Het Openbaar Ministerie heeft donderdag ter terechtzitting de tenlasteleggingen in de strafzaak tegen advocaat Derrick Veira voorgelezen. Veira wordt verdacht van belediging van een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn functie en bedreiging tegen het leven gericht.

De advocaat zou op 2 januari tijdens een bezoek aan het politiebureau aan de Keizerstraat in een woordenwisseling zijn geraakt met een politieambtenaar. Volgens de verdediging probeerde de betreffende agent cliënten van Veira, die betrokken zouden zijn bij een fraudezaak bij een bank, af te persen. Tijdens het incident zou Veira, naar eigen zeggen omdat hij zich bedreigd voelde, zijn wapen hebben getoond aan de dienstdoende politieambtenaar.

Later die dag werd Veira, toen hij zich opnieuw op het politiebureau moest melden, aangehouden. Op verzoek van zijn advocaten werd hij op 19 januari in vrijheid gesteld.

Tijdens de zitting gaf Veira aan dat hij een brief aan het Openbaar Ministerie heeft gericht met het verzoek om een onderzoek in te stellen naar het handelen van de betrokken politieambtenaar. Kantonrechter Maytrie Kuldip Singh stelde dat zij eerst over alle relevante informatie moet beschikken om de zaak inhoudelijk te kunnen behandelen. Zij wil onder meer de beschikking van het Hof inzien waarin de gronden voor de invrijheidstelling zijn opgenomen.

De kantonrechter gaf aan Veira eerst zelf te willen horen over wat zich heeft voorgedaan, alvorens over te gaan tot het horen van getuigen. De inhoudelijke behandeling van de zaak is bepaald op 11 maart.