Met verbazing en groeiende frustratie volg ik de recente ontwikkelingen rondom het Europese visumbeleid voor Surinamers. Terwijl men de mond vol heeft van “historische” banden en “innige samenwerking”, ervaart de Surinaamse burger in de praktijk precies het tegenovergestelde: een onneembare bureaucratische vesting.

Het is volkomen onuitgelegd dat inwoners van tal van Zuid-Amerikaanse landen zonder visum naar Europa kunnen reizen, terwijl Surinamers – die vaak diepe familiare en historische wortels in Nederland hebben – door een peperduur en vernederend proces moeten. Wie een familiebezoek wil afleggen of een begrafenis wil bijwonen, stuit op een muur van bewijslast en de constante dreiging van afwijzing op basis van vage vermoedens.

Natuurlijk zijn veiligheid en controle belangrijk. Maar het huidige beleid van de EU voelt niet als controle: het voelt als een collectieve straf. Waarom wordt een land met zulke nauwe banden behandeld als een tweederangs partner? Het is wrang om te zien dat politieke geschillen in Brussel over de hoofden van gewone burgers worden uitgevochten.

Nederland moet in Brussel met de vuist op tafel slaan. De tijd van mooie woorden in de Ridderzaal is voorbij; het is tijd voor daden.

Maak een einde aan deze visum-apartheid en herstel de menselijke maat in het reisverkeer. Respect is geen eenrichtingsverkeer.

Suriname is 300 jaar een kolonie van Nederland geweest. Surinamers zijn in die periode onmenselijk behandeld. Waar was de EU toen?

Ram Rambaratsingh en Ramon Ramsodit
rrambaratsingh@kpnmail.nl