Minister Harish Monorath beantwoordt vragen in DNA.
Minister Harish Monorath van Justitie en Politie heeft in De Nationale Assemblee (DNA) erkend dat het vreemdelingenbeleid structurele tekortkomingen kent en integraal moet worden herzien. Tegelijkertijd pleitte hij ervoor dat boetegelden volledig ten goede blijven komen aan zijn ministerie, omdat deze volgens hem essentieel zijn voor de dagelijkse werking van justitie en politie. Hij ging in op vragen die gesteld waren door Assembleeleden. 

Monorath verwees naar het vreemdelingenbeleid van 2017, bekend als het legalisatieproject, waarbij een generaal pardon werd verleend zodat ongedocumenteerden zich konden registreren en een legale verblijfsstatus konden verkrijgen. Volgens de minister is de uitvoering echter blijven steken in registratie alleen. Veel vreemdelingen meldden zich niet tijdig opnieuw aan, waardoor zij weer in de illegaliteit vervielen. Hij wees daarbij specifiek op Guyanese burgers die volgens hem regelmatig de grens oversteken – vaak via zogenoemde ‘backtrack routes’ – en zo feitelijk buiten het formele controlesysteem blijven.

Grensbewaking en bijzondere grensregelingen

De minister benadrukte dat het vraagstuk niet los kan worden gezien van de situatie in de grensdistricten, zoals Nickerie en het gebied tegenover Frans-Guyana. In die regio’s is er intensief dagelijks verkeer tussen burgers aan weerszijden van de grens. “Voor veel mensen daar bestaat de grens in de praktijk nauwelijks,” stelde Monorath. Volgens hem zullen voor deze gebieden specifieke regelingen moeten worden ontwikkeld, terwijl tegelijkertijd de formele grensposten versterkt moeten worden. Hij gaf aan dat er conceptvoorstellen in voorbereiding zijn en dat deze op een later moment met het parlement zullen worden gedeeld.

Verdeling boetegelden onder vuur
Naast het vreemdelingenvraagstuk ging de minister uitgebreid in op de bestemming van boetegelden.
Op dit moment geldt volgens hem de volgende verdeelsleutel:
● 40% voor Justitie en Politie
● 20% voor het ministerie van Financiën
● 20% voor het Korps Politie Suriname 
● 20% voor het Openbaar Ministerie

Monorath gaf aan dat de boetes bij zijn aantreden zijn verhoogd, maar dat sommige overtreders deze “zonder moeite” betalen. Hij suggereerde aanvullende maatregelen, zoals het koppelen van verkeersfouten aan verzekeringspremies, waardoor bijvoorbeeld een aanrijding direct zou leiden tot een forse verhoging van de verzekeringskosten. Het meest indringend was zijn pleidooi om de volledige opbrengst van boetes bij Justitie te laten.

Volgens de minister vormt deze boetekas een noodfonds waarmee urgente uitgaven worden betaald wanneer middelen vanuit Financiën uitblijven. Hij noemde onder meer: 
● verblijfskosten justitiepersoneel bij zittingen in Nickerie;
● kosten voor deurwaarders die dagvaardingen moeten betekenen in afgelegen districten;
● dringende reparaties bij politie en brandweer, zoals defecte pompen, watertanks of andere essentiële voorzieningen.

“Als deze middelen eerst naar de grote kas van Financiën moeten en wij ze later moeten terugvragen, krijg ik enorme problemen,” waarschuwde de minister. Monorath riep het parlement daarom op te overwegen dat 100% van de boetegelden terugvloeit naar Justitie en Politie.