Robert Peneux, gewezen onderwijsminister
Het overheidsapparaat kampt met structurele problemen door het loslaten van het FISO-systeem, politieke benoemingen en grote ongelijkheden in beloningen. Dat stelt voormalig minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Robert Peneux, in gesprek met Starnieuws. Volgens hem was het Functie Informatie Systeem Overheid (FISO), ingevoerd onder president Ronald Venetiaan, bedoeld om orde en transparantie te brengen in het ambtenarenapparaat. Aan elke functie waren duidelijke kwalificatie-eisen gekoppeld, waardoor ambtenaren zich moesten blijven ontwikkelen om in aanmerking te komen voor hogere functies.

“In de praktijk is dat systeem door politieke keuzes en druk vanuit vakbonden uitgehold,” stelt Peneux. “Daardoor zijn functies en rangen los komen te staan van de vereiste kwalificaties.” Hij wijst op scheve situaties binnen de overheid, waarbij medewerkers zonder passende opleiding of ervaring hoge functies bekleden. Dit leidt volgens hem tot frustratie onder gekwalificeerd personeel en tast de kwaliteit van beleidsvorming aan. Daarnaast ontbreekt volgens Peneux een duidelijke afbakening van beleidsgebieden per ministerie. “Geen enkel ministerie heeft exact vastgelegd welke beleidsdomeinen het beheert. Daardoor ontstaan overschotten aan beleidsadviseurs en inefficiëntie binnen het systeem.”

Ook de beloningsstructuur binnen zowel de overheid als parastatale bedrijven noemt hij problematisch. Peneux wijst erop dat directeuren van staatsbedrijven aanzienlijk meer verdienen dan ministers, terwijl zij onder hun verantwoordelijkheid vallen. Tegelijkertijd zorgen lage salarissen binnen de overheid voor een uittocht van gekwalificeerd personeel.

In het onderwijs is dat volgens hem duidelijk zichtbaar. Zo verlaten docenten het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) voor beter betaalde functies aan de Anton de Kom Universiteit of in het buitenland. “Het verschil in beloning is zodanig groot dat het moeilijk wordt om voltijdse docenten te behouden,” zegt hij.

Peneux benadrukt dat het probleem verder gaat dan alleen salarissen. Volgens hem is er een structureel tekort aan uitvoeringscapaciteit binnen ministeries, mede doordat politieke loyaliteit vaak zwaarder weegt dan deskundigheid. “Beleid kan alleen slagen als het ambtelijk apparaat beschikt over de juiste mensen met de juiste kwalificaties.” Hij pleit daarom voor een grondige evaluatie van het volledige overheidsapparaat, inclusief het loonstelsel en de functiewaardering. Zonder ingrijpen dreigt volgens hem verdere uitholling van de publieke sector.

Tot slot stelt Peneux dat het debat over beleid onvoldoende diepgang heeft. “Wat ik mis zijn concrete actieplannen en structurele oplossingen. We praten veel, maar echte resultaten blijven uit,” benadrukt de oud-minister.