Sinds de introductie van het sportpaspoort zijn de prestaties van nationale selecties aanzienlijk verbeterd. Aanvankelijk keken de beroepsvoetballers de kat uit de boom en waren de spelers van het eerste uur voornamelijk professionals in de nadagen van hun carrière. Naarmate zaken ook op organisatorisch vlak verbeterden,  zochten geleidelijk aan kwalitatief betere spelers aansluiting bij Natio. Door de kwaliteitsinjectie kwam de positie van lokale voetballers in de selectie op de helling. De nieuwe aanpak heeft ervoor gezorgd dat steeds meer liefhebbers zijn gaan geloven dat Natio Nieuwe Stijl een rol van betekenis kan gaan spelen in de internationale voetbalarena.
Toch zien we dat er nog steeds actoren zijn die van mening zijn dat lokale voetballers opgenomen moeten worden in de nationale selecties. Deze groep beweert tegen beter weten in dat de spelers die hier te lande zijn opgeleid, niet onder doen voor degenen die in het buitenland hun opleiding hebben genoten. De opvatting van deze groep is gebaseerd op sentimenten en een 'tjepoti-mentaliteit' en heeft niets te maken met zakelijkheid. 

Onder het mom van ervaring opdoen, heeft men tientallen jaren spelers afgevaardigd die in alle opzichten tekort schoten. De spelers werden vaak zonder gedegen voorbereiding afgevaardigd en kwamen veelal gedesillusioneerd terug naar huis. Intussen bleef de moederorganisatie de broodnodige middelen verspillen, zonder dat er enig voordeel tegenover stond. Verenigingen namen hun spelers niet in bescherming en ouders stonden toe dat hun kinderen aan dit onrecht werden blootgesteld. Nu de Surinaamse Voetbalbond een andere weg is ingeslagen wat de afvaardiging van nationale selecties betreft, is te merken dat er krachten zijn die dit proces tegen werken. Spelers worden subtiel opgehitst tegen hun familie die in Nederland woonachtig en aldaar opgeleid is, waardoor er een rivaliteit ontstaat. Het is erg jammer dat men puur uit eigen belang ertoe over gaat dit mooie project te saboteren en dan roept dat de lokale spelers beter zijn, nog voordat de spelers die in jeugdselecties van gerenommeerde clubs actief zijn, de kans hebben gehad om hun kunnen te tonen. 

Het is niet zo dat er geen talent aanwezig is in Suriname, maar het kan niet betwist worden dat jeugdspelers die in Suriname zijn opgeleid, onder doen voor hun leeftijdsgenoten uit Nederland of Amerika. De oorzaak moet dan liggen in de omstandigheden waaronder de opleiding plaatsvindt, met inbegrip van de kennis, maar bovenal de kunde van lokale trainers. Zonder lokaal opgeleide trainers tekort te doen, kan gesteld worden dat de benadering en beleving van een trainer die nooit op het hoogste niveau heeft gevoetbald, anders is dan die van een trainer die dat wel heeft gedaan. Indien men zo graag wil dat spelers uit de lokale competitie worden opgenomen in de nationale selecties, zonder dat het niveau omlaag gaat, dan zal men trainers moeten werven om de jeugdopleiding hier te lande op een hoger niveau te brengen.

Voer een tweesporenbeleid waarbij je nog enkele jaren doorgaat met het selecteren van jeugdspelers die zijn opgeleid in ontwikkelde landen en zorg er intussen ook voor dat de jeugdopleidingen in handen zijn van gekwalificeerde coaches die zelf op het hoogste niveau hebben gevoetbald. Dit zal organisatorisch en financieel veel voeten in de aarde kosten, maar er zou wel een aanvang gemaakt kunnen worden met het opzetten van een voetbalschool voor alle categorieën jongens en meisjes. De coaches aan deze opleiding zouden gewezen beroepsvoetballers moeten zijn met een trainersdiploma en moeten beschikken over alle andere hulpmiddelen die in hedendaagse voetbalopleidingen worden gebruikt door topclubs. Als die voorwaarden in orde zijn, kunnen lokale voetballers meedingen naar een plaats in de nationale selecties, want spelers moeten niet worden opgeroepen omdat ze lokale voetballers zijn, maar vanwege hun kwaliteiten.

Mireille Hoepel