Minister Mike Noersalim in gesprek met APPS.
Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) verstrekt vanaf 6 februari 2026 tijdelijk geen vergunningen voor de invoer van vers gekoeld en bevroren pluimveevlees afkomstig uit Europa en gebieden in Amerika waar vogelgriep heerst. Importeurs van producten van dierlijke oorsprong zijn reeds geïnformeerd over deze gedeeltelijke vergunningenstop.

LVV-minister Mike Noersalim zegt desgevraagd dat ‘processed’ pluimveeproducten, zoals gerookte kip of kipproducten die een verhittingsproces hebben ondergaan, normaal kunnen worden ingevoerd. De gedeeltelijke vergunningenstop blijft van kracht totdat de desbetreffende landen en gebieden opnieuw de officiële vrijstatus voor hoogpathogene vogelgriep hebben verkregen. Voorts zijn de veterinaire voorwaarden voor de invoer van broedeieren uit Europa aangescherpt. Voorlopig mogen er uit Nederland geen broedeieren via cargovluchten worden binnengebracht, maar wel via zeevracht.

Deze preventieve maatregelen, gebaseerd op wetgeving en technisch advies, moeten het risico op insleep van vogelgriep indammen. Importeren blijft mogelijk, maar onder aangepaste voorwaarden die het risico op insleep van vogelgriep minimaliseren. De Veterinaire Dienst van LVV heeft importeurs van broedeieren alternatieve bronnen doorgegeven, zoals de Verenigde Staten van Amerika en Brazilië. Ook kunnen andere vervoerswijzen worden ingezet, waaronder zeevracht.

Bezorgdheid vanuit pluimveesector

Tijdens een spoedbespreking, die de Associatie Pluimveesector Suriname (APSS) had aangevraagd met de bewindsman, heeft de organisatie haar bezorgdheid geuit over de aangescherpte veterinaire voorwaarden voor broedeieren uit risicogebieden. Deze kunnen zorgen voor onregelmatigheden binnen de pluimveesector. Eieren staan klaar, zijn maanden van tevoren besteld, en jarenlange relaties met leveranciers kunnen worden geschaad.

De APSS geeft aan altijd open te staan voor beschermende maatregelen, maar benadrukt dat dialoog essentieel is. De organisatie sprak haar bezorgdheid uit over een mogelijk tekort aan broedeieren en kip als gevolg van de aangescherpte maatregelen. Het ministerie liet echter weten dat het niet de eerste keer is dat Suriname met een dergelijke situatie wordt geconfronteerd en dat daarom gepaste voorzieningen zijn getroffen.

Risico’s op vogelgriep minimaliseren

Noersalim benadrukt dat de maatregelen niet zijn genomen om de sector schade te berokkenen. Het gaat om het naleven van wet- en regelgeving, waarbij vooral wordt gekeken naar het minimaliseren van het risico dat ook Suriname wordt getroffen door vogelgriep. In dat geval zou de pluimveesector volledig vernietigd kunnen worden. De minister wees erop dat Suriname momenteel ongeveer 40 procent van de lokale behoefte aan kippenvlees zelf produceert. Mocht de sector door vogelgriep worden getroffen, dan zal Suriname voor 100 procent afhankelijk worden van import. “Dat willen we niet. We moeten voorkomen dat er schade wordt aangericht aan de totale pluimveesector,” aldus de bewindsman.

Alternatieven vanuit LVV
Vanuit LVV zijn enkele alternatieven gepresenteerd aan de vertegenwoordigers van de pluimveesector:
● Het verhogen van de testfrequentie op vogelgriep bij bedrijven in Nederland vanwaar broedeieren worden verzameld voor export naar Suriname;
● Het importeren van broedeieren per zeevracht (één importeur doet dit al);
● Het importeren uit de Verenigde Staten van Amerika (één bedrijf is al uitgeweken naar dit land);
● Importeren uit Brazilië.

Meer lokaal produceren

Tijdens de ontmoeting met de APSS heeft Noersalim ook de nadruk gelegd op het beleidsuitgangspunt: meer lokaal produceren en minder importeren. Deze koers blijft gehandhaafd, al worden de modaliteiten nader besproken. De zorg over een mogelijke uitbraak en eventuele zoönose (overdracht op mensen) is groot. Verder is voorgesteld om na de huidige crisis te spreken over het vergroten van het lokale aandeel in de productie. LVV heeft reeds een masterplan in ontwikkeling. De inbreng van de pluimveesector is hierbij essentieel en er zullen vervolggesprekken plaatsvinden. Daarnaast zullen samenwerkingsvormen worden verkend met landen die vrij zijn van bepaalde dierziekten, om op die manier zo goed als onbesmet materiaal het land binnen te kunnen brengen.