'Decembermoorden geen juridisch maar politiek probleem'
03 Aug 2015, 17:08
foto
Sandew Hira beantwoordt vragen van journalisten. (Foto: Ranu Abhelakh)


Dertig jaar lang is via rechtsspraak geprobeerd tot waarheidsvinding te komen over de moorden van 8 december 1982. Dit heeft tot niets geleid. "En niets wijst erop dat dat de komende jaren gaat veranderen. Ik ben moe van het wachten. Ik wil een einde aan ons lijden. En dat einde is mogelijk omdat de waarheid ons vrij kan maken. Er is nu een historische kans om gerechtigheid te realiseren door middel van waarheidsvinding. Gerechtigheid komt niet uitsluitend in de vorm van straf. Die kans wil ik niet laten lopen." Dit zei Sandew Hira, pseudoniem van Dew Baboeram, vanmiddag op een persconferentie in Residence Inn. Hira is een jongere broer van advocaat John Baboeram, die in december 1982 is gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia, samen met 14 andere mannen.

Hira heeft bijzonder veel rauwe kritiek gekregen sinds bekend is geworden dat president Desi Bouterse, die de hoofdverdachte is van de Decembermoorden, ingaat op het voorstel van Hira om een uitgebreid interview aan hem af te staan. Hira wil in de finesses weten over diverse vormen van geweld vanaf 1980, waarbij Bouterse betrokken is. Hij had verwacht dat er een regen van kritiek zou komen, maar ook ondersteuning. Met oprechte kritiek heeft Hira geen moeite.

Hira geeft twee argumenten op de oprechte kritiek die geleverd is. Het eerste argument is die van de rol van de rechtspraak. Het argument luidt: Bouterse moet in de rechtszaal een getuigenis afleggen. Het tweede argument is die van de betrouwbaarheid van de getuigenis. Wie garandeert je dat Bouterse niet gaat liegen? "Ik toon mijn respect voor deze critici door hun argumenten serieus te nemen en inhoudelijke tegenargumenten te presenteren. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar door eerlijk en inhoudelijk op elkaar te reageren, tonen we onze respect voor elkaar."

Hira meent dat in een situatie van politieke spanningen de rechtszaal niet het instrument is om gerechtigheid te bereiken. "Dat heeft de praktijk geleerd en we zijn nog steeds niet in staat die les te trekken. Andere landen hebben een manier gevonden om trauma’s op te lossen buiten de rechtszaal. In Zuid-Afrika is waarheidsvinding een instrument geweest om politieke spanningen op te lossen. Dat waarderen wij in Mandela. Waarom strekt die waardering zich niet uit naar Suriname? Waarom is waarheidsvinding wel een goed instrument voor Zuid-Afrika, maar niet voor Suriname?"

Over de betrouwbaarheid van de getuigenis van Bouterse heeft Hira geen tegenargument. Volgens critici zal Bouterse niet de waarheid vertellen, want zijn getuigenissen worden gebruikt bij het strafproces. "Ik kan dat niet weerleggen omdat de praktijk van de toekomst de enige toets is om dit argument te bevestigen of te ontkennen. We hebben nu een situatie geschapen waardoor noch Bouterse noch ik terug kunnen. We duiken een rivier in en als we elkaar voorbij zwemmen dan is het enige eindresultaat dat we beide verdrinken. Een andere optie is er niet. Als Bouterse met flut verhalen komt en ik dat accepteer, dan gaan we beide ten onder. Hij gaat ten onder aan nieuwe leugens. Ik ga ten onder aan naïviteit. Brute en pijnlijk eerlijkheid is de enige manier om ons te redden.
Als dit proces mislukt, dan is het aan ons beiden te wijten. Maar als het slaagt dan zullen we honderden anderen dankbaar moeten zijn. Die honderden zijn de mensen die dit proces mogelijk gaan maken," stelt Hira. De persconferentie duurde bijkans twee uur, met een inleiding van meer dan 50 minuten.