zonder advies van de betrokken rechter, betrokkene gratie verleend voor 6 jaar en 1 maand.

Het Nieuw Front vindt dat de laatste gratieverlening van 22 december 2011, in strijd is met gemeld presidentieel besluit van juni 2011, eveneens dat deze laatste gratieverlening niet gedekt wordt door een advies van de betrokken rechter.
Volgens de president zelf in het gemeld P.B. van 22 december gaat het om een individuele waarover geen advies van de betrokken rechter is gevraagd; het betreft dus niet de collectieve gratieverlening waarover het Hof van Justitie heeft geadviseerd.

In strijd
Daar de president bij zijn besluit, om aan betrokkene individueel gratie te verlenen geen advies ter zake heeft gevraagd aan de vonnisgevende rechter, handelt hij in strijd met de Grondwet artikel 109. Het is de mening van de president dat in een bepaald geval gegeven advies van de vonnisgevende rechter dienende voor een collectieve gratieverlening, ook geldt, voor gratieverleningen in een ander individueel geval en wel na verloop van een periode van 6,5 maanden, in strijd is met de grondwet. Dit omdat de Grondwet de gedachte weergeeft dat bij elke gratieverlening de betrokken rechter advies moet uitbrengen. De grondwet wenst duidelijk te voorkomen dat een advies van een niet betrokken rechter gebruikt wordt door de president om gratie te verlenen, dat is duidelijk in de Grondwet ontzegd;

Het recht van gratie van straffen biedt geen vrijbrief aan de president om naar eigen inzichten en willekeur te handelen zonder advies van de betrokken rechter c.q. het Hof van Justitie en om misbruik te maken van zijn bevoegdheid. Het besluit van de president is in strijd met de Grondwet geschied en is daarom nietig.

Op stoel rechter
Overeind blijft volgens de indieners van de motie dat de overweging van de president, die gegolden heeft voor de gratieverlening met betrekking tot “redelijk termijn” voor de afwikkeling van het betrokken hoger beroep, namelijk dat dit niet een aangelegenheid is voor de president, doch van de rechterlijke macht.

De president is volgens het Nieuw Front met deze beoordeling op de stoel gaan zitten van de betrokken rechter(s), een handeling van de president die met alle nadruk moet worden afgewezen in het belang van het behoud van onze rechtsstaat Suriname, eveneens voor het behoud de rechtszekerheid en rechtsbescherming in de samenleving, aldus de motie.