De weg is er, maar de wil is niet aanwezig in de kwestie van de initiatiefwetsvoorstellen tot hervorming van de rechterlijke macht. Wie staatsrechtelijk nuchter kijkt naar de gedachte om de rechterlijke macht te herstructureren onder de huidige omstandigheden, kan maar tot één conclusie komen, namelijk: ‘de wil is niet aanwezig’.

Het is onvoorstelbaar dat na drie maanden van delibereren, seminars, overleg met stakeholders en verschillende openbare vergaderingen door de door ons gekozen assembleeleden, nu bij monde van de voorzitter doodleuk wordt verteld dat “de DNA-vergadering wordt verdaagd voor verder overleg over de wetsvoorstellen met betrekking tot de rechterlijke macht”.

Het betreft hier onderlinge verschillen van inzicht die te maken hebben met persoonlijke belangen. Aan ons, kiezers, worden verhalen verteld waarbij wij gewoon worden bedonderd. Neem nu het verhaal over de procureur-generaal (PG); met de nieuwe aanpassingen is het probleem van de PG geen meter opgelost. De kwestie van “voor het leven benoemd” is onzin, omdat de PG sedert 1977, dus bijkans 50 jaar, reeds op de leeftijd van 65 jaar met pensioen gaat, volgens artikel 14a van het “Reglement op de Inrichting en Samenstelling van de Surinaamse Rechterlijke Macht” (SB 1994 no. 17).

Ongeldige wetgeving
Alles staat en valt met de status van de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht, waarin de leeftijd van de PG en het gehele Openbaar Ministerie, zonder blikken of blozen, naar 70 jaar wordt getild. Het is dus niet waar (een leugen) dat door het initiatiefvoorstel de leeftijd naar 65 jaar wordt teruggebracht. In een wet die in strijd is met de grondwet is de leeftijd juist naar 70 jaar gebracht. Niemand in Suriname of elders kan mij het tegendeel bewijzen.

Binnen dit hele gedoe zijn er geen vraagstukken die wetgeving ingewikkeld maken of bemoeilijken, hetzij door onwetendheid of onwil om de wetgeving in overeenstemming te brengen met de grondwettelijke taken van het Openbaar Ministerie, zijnde opsporing, vervolging en tenuitvoerlegging.

Als de aanpak niet wordt gewijzigd, zullen geen enkele nieuwe inzichten verandering brengen in deze oeverloze discussies, daargelaten het kostenaspect van deze bijeenkomsten.

Omdat in de wet, die in strijd is met de grondwet, de basis ligt van de meeste tegenstrijdigheden die zorg moeten dragen voor een rechtsstatelijke afhandeling van deze macht binnen de trias politica, is – temeer daar het de rechterlijke macht betreft – zuiverheid geboden.

Door de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht in te trekken (ongedaan te maken), ontstaat er een clean field om de salarisproblematiek bij de rechterlijke macht, de leeftijdskwestie van de PG en de leeftijdsproblematiek van de overige leden van het Openbaar Ministerie in één keer op te lossen. Evenzo de kwestie van benoemingen bij de rechterlijke macht en de ongebruikelijke uitsluiting van aansprakelijkheid van leden van de rechterlijke macht.

Hoe willen de fracties elkaar vinden samen met het Hof van Justitie, de belanghebbende? Dat gaat bestuursrechtelijk mijn petje te boven. Persoonlijk heb ik de vorige president stevig bekritiseerd om zijn vaak niet-rechtsstatelijke handelingen, maar hij wist wel de politieke macht te hanteren.

Dat zeg ik niet nu; ik heb er altijd op gewezen.

Eugène van der San