De minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting doet deze week het district Nickerie aan voor het verstrekken van Moni Karta aan de geregistreerden. Wat begon als een nobel initiatief om de meest kwetsbaren in de samenleving te ondersteunen, is door de jaren heen verworden tot een systeem dat steeds vaker wordt geassocieerd met politieke bevoordeling en misbruik. De Moni Karta, geïntroduceerd in 2018 als instrument voor financiële inclusie, dreigt haar geloofwaardigheid volledig te verliezen.

De kern van het probleem ligt bij de uitvoering. De overheid blijft werken met verouderde en onbetrouwbare databestanden, waardoor de selectie van begunstigden verre van accuraat is. Het resultaat laat zich raden: ambtenaren, ondernemers en financieel zelfredzame burgers ontvangen ondersteuning die bedoeld is voor de sociaal zwakkeren. Wat nog ernstiger is, zijn de duidelijke signalen dat dit geen toevallige fouten zijn, maar het gevolg van bewust beleid, waarbij politieke loyaliteit wordt beloond.

Met name in het district Nickerie zijn er talrijke voorbeelden waarbij aanhangers van politieke partijen op de betaallijsten voorkomen voor de Moni Karta, terwijl zij kerngezond zijn, over een stabiel inkomen beschikken en niet in een sociale noodsituatie verkeren. Daarnaast worden ook kinderen van invloedrijke families en zelfs familieleden die in het buitenland wonen als begunstigden geregistreerd. Dit is niet alleen onbegrijpelijk, maar wijst op een systeem waarin netwerken en partijbinding zwaarder wegen dan rechtvaardigheid.

Dit fenomeen kan niet anders worden gekwalificeerd dan cliëntelisme en machtsmisbruik. Publieke middelen worden ingezet om politieke steun te consolideren, terwijl de werkelijk behoeftigen – ouderen, werklozen en kansarmen – steeds vaker buiten de boot vallen. Waar sociaal beleid hoort te draaien om bescherming en gelijkheid, zien we nu een praktijk die wordt gekenmerkt door hebzucht, vriendjespolitiek en een gebrek aan transparantie en controle.

Het is een schrijnend contrast met hoe sociaal beleid zou moeten functioneren. Een degelijk systeem vereist objectieve criteria, actuele data en onafhankelijke controle. Dat ontbreekt momenteel volledig.

De oplossing is echter niet ingewikkeld. De overheid moet de criteria evalueren, de verouderde data grondig opschonen en meer transparantie betrachten door de criteria en betaallijsten te publiceren. Ook kan de gemeenschap, zoals in Nickerie, betrokken worden bij de beoordeling. Het instellen van een meldpunt voor dubieuze gevallen is daarbij een pre. Door structurele controle met andere databronnen kan de overheid sneller orde op zaken stellen. Belangrijker is echter de politieke wil om het databestand te zuiveren van partijpolitieke invloeden, transparantie centraal te stellen en misbruik consequent aan te pakken.

Zonder deze ingrepen blijft de Moni Karta een instrument dat niet verbindt, maar verdeelt. Suriname verdient beter. Sociaal beleid mag nooit een verlengstuk zijn van partijpolitiek. Het moet een vangnet zijn voor degenen die het écht nodig hebben, niet voor degenen met de juiste connecties. Het is tijd om dit systeem terug te brengen naar waar het voor bedoeld is: rechtvaardige ondersteuning voor de Surinamer die het écht nodig heeft.

Rewald Pocorni