De PALU uit fundamentele zorgen over de recente initiatiefwetten die wijzigingen beogen in de rechtstaat en de Grondwet. In een open brief aan De Nationale Assemblee (DNA) en in een uitgebreide nota wordt betoogd dat deze voorstellen onvoldoende zijn doordacht, politiek gekleurd lijken en het risico in zich dragen de bestaande problemen binnen de rechterlijke macht te verergeren in plaats van op te lossen. Jim Hok, voorzitter van de PALU vraagt Assembleevoorzitter Ashwin Adhin om de behandeling van de vier wetten aan te houden. 

De kern van de kritiek is dat grondwetswijzigingen alleen zinvol zijn wanneer zij duidelijk gedefinieerde maatschappelijke problemen aanpakken. Volgens de PALU ontbreekt die probleemanalyse vrijwel volledig in de memorie van toelichting bij de initiatiefwetten. Hierdoor dreigen de voorstellen te verworden tot wat de partij typeert als “gelegenheidswijzigingen”: ad-hoc ingrepen die vooral partijpolitiek gemotiveerd zijn en geen structurele hervorming van het systeem bewerkstelligen.

Een belangrijk onderdeel betreft de voorgestelde erkenning van inheemse volken als oorspronkelijke bewoners van Suriname in de preambule van de Grondwet. De PALU onderschrijft zonder voorbehoud dat inheemsen historisch en maatschappelijk een bijzondere positie innemen en anno 2026 tot de meest achtergestelde groepen behoren. Juist daarom acht de partij een louter symbolische erkenning problematisch. Volgens haar wordt geen enkel concreet maatschappelijk probleem opgelost zolang fundamentele kwesties zoals grondenrechten, economische achterstelling en politieke inspraak niet wettelijk worden geregeld. Het opnemen van enkele woorden in de Grondwet zonder materiële rechtsgevolgen wekt volgens de PALU verwachtingen die niet kunnen worden waargemaakt en dreigt de inheemse bevolking “voor de gek te houden”. 

Ook de voorgestelde instelling van een Hoge Raad als cassatie-instantie krijgt scherpe kritiek. De PALU vraagt zich af welk probleem hiermee wordt opgelost. Als het doel is de onafhankelijkheid van de rechtspraak te versterken, dan is het creëren van een extra instantie volgens haar slechts een wijziging in de marge. Alle rechters blijven immers onderdeel van dezelfde institutionele structuur, historisch geworteld in het koloniale systeem waarin alle magistraten in dienst zijn van het Hof van Justitie. Zonder een fundamentele herinrichting van de rechterlijke organisatie, inclusief gescheiden bestuurs- en financieringsstructuren per rechtsniveau, biedt een Hoge Raad geen garantie tegen politieke beïnvloeding.

De PALU pleit daarom voor een diepgaande systeemverandering (“kenki a systeem”), waarbij rechtspraak op verschillende niveaus – eerste aanleg, hoger beroep, cassatie en constitutionele toetsing – wordt ondergebracht in afzonderlijke, onafhankelijke organen. Daarnaast wordt voorgesteld een Raad voor de Rechtspraak in te stellen die toezicht houdt op kwaliteit, beleid en integriteit, en die het ministerie van Justitie en Politie adviseert. Deze structuur zou volgens de partij de onafhankelijkheid van rechters versterken en het vertrouwen van burgers herstellen.

Vergelijkbare bezwaren worden geuit tegen het voorstel om het Openbaar Ministerie te laten leiden door een college van procureurs-generaal in plaats van één pg. Ook hier ontbreekt volgens de PALU een heldere probleemanalyse. Als het doel is politieke partijdigheid te verminderen of besluitvorming te verbeteren, dan biedt een college geen oplossing zolang benoemingen politiek worden gestuurd. Sterker nog, het risico bestaat dat een college juist bestaat uit meerdere partijloyale PG’s, waardoor de burger nog minder zicht krijgt op onafhankelijke besluitvorming.

De voorgestelde verlaging van de pensioenleeftijd van de PG van 70 naar 65 jaar en de aangepaste benoemingsprocedure worden eveneens onvoldoende onderbouwd. De PALU wijst erop dat eerdere leeftijdsverhogingen juist bedoeld waren om tekorten op te vangen en dat er geen overtuigende argumenten zijn waarom nu wordt teruggekeerd naar 65 jaar. Ook hier ziet de partij aanwijzingen van politiek opportunisme. 

In bredere zin plaatsen beide documenten de voorgestelde wetswijzigingen in de context van een zorgwekkende politieke cultuur, waarin machtswisselingen gepaard gaan met straffeloosheid, wanbestuur en gebrek aan transparantie. Volgens de PALU dreigt Suriname af te glijden naar een situatie waarin politieke leiders zich boven de wet wanen en instituties worden gebruikt of aangepast om partijbelangen te dienen. Juist daarom is terughoudendheid bij grondwetswijzigingen geboden.

De PALU roept DNA daarom op de behandeling van de initiatiefwetten aan te houden en eerst een breed maatschappelijk debat te organiseren over checks and balances, de inrichting van de rechtstaat en dekolonisatie van bestuurlijke structuren. Alleen via een breed gedragen, principiële hervorming kan volgens haar daadwerkelijk worden gebouwd aan een onafhankelijke rechtstaat die de belangen van de Surinaamse burger centraal stelt. 

U kunt de open brief en de nota hier downloaden. 


Documenten: