De inflatie is in februari 2026 in vergelijking met een jaar geleden opgelopen tot 10,8%. Dat blijkt uit voorlopige cijfers van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS). Op maandbasis stegen de consumentenprijzen gemiddeld met 0,2% ten opzichte van januari 2026. 

Hoewel de stijging op maandbasis beperkt is, blijft de prijsdruk op jaarbasis aanzienlijk. De inflatie geeft aan dat goederen en diensten gemiddeld ruim tien procent duurder zijn dan een jaar geleden. 

De consumentenprijsindex (CPI), die de prijsontwikkeling van een pakket van goederen en diensten meet, laat zien dat prijsveranderingen in verschillende sectoren uiteenlopen. In Marowijne, Brokopondo en Sipaliwini worden geen prijsontwikkelingen bijgehouden. Hierdoor is het beeld van daadwerkelijke prijsstijgingen vertekend. 

Grote verschillen per product
Volgens het ABS varieerden prijsbewegingen van individuele producten in februari sterk, met dalingen tot 36% en stijgingen tot 600%. Dit onderstreept dat de inflatiecijfers een gemiddelde zijn en niet altijd overeenkomen met wat consumenten in de praktijk ervaren.

In maart, met stijging van de prijs van brandstof, zijn goederen en diensten aanmerkelijk gestegen. Deze cijfers zullen eind april beschikbaar zijn.