Rabin Parmessar, NDP fractieleider
De behandeling van de begroting 2026 kan nog niet van start gaan, omdat essentiële documenten ontbreken of moeten worden aangepast. Dat zegt Rabin Parmessar, fractieleider van de NDP en voorzitter van de commissie van rapporteurs, in gesprek met Starnieuws. Volgens Parmessar zijn, conform de Comptabiliteitswet 2024, meerdere verplichte stukken nog niet in aangepaste vorm bij De Nationale Assemblée ingediend. Pas wanneer deze documenten formeel zijn ontvangen, kan de commissie van rapporteurs haar werkzaamheden hervatten en kan de begrotingsbehandeling aanvangen.

Parmessar geeft aan dat de oorspronkelijke begroting 2026 op 1 oktober is ingediend en destijds door de commissie van rapporteurs uitvoerig is bestudeerd. “In het parlement is een commissie van rapporteurs ingesteld. Op basis van de oorspronkelijk ingediende begroting 2026 heeft de commissie alles min of meer uitgespit,” zegt hij. Door de recente schuldherschikking moeten echter diverse cijfers in alle begrotingsdocumenten worden aangepast. “Er zijn cijfers die aangepast moeten worden in alle documenten. Daar wachten we op. Die aanpassingen moeten opnieuw door de commissie van rapporteurs worden bekeken, pas daarna kan de behandeling aanvangen.” Zolang de aangepaste stukken niet zijn ontvangen, kan de commissie volgens hem niet verder aan de slag.

Wettelijk vereiste documenten

De Comptabiliteitswet 2024 bepaalt expliciet welke documenten onderdeel uitmaken van de staatsbegroting en welke stukken bij indiening en behandeling moeten worden overgelegd aan De Nationale Assemblee.
Op grond van de wet dienen onder meer de volgende documenten te worden ingediend:


Volgens Parmessar moeten, naast de aangepaste begroting 2026 zelf, ook de volgende documenten in aangepaste vorm worden ingediend:
● een aangepaste begrotingsstrategie;
● een aangepast Financieel Jaarplan;
● een aangepast Financieel Vijfjarenplan;
● een aangepast Staatsschuldenplan.

Kritiek op naleving wet
VHP-fractieleider Asis Gajadien wees eerder al op het ontbreken van een operationeel middellangetermijnbegrotingskader en stelde dat “de Comptabiliteitswet 2024 niet slechts formeel mag bestaan, maar ook materieel moet functioneren.”

De discussie rond de begroting 2026 krijgt daarmee zowel een procedurele als inhoudelijke dimensie: enerzijds wachten parlement en commissie op aangepaste stukken, anderzijds wordt de vraag gesteld of de begroting voldoet aan de wettelijke vereisten voor begrotingsdiscipline op middellange termijn.