Vraagtekens bij vermogen uitvoeren Wet op Jaarrekening
16 Jan, 18:38
foto
De lezing en paneldiscussie van de Surinaamse Vereniging van Juristen en de Hakrinbank is druk bezocht. (Foto's: René Gompers)


De Surinaamse Juristen Vereniging (SJV) heeft een buitengewoon drukbezochte lezing en paneldiscussie over het aangepaste Wetboek van Koophandel en de Wet op de Jaarrekening gehouden. Er is twijfel maar ook hoop bij de juristen, vatte Serena Essed deze activiteit samen. Hoewel de wetten financiële transparantie afdwingen, het beter functioneren van particuliere en overheidsbedrijven stimuleert, een beter investeringsklimaat helpt vormen en uiteindelijk moet helpen uit de precaire situatie te komen, worden er grote vraagtekens gezet bij het vermogen van het land om de wetten uit te kunnen voeren.

De bijeenkomst maandag is gehouden door de SJV en de Hakrinbank. SJV-voorzitter Humphrey Schurman en directeur van de Hakrinbank, Jim Bousaid, zijn erg onder de indruk van de opkomst. Er moesten extra stoelen worden gehaald om de stroom van belangstellenden te accommoderen in de Royal Ballroom van Torarica.

De inleiding is verzorgd door hoogleraar Frank Kunneman uit Curaçao. In zijn voordracht Transparantie, verantwoording en aansprakelijkheid in het Surinaamse vennootschapsrecht is hij ingegaan op de praktische werking van de twee wetten zoals dat gebeurt op Curaçao. Suriname en het eiland staan op enkele fronten voor dezelfde uitdagingen, nationaal en internationaal. De wetten helpen de uitdagingen het hoofd te bieden maar het zal veel geld en moeite kosten om te blijven voldoen aan de eisen die gesteld worden.

Politiek, financiën, een kleine bevolking en de benodigde deskundigheid die in klein getal beschikbaar is, zijn enkele van de problemen waarmee niet alleen Curaçao en Suriname te kampen hebben, maar heel veel landen in het Caribisch Gebied. De wetten helpen weliswaar om te voldoen aan internationale standaarden in de financieel juridische en zakelijke wereld, maar intern gaat het niet altijd van een leien dak, benadrukt de inleider. De strengere standaarden die de wetten met zich meebrengen, leggen meer druk op financiële instellingen. Een van de gevolgen daarvan is het verlies van het contact met ‘correspondent banks’. Deze banken maken het mogelijk dat lokale banken transacties naar het buitenland kunnen uitvoeren. Deze landen hebben ook hun eigen standaarden waaraan voldaan moet worden door de bank die met hen wil samenwerken. Kleinschaligheid is steeds vaker de reden dat de ‘correspondent’ banken de samenwerkingen opzeggen. Bij het uitvallen van dit netwerk raakt een land financieel geïsoleerd. Volgens een studie van het Internationaal Monetair Fonds is het verliezen van dit netwerk een trend aan het worden in het Caribisch Gebied, geeft Kunneman aan.

Curaçao heeft ondertussen ook de regels aangepast, aangescherpt en ervoor gezorgd dat ze daadwerkelijk uitgevoerd worden. Een directeur die ‘ernstige fouten’ heeft gemaakt wordt wel verantwoordelijk gesteld en ontslagen, illustreert Kunneman. Het depolitiseren van instituten die op de naleving van de wetten toeziet is essentieel. Daar ligt ook een grote uitdaging in omdat in kleine gemeenschappen “iedereen op verschillende posten zit en iedereen elkaar kent,” merkt de inleider op. Een andere uitdaging is dat de gemeenschap, op verschillende niveaus, onvoldoende bewust is van ‘good governance’, waarom het is ingesteld en hoe het werkt.

Tijdens de discussie zijn enkele voorbeelden uit de Surinaamse praktijk aangehaald van hoe leidinggevenden en stichtingen wetten en regels omzeilen. Stichtingen, die grove winsten maken met de verkoop van grond zijn vaker als voorbeeld aangehaald. Maar ook zij worden onderworpen aan de ‘nieuwe’ wetten garandeert het panel dat uit financieel juridische toppers en bedrijfsleiders bestaat.
Het publiek zet vraagtekens bij het uitvoeren van de wetten. Suriname telt bijvoorbeeld veel te weinig accountants om de verplichte jaarrekeningen op te maken of te controleren. Er wordt getwijfeld aan het vermogen van instituten die op naleving van de wetten moet toezien. Ook daar is er onder andere te weinig kader om de controles uit te voeren.

Het zal bedrijven extra geld kosten om aan de wetten te voldoen. Of ondernemers daar geld in willen stoppen in een tijd van gelimiteerde geldstromen, moet nog blijken. Er is ook aangehaald dat er al sinds 1936 wetten bestaan die transparantie van bedrijven en overheid verplichten. Die zijn nooit toegepast. Er zijn (nog) geen duidelijke garanties dat dit nu wel zal gebeuren. De juristen zijn het er wel over eens dat elke uitdaging overwonnen kan worden wanneer eenieder daadwerkelijk voor de verandering gaat. Trainingen en voorlichtingscampagnes zijn nodig. Een ‘mind shift’ en een duidelijk vastgesteld doel kan het broodnodige succes waarmaken. Er is hoop.

René Gompers