Suriname staat voor de opgave zijn instituties toekomstbestendig te maken. In dat kader is het noodzakelijk om ook de organisatie en rechtspositie van de rechterlijke macht beleidsmatig te herijken, met als doel een rechtsstaat die niet alleen onafhankelijk is, maar ook duurzaam, transparant en maatschappelijk gedragen.

Proportionaliteit is een kernbeginsel van goed bestuur. Dat beginsel houdt in dat bevoegdheden, verantwoordelijkheden en financiële regelingen in evenwicht moeten zijn met het bredere publieke belang. Wanneer binnen één staatsmacht uitzonderlijke financiële structuren worden vastgelegd, dienen die te worden ingebed in begrotingsmatige houdbaarheid, duidelijke normering en periodieke evaluatie. De rechtspositie van magistraten moet rechtsstatelijk beschermd zijn, maar ook maatschappelijk uitlegbaar en duurzaam financierbaar.

Een staat die zware financiële verplichtingen aangaat zonder structurele toetsing aan draagkracht en intersectorale balans, creëert spanningen binnen het eigen bestel. Het is daarom verstandig om wetgeving rond de rechtspositie van de rechterlijke macht niet alleen juridisch, maar ook beleidsmatig te bezien. Niet om de onafhankelijkheid te beperken, maar om haar toekomstbestendig te verankeren.

Daarbij hoort ook een bredere reflectie op effectiviteit. Een goed functionerend rechtssysteem wordt door burgers niet beoordeeld op formele structuren, maar op de dagelijkse praktijk: hoe snel zaken worden behandeld, hoe consequent vervolging plaatsvindt, hoe toegankelijk de rechtspraak is en hoe geloofwaardig uitspraken worden ervaren.

Het ligt daarom voor de hand dat institutionele versterking niet alleen betrekking heeft op beloning en rechtspositie, maar ook op prestaties en transparantie. Periodieke rapportages over doorlooptijden, beleidsprioriteiten en organisatorische verbeteringen kunnen bijdragen aan versterkt vertrouwen, zonder afbreuk te doen aan de individuele rechterlijke onafhankelijkheid.

De kernvraag is hoe Suriname zijn juridische instituties zó kan organiseren dat zij niet alleen onafhankelijk zijn, maar ook doelmatig en robuust functioneren binnen de uitdagingen van deze tijd.

Juist daarom verdient ook de organisatie van het Openbaar Ministerie bijzondere aandacht. Suriname werkt traditioneel met één procureur-generaal als hoogste leidinggevende binnen het vervolgingsapparaat. Dat model past binnen onze staatsrechtelijke traditie, maar internationale ontwikkelingen tonen aan dat alternatieve structuren beleidsmatig interessant en mogelijk effectiever kunnen zijn.

In verschillende rechtsstaten wordt gewerkt met collegiale leiding. In Nederland bijvoorbeeld wordt het Openbaar Ministerie aangestuurd door een College van procureurs-generaal. Meerdere procureurs-generaal dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor beleid en strategie. Dit model bevordert interne checks and balances, continuïteit bij personele wisselingen en spreiding van bestuurlijke verantwoordelijkheid.

Ook in andere landen zien we regionale of functionele spreiding van vervolgingsbevoegdheden, waardoor specialisatie en efficiëntie worden versterkt. Een dergelijke institutionele herstructurering van het vervolgingsmonopolie betekent geen machtsverschuiving, maar organisatorische optimalisatie.

Een collegiaal model kan persoonsafhankelijkheid verminderen, interne controle versterken en beleidsconsistentie bevorderen. In een tijd waarin juridische vraagstukken complexer worden – denk aan grensoverschrijdende criminaliteit, financiële delicten en cybercriminaliteit – kan gedeelde leiding juist stabiliteit en professionalisering bevorderen.

Suriname hoeft daarbij geen buitenlandse modellen klakkeloos over te nemen. Wat nodig is, is een serieuze vergelijkende studie naar best practices, aangepast aan onze constitutionele context. Institutionele innovatie vraagt zorgvuldigheid, maar ook de durf om vooruit te kijken.

Transparantie speelt hierin een centrale rol. Publiek vertrouwen ontstaat wanneer burgers begrijpen hoe instituties functioneren, hoe zij worden gefinancierd en welke beleidsdoelen zij nastreven. Heldere communicatie over rechtspositionele regelingen, inzicht in begrotingsimpact en periodieke institutionele evaluatie zijn geen tekenen van zwakte, maar van bestuurlijke volwassenheid.

De versterking van de rechtsstaat is geen eenmalige handeling, maar een continu proces. Wetgeving moet meebewegen met economische realiteit, maatschappelijke verwachtingen en internationale ontwikkelingen. Het herijken van de rechtspositie van magistraten en het moderniseren van het Openbaar Ministerie passen binnen die bredere beweging van staatsrechtelijke ontwikkeling.

Suriname staat aan de vooravond van nieuwe economische perspectieven. Juist daarom moeten onze instituties robuust, evenwichtig en toekomstgericht zijn ingericht. Hervorming moet worden benaderd als een investering in stabiliteit en vertrouwen.

Het is wenselijk dat deze discussie tijdig en beleidsmatig wordt gevoerd, zodat noodzakelijke modernisering niet wordt uitgesteld tot het moment waarop spanningen en ongelijkheid binnen het staatsbestel moeilijker te corrigeren zijn.

Daniella Sumter
Gewezen DNA-lid