Verwijdering borstbeeld Barnet Lyon toegejuicht
19 Sep, 11:18
foto


Onder geringe belangstelling van de bevolking hebben enkele historisch bewuste activisten en publieke personen het borstbeeld van de koloniale bestuurder en planter Barnet Lyon, alias ‘Koelipapa’ de vorige week zaterdag demonstratief verwijderd. Daarna is het opgevallen dat velen uit diverse hoeken in onze samenleving zich hebben afgevraagd waarom het borstbeeld is verwijderd, wie de moslima Tetary was, omdat blijkbaar velen nooit eerder van haar hadden gehoord. Talrijke mensen vroegen zich ook af wat er met dit borstbeeld en met andere koloniale beelden en artefacten zou gebeuren of zou moeten gebeuren. Het antwoord op deze drie vragen zullen in dit ingezonden bericht in kort bestek de revue laten passeren.

Waarom moest het borstbeeld van deze kwaiman worden verwijderd?
Om deze vraag te beantwoorden moeten wij teruggaan naar wetenschappelijk onderzoek dat het Kennisinstituut voor onderzoek ter zake Genocide en Reparaties heeft gedaan naar de planters en plantersfamilies die in 1863 reparatiegelden uit Nederland hebben ontvangen. Zoals bekend hebben de ruim 34.000 tot slaaf gemaakten bij de Emancipatie geen grond, geen werktuigen en ook geen startkapitaaltje van de kolonisator ontvangen. De planters zijn toen wel gefêteerd door de toenmalige Nederlandse regering. De planters en kooplieden-bankiers in Nederland hebben toen reparaties ontvangen en niet een beetje.

Joshua Barnet Lyon stond op de derde plaats op de uitkeringsladder van planters die reparaties in 1863 hebben ontvangen. Op de eerste plaats prijkte de naam van Hugh Wright, op de tweede plaats van deze ranglijst stond Wilhelm Eduard Ruhman. Lyon heeft in 1863 voor het vrijheid verlenen van zijn menselijke bezittingen reparaties ontvangen: voor 194 tot slaafgemaakte Afrikanen die tot zijn privébezit werden gerekend, voor 97 tot slaaf gemaakten van de plantage Susanandaal, voor zijn 151/180 deel van 110 tot slaaf gemaakten van plantage Waicoribo,voor 214 tot slaaf gemaakten op de plantage Jagtlust en ten slotte voor 50% van het aantal tot slaaf gemaakten op de plantage Alkmaar. Dit is allemaal terug te vinden in de Nederlandse Rekenkamerverslagen over de reparatie-uitkeringen van de Nederlandse Staat. Joshua Barnet Lyon is voor in totaal 734 tot slaaf gemaakten gecompenseerd en hiervoor heeft hij het lieve bedrag van 220.200.00 florijnen ontvangen. In termen van koopkracht van euro's van 2016, komt aan wat aan deze kwaiman is uitgekeerd neer op 5.145.228.08 euro. Het einde van de formele slavernij was dus een winnend lot uit een superloterij voor deze koloniale figuur.

Het verhaal van Janey Tetary
Dezelfde kliek uitbuiters en onderdrukkers (of hun erfgenamen) uit de periode van de genocide onder de Inheemsen, de slavenhandel en de 223 jarige slavernij in Suriname van tot slaaf gemaakte Afrikanen waren in de periode van de contractarbeid nog heer en meester in Suriname. Geen wonder dat auteurs als Oedraysingh Varma, Hira, Bhagwanbali en ook Choenni de periode van de contractarbeid een periode van verkapte slavernij noemen.

Tetary heeft in die periode in Commewijne op de plantage Zorg en Hoop gewoond en gewerkt en heeft dit systeem van onmenselijkheid en vertrapping van mensenrechten aan de lijve ondervonden. Velen hebben niet van deze dappere vrouw gehoord, omdat de Surinaamse geschiedenis nog steeds niet vanuit een Surinaams perspectief is onderzocht, laat staan is vastgelegd. Anno 2017 worden onze kinderen nog steeds verziekt met het verhaal dat Alonso de Ojeda Suriname heeft ontdekt, terwijl deze figuur zonder visum of paspoort het land, dat toen al langer dan 8.000 jaar door de Inheemsen was bewoond, binnenkwam.

Het levensverhaal van Janey Tetary is een verdienste van de onderzoeker Rajender Bhagwanbali, die dit uit koloniale bronnen heeft onderzocht en heeft vastgelegd. Bhagwanbali is ook de onderzoeker die aanwijsbaar cijfermatig heeft aangetoond dat diverse contractarbeiders in de koloniale tijd onrecht is aangedaan en dat ook hun karig loon niet is uitgekeerd en dat de nabestaanden van deze arbeiders aanspraak maken op reparaties. Het is aan te bevelen om middels gedetailleerder onderzoek nog dieper in te gaan op het levensverhaal van Tetary en andere voorouders die strijd hebben geleverd tegen onrecht en voor vrijheid en rechtvaardigheid. De Nationale Reparatie Commissie Suriname is voorstander dat de Surinaamse regering in het kader van self-reparaties voor historisch onderzoek jaarlijks tenminste SRD 5.000.000 op de begroting van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur opneemt. Hierdoor kan dit belangrijke historisch onderzoek in het vervolg duurzaam plaatsvinden.

Wat moet er met de overige koloniale artefacten gebeuren?
De Nationale Reparatie Commissie Suriname is er voorstander van dat alle koloniale artefacten gefaseerd uit het straatbeeld van Paramaribo en andere delen van Suriname worden verwijderd. Deze artefacten moeten niet worden beschadigd, laat staan worden vernietigd. Zij moeten in een op te zetten Surinaams-Nederlands/Engels historisch museum worden tentoongesteld. De investering in een dergelijk museum zou best wel 15 miljoen euro kunnen bedragen en zou door de vroegere kolonisator zonder het stellen van geen enkele eis in het kader van reparaties moeten worden gefinancierd.

De Franse regering heeft bijvoorbeeld enkele jaren geleden een dergelijk museum ter waarde van meer dan 12 miljoen euro op het eiland Guadeloupe neergezet. Schoolkinderen, toeristen en anderen moeten de mogelijkheid hebben om deze koloniale artefacten te bezichtigen. Deze artefacten moeten de Surinamers van nu en later en anderen ‘vertellen’ dat wij een afschuwelijke geschiedenis met de Nederlanders van toen (1667-1939) van grondroof, genocide, slavenhandel, slavernij en contractarbeid achter de rug hebben.

Inderdaad geen gezamenlijke geschiedenis, maar een afschuwelijke geschiedenis! Het moet ook met tekst en uitleg duidelijk worden gemaakt dat in de periode 1683-1939 Nederlandse kooplieden-bankiers, ondersteund door de regenten-elite (bestuurders) een bedrag van ruim 159 miljard aan koopkracht van euro's van 2016 uit Suriname hebben gehaald en de kolonie Suriname na de beëindiging van de plantage-economie in een uitgemergelde situatie hebben achtergelaten.

Met deze gelden zijn toentertijd de prachtigste Amsterdamse grachtenpanden geconstrueerd. Hiervoor heeft Nederland de historische, morele verplichting om reparaties aan Suriname te betalen. De Surinaamse regering moet het initiatief nemen om middels diplomatieke dialoog de gesprekken ter zake dit historisch vraagstuk opstarten. Het initiatief zal van Suriname dienen uit te gaan, want Nederlandse regeringen onderhandelen immers niet met zichzelf.

De Nationale Reparatie Commissie Suriname
Armand Zunder,
voorzitter