VES-secretaris Swami Girdhari
De jaarrede 2026 van president Jennifer Simons, uitgesproken tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), heeft belangrijke contouren geschetst voor het economische beleid in de regeerperiode 2025–2030. Tegelijkertijd roept de toespraak vragen op over concrete beleidskeuzes, uitvoeringscapaciteit en de mate waarin het politieke en institutionele systeem van Suriname in staat is deze koers langdurig vol te houden. Dat zegt Swami Girdhari, secretaris van de VES, in een interview met Starnieuws.

De VES had president Simons uitgenodigd om de jaarrede te houden over de hoofdlijnen van het economisch beleid voor de komende jaren. Volgens Girdhari is het ingaan op die uitnodiging op zichzelf een positief signaal, zeker tegen de achtergrond van eerdere, volgens hem ongegronde en laatdunkende opmerkingen die de president als NDP-voorzitter in mei 2025 over de VES had gemaakt. “Juist daarom waarderen wij het dat zij deze dialoog met de beroepsgroep is aangegaan,” zegt Girdhari.

Volgens de VES-secretaris is de president er in de beschikbare spreektijd van ongeveer 45 minuten redelijk in geslaagd om de grote lijnen van het voorgenomen economisch beleid uiteen te zetten. Hij spreekt van een toespraak met macro-economische consistentie, waarin terecht de samenhang werd benadrukt tussen fiscaal beleid, monetair beleid en structurele hervormingen. “Die samenhang is essentieel in de Surinaamse context".

Tegelijkertijd plaatst Girdhari kanttekeningen bij het abstracte karakter van de jaarrede. Begrippen als discipline, samenhang, gerichte uitvoering, institutionele versterking, transparantie en goed bestuur kwamen volgens hem frequent terug, maar werden slechts beperkt vertaald naar meetbare beleidskeuzes, duidelijke prioriteiten en een tijdpad. “Dat is misschien verklaarbaar gezien de spreektijd, maar de samenleving mag verwachten dat de regering dit in de nabije toekomst verder concretiseert".

Uitvoeringscapaciteit
Een belangrijk punt van zorg voor de VES is de uitvoeringscapaciteit van de overheid. Veel van de beleidsvoornemens zijn volgens Girdhari niet nieuw en zijn ook door eerdere regeringen uitgesproken. De kernvraag blijft of Suriname daadwerkelijk beschikt over de institutionele en menselijke capaciteit om deze plannen te realiseren. Hij benadrukt dat productie en vergroting van de verdiencapaciteit noodzakelijk zijn en spreekt steun uit voor het standpunt van de president dat deviezen die worden verdiend met export ten dienste moeten staan van de Surinaamse economie, inclusief volledige repatriëring.

Toerisme en de agrarische sector werden door de president genoemd als belangrijke verdiensectoren. Volgens Girdhari is de richting juist, maar laat de beleidsuitvoering tot nu toe te wensen over. “Na zeven maanden is het beeld niet om vrolijk van te worden. Structureel en consistent beleid ontbreekt nog,” stelt hij.

Ook het thema corruptie kwam volgens de VES-secretaris onvoldoende scherp uit de verf. De president noemde het onderwerp in haar toespraak twee keer, maar volgens Girdhari staat dit in schril contrast met de dagelijkse berichtgeving over mogelijke corruptiezaken uit de vorige regeerperiode. “De president heeft aangegeven niemand te zullen beschermen, maar de samenleving wacht op duidelijk beleid en zichtbare stappen,” benadrukt Girdhari. Hij noemt onder meer dossiers rond LVV, Grassalco, EBS, Brownsberg, houtexporten, goudsmokkel en gronduitgifte.

Personeelsbeleid
Verder uit Girdhari kritiek op het personeelsbeleid van de regering. Hoewel de regering erin is geslaagd eigen mensen te benoemen, leidt het ontheffen van functionarissen zonder bewezen verwijtbaar gedrag – vaak met behoud van salaris – volgens hem tot verspilling van financiële middelen en menselijk kapitaal. “Wees creatief en zet beschikbare deskundigheid in voor de ontwikkeling van het land,” pleit hij.

Met het oog op de komende olie- en gasinkomsten erkent Girdhari dat de president terecht het belang benadrukt van voorbereiding. Tegelijkertijd blijft voor de VES de fundamentele vraag bestaan of het politieke en institutionele systeem van Suriname voldoende robuust is om deze koers langdurig vast te houden.

Tot slot wijst Girdhari op de centrale belofte van de president aan de samenleving: “Kenki a Systeem”. “Dat is de grootste belofte die is gedaan,” zegt hij. “Het hoeft niet in één keer, maar de contouren moeten zichtbaar worden. De feiten van de afgelopen maanden zijn daar helaas nog niet mee in lijn.”